Killer’s Kiss




Big things have small beginnings, wordt steeds gezegd.
Een uitspraak die in ieder geval van toepassing is op de carrière
van Stanley Kubrick. ‘Killer’s Kiss’ was zijn tweede film (na het
thans onvindbare ‘Fear and Desire’), gedraaid op een vrijwel
onbestaand budget dat hij was moeten gaan afbedelen bij
familieleden. Kubrick zou de rest van zijn leven die eerste paar
pogingen tot filmmakerij blijven kleineren als ‘totaal mislukte
amateuristische werkstukjes’, waarover hij niets positievers wist
te melden dan dat ze hem de gelegenheid hadden geboden om het vak
te leren. Vandaag de dag is het moeilijk om naar ‘Killer’s Kiss’ te
kijken zonder daarbij de verdere loopbaan van de regisseur in acht
te nemen, vergelijkingen te gaan maken, invloeden te gaan zoeken.
Wie zich daar overheen zet, zich even niets aantrekt van de naam
Kubrick en de film gewoon bekijkt als een op zichzelf staande
prent, ziet enkel een zoveelste B-film uit de jaren vijftig, die
hooguit een paar visueel interessante shots bevat.

De plot is een doordeweeks samenraapsel van elementen uit eender
welk pulpachtig misdaadverhaal van die tijd. Jamie Smith speelt
Davy Gordon, een bokser die net z’n laatste gevecht verloren heeft
en er stilaan aan denkt om zijn carrière op te geven en terug naar
huis te gaan. Diezelfde avond is hij er getuige van hoe zijn
overbuurvrouw Gloria (Irene Kane) mishandeld wordt door haar
schofterige vriend, dance hall-eigenaar Vincent Rapallo (Frank
Silvera). Davy besluit de dame te helpen, de twee worden in
recordtempo verliefd op elkaar en ze besluiten er samen vandoor te
gaan, uiteraard op de hielen gezeten door de moorddadige
Vincent.

Om u maar duidelijk te maken dat ‘Killer’s Kiss’ in ieder geval
niet herinnerd zal worden omwille van z’n originele scenario. De
plot wordt nergens echt geloofwaardig en wordt door Kubrick dan nog
eens op een regelmatige basis een geheel geforceerde richting
ingeduwd. Neem bijvoorbeeld een flash-back over de jeugd van
Gloria, die vergezeld gaat van een balletnummer. In feite is heel
die scène nergens voor nodig, maar Kubrick was op dat moment pas
getrouwd met Ruth Sobotka, een balletdanseres, en hij wilde haar
een plaatsje geven in zijn film. Een andere motivatie was er niet
voor. Het einde – een bruuske happy end die schijnbaar vanuit het
niets komt en de film noir invloeden van de prent op een vreemde
manier ontkracht – werd enkel en alleen ontworpen om de commerciële
vooruitzichten te verbeteren. Mensen houden van een happy end,
laten we hen er één geven. Die mentaliteit zou Kubrick snel
afleren.

Ook de acteerprestaties laten veel te wensen over – de gehele
cast bestaat uit namen en gezichten die achteraf tegen een rotvaart
de vergetelheid in zijn gesukkeld, en niet geheel onterecht. Jamie
Smith beweegt zich met een onvoorstelbare houterigheid doorheen de
film en schijnt ervan overtuigd te zijn dat het overbrengen van
emotie eruit bestaat heel intens de camera in te turen, alsof hij
op zoek is naar zijn sleutels. De échte giller van de film is
evenwel Frank Silvera – de scène waarin hij Irene Kane lastig komt
vallen in haar flat is een staaltje hilarische pantomime, waarin
hij snoodaardige smoelen staat te trekken waar zelfs slechte
acteurs uit de tijd van de stomme film zich over zouden
schamen.

Maar wat we wél krijgen – en het enige dat ‘Killer’s Kiss’
enigszins de moeite maakt – is een interessante fotografie. Kubrick
had geen toelating om in New York te filmen en moest bijgevolg zo
snel mogelijk al z’n shots gaan ‘stelen’. Merkwaardig dan, dat hij
erin slaagt om op zo’n effectieve manier met licht en schaduw te
werken. Een scène waarin een vriend van Davy wordt vermoord omdat
hij voor Davy zelf wordt aanzien, is daar een zeer mooi voorbeeld
van, evenals een climactische achtervolging over de daken van de
New Yorkse flatgebouwen. Kubrick toonde zich met ‘Killer’s Kiss’
allesbehalve een goed schrijver, maar zijn fotografisch vernuft
staat buiten twijfel.

Het beste voorbeeld hiervan is een korte droomsequens, die
negatief werd afgedrukt, zodat zwart wit werd en wit zwart. Het is
een ongewoon, opvallend momentje in de film, een originele vondst,
die met veel goeie wil zelfs gezien kan worden als een voorbode
voor wat Kubrick later zou doen tijdens de Stargate-sequens in
‘2001’.

‘Killer’s Kiss’ is volgens de meeste gangbare definities van het
woord, een amateurfilm. Kubrick had nauwelijks geld of middelen,
geen steun van een studio en hij werkte niet met professionele
acteurs. Hij deed alles zelf: licht, camera, geluid – en achteraf
bleek bovendien dat al het simultaan opgenomen geluid onbruikbaar
was, zodat hij elke regel dialoog, elk achtergrondgeluid in een
opnamestudio nog eens kon overdoen. In dat licht bekeken is het
wellicht bewonderenswaardig te noemen dat de film zelfs maar is
gemaakt, en dat er op z’n minst nog een aantal opmerkelijke visuele
momentjes in terug te vinden zijn. Maar zelfs de grootste
Kubrickfan kan onmogelijk volhouden dat ‘Killer’s Kiss’ op zichzelf
bekeken een goeie film is.

http://www.mgm.com/title_title.do?title_star=KILLERSK

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 6 =