Lolita




De tagline voor ‘Lolita’ luidde: How did they ever
make a movie of Lolita?
Een geldige vraag – de roman,
geschreven door Russische inwijkeling Vladimir Nabokov, was niet
alleen een onverfilmbaar geacht literair meesterwerkje waarin de
grenzen van de Engelse taal op een magnifiek poëtische manier
werden afgestast, het was ook, in de mening van maar al te veel
mensen, een “vettig boekske”. Nabokovs verhaal ging over Humbert
Humbert, een pretentieuze, charlataneske literatuurprofessor met
een voorliefde voor zeer jonge meisjes. Wanneer hij een job krijgt
aangeboden in het kleinsteedse Ramsdale, trekt hij in bij Charlotte
Haze, een weduwe wiens opvattingen over cultuur beginnen en
eindigen bij boekenclubs en andere burgerlijke bijeenkomsten.
Humbert voelt niets dan walging voor haar, maar Charlotte heeft wel
een twaalfjarige dochter rondlopen – de dochter heet Lo, gewoon Lo,
als ze ‘s ochtends met haar meter 55 in één sok staat. Ze heet Lola
in speelkleren. Ze heet Dolly op school. Ze is Dolores op de
stippellijn. Maar in Humberts armen is ze altijd Lolita. In het
Engels klinkt het mooier dan in het Nederlands – Nabokovs boek
behoort tot de allergrootste literatuur die er ooit geproduceerd
is.

Humbert besluit te trouwen met de hals over kop verliefd
geworden Charlotte, enkel om bij Lolita te kunnen zijn. Wanneer
zijn wederhelft omkomt bij een verkeersongeluk, blijft de perverse
professor alleen achter met zijn stiefdochter, maar de vraag blijft
of Humbert zijn obsessie onder controle heeft, of omgekeerd.

Een dergelijke roman, over pedofilie, was in de jaren vijftig
ontoelaatbare kost – Nabokov kon zijn werk enkel in Frankrijk
kwijt, bij een uitgever die normaal gezien alleen pornografie
publiceerde. Enkele jaren later kwam het omstreden boek dan toch
wereldwijd op de markt, maar dat ging dan ook gepaard met een vaak
felle controverse. Een filmbewerking leek vanaf het begin
onmogelijk. Tot Kubrick een poging ondernam.

Het resultaat is slechts ten dele een verfilming van de roman –
het geraamte van de plot wordt wel degelijk gevolgd, en de
personages komen allemaal terug, maar de toon van de film ligt
helemaal anders. Het melancholieke, poëtische van het boek wordt in
de film afgezwakt ten voordele van een meer komische benadering.
Dat kan aanvankelijk een verkrachting van het bronmateriaal lijken,
maar het blijkt wel degelijk te werken voor de film. Kubrick
observeert Humbert Humbert als een rat in een freudiaanse doolhof,
die wanhopig probeert om een uitweg te vinden maar er niet in
slaagt. En het resultaat is vaak behoorlijk geestig – wanhopige
mensen zijn altijd grappig, als ze maar op de juiste manier
in beeld worden gebracht.

De Lolita van deze film, gespeeld door Sue Lyon, is veel meer
dan in de roman een manipulatrice, die precies weet waar Humbert op
uit is en haar stiefvader bijgevolg met groot gemak om haar vinger
windt. In de roman is Humbert aanvankelijk enkel uit op seks, tot
hij naar het einde toe tot z’n eigen verbazing vaststelt dat hij
verliefd op haar is geworden – Humbert gaat ten onder aan z’n eigen
menselijkheid. In de film is die verliefdheid haast vanaf het begin
duidelijk, en zeker zodra Charlotte uit het verhaal verdwijnt.
Daardoor verandert de toon van het werk op een zeer gevoelige
manier: Humbert is niet langer die onverbeterlijke, immorele
smeerlap van wie we, enkel door de kracht van Nabokovs
schrijfstijl, tóch gaan houden. Hij is in de film een tragikomische
figuur die achter het meisje van z’n dromen aanloopt (veertien in
plaats van twaalf), maar steeds opnieuw een blauwtje loopt. Ja,
‘tuurlijk, hij heeft dan wel seks met haar, maar ze houdt niet van
hem. Lolita blijft steeds koel, zakelijk, laat er nergens twijfel
over bestaan dat ze enkel bij Humbert blijft omdat ze er zelf
voordeel uit kan halen. Terwijl dat precies is wat Humbert wil –
haar liefde.

