The Last Samurai




Ik kan me regisseur Edward Zwick op de één of andere manier
makkelijk voorstellen als iemand die graag eigenhandig ‘Ben-Hur’
had gemaakt. Of beter nog, één van die talloze oorlogsepossen die
in de jaren vijftig en zestig gemaakt werden. Films die doordrongen
waren van een ouderwetse romantiek, een gevoel van eer, vechten
voor waar je in gelooft, en indien nodig, glorieus ten onder gaan.
Dat is in ieder geval het soort van epische cinema dat hij
regelmatig probeert te maken, met projecten als ‘Glory’, ‘Courage
Under Fire’ en ‘Legends Of The Fall’. Met die films, en nu opnieuw
met ‘The Last Samurai’, toonde hij zich telkens opnieuw op een
verbazingwekkende manier onaangetast door het moderne cynisme
tegenover dat soort van dingen – hij gelooft duidelijk in helden,
en in het concept van een eervol einde op het slagveld.

Tom Cruise speelt Nathan Algren, een kapitein in het Amerikaanse
leger die met een behoorlijk trauma en een knoert van een
drankprobleem uit de Burgeroorlog is teruggekeerd. Zijn leven
krijgt een nieuwe wending wanneer hij gecontacteerd wordt door de
Japanse overheid. Men zit daar immers opgescheept met een opstand
onder de samoerai – krijgers voor de keizer, die geloven in
ouderwetse waarden en een traditionele levensstijl, en bijgevolg
niet erg opgezet zijn met de uitgebreide moderniseringen die de
keizer aan het doorvoeren is. Algren dient het keizerlijke leger in
vorm te krijgen, hen te leren met moderne wapens om te gaan,
teneinde de samoerai eronder te krijgen. Maar bij een eerste
veldslag gaat het mis, en de Amerikaan wordt gevangen genomen.
Katsumoto (Ken Watanabe), de bedachtzame leider van de samoerai,
besluit Algrens leven te sparen, en tijdens de volgende maanden
leren de twee mannen elkaar kennen en waarderen. Algren krijgt
uiteraard een diep respect voor de levensstijl van de krijgers, en
hij besluit dan ook voor de andere kant te gaan vechten.

In zijn film ‘Deconstructing Harry’, zei Woody Allen dat
traditie de “illusion of permanence” was, en in feite is dat
waar deze film over gaat. De verleiding om je vast te houden aan
een bepaalde versie van het verleden waar je je comfortabel bij
voelt, is altijd erg groot, maar de toekomst kan toch niet
tegengehouden worden. In ‘The Last Samurai’ volgen we een aantal
mannen die door de geschiedenis uitgerangeerd zijn, wiens
levensstijl en gedachtengoed plots bij consensus verouderd en
ongewenst zijn verklaard. Ze weten dat ze niet kunnen winnen, maar
toch vechten ze. Dat idee hééft wel iets, en wordt tijdens de
finale veldslag van de film op een zeer eenvoudige en treffende
manier duidelijk gemaakt: we zien enkele honderden samoerai, in
traditionele uitrusting, zwaarden in de hand, tegenover enkele
duizenden Japanse soldaten, in modern uniform, gedekt door
artillerie en Howitzers.

Het is dan ook passend dat Edward Zwick er een ouderwets
aandoende film van maakt – een epische productie, die werd
opgesteld volgens een bepaald soort filmgrammatica dat tegenwoordig
nog maar zelden gebruikt wordt. Waar we de voorbije jaren steeds
meer actiespektakels krijgen die van climax naar climax racen, met
al wat daartussen zit als ballast waar we zo snel mogelijk vanaf
willen, neemt ‘The Last Samurai’ rustig z’n tijd. Zwick geeft z’n
film de kans om een eigen tempo te ontwikkelen, een eigen sfeertje.
Het duurt bijna een half uur voordat de eerste actiescène komt, en
daarna moeten we nog eens een uur wachten, terwijl Cruise langzaam
maar zeker betrokken raakt bij de samoerai-cultuur. Geen enkele
hedendaagse actiefilm neemt nog zoveel tijd om de personages te
leren kennen. Doorgaans worden hun karakters ons in telegramstijl
doorgezonden, en de rest leren we gaandeweg wel, terwijl de actie
gaande is.

Dat is allemaal erg goed bedoeld, maar het zorgt er ook voor dat
‘The Last Samurai’ af en toe gaat slepen. Het is een logge film,
waarvan je de 154 minuten speelduur echt gaat voélen. De grens
tussen je tijd nemen en vervallen in langdradigheid, ligt erg
gevoelig, en ‘The Last Samurai’ heeft soms wat moeite om die dunne
lijn te blijven bewandelen.

Wat wél een gunstig gevolg is van dat trage tempo, is dat de
veldslagen, wanneer ze dan toch komen, eens zoveel effect hebben.
We hebben de personages leren kennen, we weten wie ze zijn en waar
ze voor staan, er is een persoonlijke betrokkenheid. En de situatie
is tegen die tijd ook maar al te duidelijk geworden: de samoerai
hebben geen schijn van kans. Zwick is goed in het regisseren van
die actiescènes. We krijgen altijd het gevoel dat er een strategie
aan het werk is, dit zijn niet zomaar twee groepen mannen die naar
elkaar toe lopen en op elkaar in beginnen hakken. Er zit
intelligentie achter de actie. Dat en een wondermooie fotografie,
die tot het beste behoort van wat we dit jaar al gezien hebben.
John Toll weet keer op keer fantastische beelden tot leven te
roepen, vooral tijdens de actiescènes, maar ook daarbuiten. Dat
eerste shot van de haven van Yokohama!

De regisseur heeft duidelijk goed gekeken naar een aantal oude
films van Kurosawa, en naar recentere films, zoals ‘Dances With
Wolves’, waar het basisidee van een blanke die wordt opgenomen in
een vreemde cultuur, duidelijk vandaan komt. Inhoudelijk moet u
hier dan ook niets wereldschokkends verwachten – de plot is
tamelijk mager en de thematiek van traditie tegenover modernisering
is dan wel interessant, maar het is ook weer niet bepaald
nieuw.

Tom Cruise valt verrassend mee als Algren, maar het is Ken
Watanabe die de show steelt als Katsumoto – hij is een Japans
personage in wat uiteindelijk nog altijd een Amerikaanse film is,
en bijgevolg drukt hij zich regelmatig uit in metaforen over
bloesems, vooraleer monologen af te steken over het “pad van de
samoerai”, maar Watanabe speelt het op een manier die het cliché
overstijgt. Er gaat een soort van rustige waardigheid uit van zijn
vertolking, die makkelijk te geloven is.

Het enige ernstige mankement aan ‘The Last Samurai’, is het
einde – over de loop van de film wordt het steeds duidelijker dat
dit verhaal maar op één manier kàn eindigen, dat er maar één
eerlijke resolutie bestaat. En tóch weigert Edward Zwick ons die te
geven, en tóch gehoorzaamt de regisseur op het laatste moment nog
aan de wetten van Hollywood. Je kijkt ernaar en je ruikt simpelweg
de aanwezigheid van een gladde producer voor wie het allemaal toch
maar vooral licht verteerbaar moest blijven.

Hoe dan ook: ‘The Last Samurai’ is geslaagd entertainment, dat
bovenal uitzonderlijk professioneel in elkaar gestoken is, zonder
dat men de behoefte voelt u continu te bombarderen met
hersenverlammende actie. Het enige dat u niet mag doen, is zoeken
naar een diepe betekenis of originaliteit. Of naar een
geloofwaardig einde.

http://lastsamurai.warnerbros.com/html_index.php

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − 9 =