Carandiru




Wie maar genoeg gevangenisfilms heeft gezien, denkt ongetwijfeld
te weten wat de algemeen geldende wetten zijn. Zoek nooit ruzie met
gespierde, magere blanke kerels met kale knikkers en swastika’s op
hun borst. Geen enkele cipier deugt, tenzij hij gespeeld wordt door
Tom Hanks. En laat vooral nooit je zeep vallen in de douche.
‘Carandiru’ toont ons het leven in de grootste gevangenis van
Brazilië, waar de belangrijkste gevaren niet zozeer de gevangenen
of de sadistische bewakers zijn, maar wel de ziektes die welig
tieren, en het geweld van een buitenwereld die wraak op hen
wilt.

Carandiru, een strafinstelling die in 2002 pas werd gesloten,
werd oorspronkelijk gebouwd om 4000 gevangenen te huisvesten. In
1992 zaten er 7500. We volgen dokter Drauzio Varella, die aan het
einde van de jaren tachtig wordt aangesteld als arts in Carandiru,
en ogenblikkelijk grootscheepse acties onderneemt om de gevangenen
voor te lichten over de gevaren van aids (een ware plaag in de
nor), en om hen te overtuigen zo min mogelijk crack te roken of
heroïne te spuiten. Het is veelzeggend dat niemand in de gevangenis
enige illusie heeft om de problemen te kunnen oplossen – een
assistent van Varella staat de vinger van een medegevangene te
hechten met een crackpijp in de mond. Wanneer de dokter hem vraagt
of dat wel écht nodig is, antwoordt de man: “Met crack zie ik
beter. Dan lichten z’n aders fluorescerend op.” Het beste waar
Varella en de (in de film) vrijwel volkomen afwezige directie van
Carandiru op kunnen hopen, is de problemen ietwat terug te dringen.
Niet dat ze een grote kans maken, maar toch.

Zoals Varella op z’n eerste dag te horen krijgt, wordt Carandiru
in feite gerund door de gevangenen zelf – gezien de enorme
meerderheid die ze hebben over de bewakers, blijft de wankele rust
in de gevangenis enkel bewaard omdat de moordenaars en verkrachters
die er zitten beslóten hebben die rust te bewaren. Gevangenen
wandelen vrij rond door de gangen, dealen en gebruiken drugs, maken
wapens van welk materiaal ze ook maar kunnen vinden. Terwijl de
meeste bewakers slechts schaduwachtige figuren op de achtergrond
zijn, houden de criminelen er een eigen erecode op na, die bruut
onderling geweld tegen dient te gaan. Een aantal oudere,
gerespecteerde gevangenen, zijn er om elke moord al dan niet goed
te keuren, gebaseerd op wat zij rechtvaardig vinden. En achteraf
zorgen ze ervoor dat de sporen verdwijnen en, indien nodig, een
zondenbok gezocht wordt.

Varella wint langzaam maar zeker het vertrouwen van de
gevangenen, luistert naar hun verhalen, en gaandeweg krijgen we het
gevoel dat de omstandigheden in Carandiru, hoewel verre van ideaal,
op z’n minst leefbaar zijn. Tot op 2 oktober 1992 een opstand
uitbreekt over een futiliteit. De eigenlijke rebellie is kort, en
lijkt aanvankelijk op een sisser af te lopen. De opstandige
gevangenen gooien hun wapens weg, maar een gouverneur die graag
herverkozen wil worden, beslist een krachtig standpunt in te nemen
en beveelt de politie tóch binnen te vallen. Eens de flikken binnen
zijn, schieten ze op alles wat beweegt. Het resultaat is een
bloedbad dat alle verbeelding tart – een aantal momenten uit het
laatste half uur van de film lijken zo uit een schilderij van Bosch
weggelopen. Aan het einde van de dag zijn er 111 doden gevallen, en
we zien een hond tussen de lijken lopen, zijn poten kletsend in het
bloed dat een centimeter hoog staat in de hele gang. Om maar te
zeggen: het is best mogelijk dat u aan het eind hiervan een flinke
borrel nodig hebt.

Regisseur Hector Babenco maakte tijdens de jaren tachtig onder
andere het prachtige ‘Kiss Of The Spider Woman’, en hoewel
‘Carandiru’ niet van hetzelfde kaliber is, zal niemand kunnen
ontkennen dat de film krachtige momenten bevat. Het hele laatste
half uur, waarin de opstand ongekend bloederig wordt neergeslagen,
is adembenemende cinema, die je aan de grond genageld achterlaat.
De blinde woede en losgelaten frustraties spatten van het scherm.
Sommige mensen vinden dat een reden om de film eenzijdig te noemen,
maar laten we even wel wezen: 111 dode gevangenen, niet één agent
die wat had. Reken maar uit. En ook andere scènes werken
uitstekend, zoals die tussen twee broers die in dezelfde cel
terecht zijn gekomen. Eén van hen is een dealer die niet van z’n
eigen spullen kan afblijven, de ander probeert hem clean te krijgen
– wat hem niet goed zal bekomen.

Maar helaas is het totaal van de film niet gelijk aan de som van
de onderdelen. Babenco probeert een emotionele reactie uit z’n
publiek te sleuren door continu te werken met hevige contrasten in
de toon van de film. Ondanks alles, is ‘Carandiru’ regelmatig een
zeer geestige prent, waarin het lot van de gevangenen met de nodige
ironie uit de doeken wordt gedaan. En dan, net wanneer het publiek
zich ontspannen heeft met een komische scène, gooit Babenco er een
gruwelijke moord tegenaan. Je snapt wel waarom hij dat doet, wat
z’n bedoeling is, maar daarom werkt het nog niet altijd even goed.
De wisselingen in toon zijn vaak enorm abrupt, en zo wordt het soms
simpelweg onmogelijk om te kunnen lachen met een grap, of om een
dramatische scène serieus te nemen wanneer ze net na een lichter
moment komt.

Ook lijdt Babenco aan het syndroom van de heilige misdadiger: om
ons te doen meevoelen met de hoofdpersonages, gaat hij hun verleden
systematisch opblinken om er beter uit te komen. Niemand van de
criminelen met wie Varella praat, heeft echt een brute,
onvergeeflijke misdaad gepleegd. Op de één of andere manier kunnen
ze allemaal wel verzachtende omstandigheden aanvoeren, kunnen ze
een rechtvaardiging verzinnen voor wat ze hebben gedaan. Je zou
bijna gaan geloven dat de gevangenissen in Brazilië vol met
lieverdjes zitten die het allemaal niet zo kwaad bedoeld hadden.
Babenco vertrouwt z’n eigen publiek schijnbaar niet erg, alsof hij
bang is dat we de dood van 111 ongewapende gevangenen niet erg
zouden vinden indien hij geen sympathieke knollen van hen
maakte.

Dat alles neemt niet weg dat er erg sterk geacteerd wordt,
vooral door Milhem Cortaz, als Dolk, een huurmoordenaar die in
extremis plots Jezus vindt (die zit ook altijd op de laatste plek
waar je zoekt), en door Ailton Graça als Majesteit, een man met
ernstige liefdesproblemen. Babenco houdt de vaart er behoorlijk in
(de film duurt 145 minuten, maar voelt veel korter aan), en weet
met de laatste dertig minuten nog een emotionele mokerslag toe te
dienen die nog tot ver voorbij de parking van de bioscoop zal
nazinderen. ‘Carandiru’ is een ongelijke film, met behoorlijk wat
schoonheidsfoutjes, maar het is wel een fascinerende, goed in
elkaar gestoken prent, die absoluut de moeite en de prijs van een
ticket waard is.

http://carandiru.globo.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + 13 =