Die verschillen tussen roman en film zijn er voor een groot deel
ook gekomen omdat het een manier was om door de censuur te geraken
met een verhaal dat barstensvol zat met licht ontvlambaar
materiaal. Kubrick zelf zei achteraf: “Had ik geweten hoe streng de
beperkingen zouden zijn, dan was ik er niet aan begonnen.” Dat kan
wel zo zijn, maar censuur en andere beperkingen hebben filmmakers
ook vaak verplicht tot een soort van creativiteit die we
tegenwoordig nog maar weinig tegenkomen. James Mason, die Humbert
speelt, schreef in z’n memoires, dat als er ooit een nieuwe
verfilming van ‘Lolita’ zou komen, de seks ongetwijfeld prominent
getoond zou worden. En hij had gelijk, eind jaren negentig maakte
Adrian Lyne een nieuwe ‘Lolita’, die het boek hondstrouw volgde,
dus ook in het tonen van seksscènes. Die recentere film heeft zelf
ook wel z’n kwaliteiten, maar alles tesamen genomen blijft het
weinig meer dan het filmen van mooie plaatjes die bij de tekst van
het boek passen – de versie van Kubrick is creatiever, origineler.
Wie dan toch zou kiezen voor de film van Lyne kan veel beter het
boek lezen. Kubrick biedt op z’n minst nog z’n eigen inbreng, zijn
eigen blik op seksualiteit en hoe destructief die wel kan zijn.

Die inbreng is niet altijd honderd procent geslaagd – een aantal
van de seksuele insinuaties in de dialogen zijn zeer geestig
(Charlotte tegen een ander personage wiens broer tandarts is:
“My daughter’s coming over to his place this week to have a
cavity filled.”
), maar andere zijn dan weer ronduit
kinderachtig (Charlotte tegen Humbert: “You couldn’t get more
peace [piece] anywhere…”
). En ook een slapstickscène waarin
Humbert samen met een hotelbediende een veldbed open probeert te
krijgen, is absoluut niet op z’n plaats in dit soort film.

James Mason is hoe dan ook schitterend als Humbert – als
verfijnde Brit straalt hij van nature een soort elegantie uit die
bij de rol past, alsof hij steeds al één stapje verder aan het
denken is dan de personages om hem heen. Sue Lyon was een
veelbesproken keuze als Lolita, voornamelijk omdat ze er al
makkelijk zestien, zeventien jaar uitzag – wat bleef er dan nog
over van de geperverteerde onschuld waar het allemaal om draaide?
Het antwoord is natuurlijk dat de censuur minder bezwaar tegen de
film zou maken indien het meisje er ouder uitzag dan ze was – maar
ik blijf er toch ook van overtuigd dat Kubricks film gebaat zou
hebben bij een jongere hoofdactrice. Shelley Winters speelt
Charlotte als een kunstsnob die niet genoeg afweet van het
onderwerp om een geloofwaardige kunstsnob te zijn – af en toe gooit
ze er lukraak een Frans woord tussen en ze houdt zich zeer
zelfbewust met poëzie bezig, zonder echt te begrijpen wat ze leest.
Dat soort mensen bestaan nu nog, en worden hier zeer raak
getypeerd. De show wordt evenwel gestolen door Peter Sellers als
Quilty, Humberts aarstvijanad – een veel ergere pedofiel dan
Humbert zelf, die uiteindelijk het hart van Lolita steelt. Even dan
toch. Sellers improviseert vaak hilarische dialogen bij elkaar, zet
accenten op en onderlijnt de dubbelzinnigheden in het scenario op
een onnavolgbare manier. Alleen al zijn acteerprestatie is
voldoende om de film te bekijken.

‘Lolita’ zal wellicht altijd één van de vreemdste
literatuurverfilmingen ooit blijven. Een komedie over een man die
z’n lul achterna loopt tot hij er definitief aan onderdoor gaat.
Humberts fout was niet dat hij seks wilde hebben met Lolita – het
was dat hij van haar hield. En dat is het soort van onderwerp waar
Stanley Kubrick dus mee kan lachen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =