Lost In Translation




Zie je wel dat talent in de genen zit! ‘Lost In Translation’, de
tweede film van Sofia Coppola (dochter vàn), werd in de VS op
vrijwel unanieme loftuigingen onthaald, is op het moment van
schrijven genomineerd voor vijf Golden Globes en wordt nu al getipt
als grote kanshebber voor een resem oscarnominaties. Het zou
uiteraard bijzonder bon ton zijn om vervolgens heel blasé
over zo’n film te gaan praten, maar voor één keer ga ik gewoon even
mee kwijlen met alle andere slijmerds: dit is een prachtige
film.

Bill Murray speelt Bob Harris, een acteur die met nauwelijks
verholen tegenzin naar Tokio trekt om een reclamespotje voor whisky
te filmen. Eigenlijk zou hij liever op het toneel staan, maar zoals
hij later zal zeggen: ‘Dit gaf me de kans om m’n vrouw te
ontvluchten, de verjaardag van m’n kind te missen en twee miljoen
dollar op te strijken.’ Laten we zeggen dat Bob een beetje cynisch
is geworden over z’n beroep. Maar de whisky doet tenminste wat hij
moet doen, en Bob trekt zich terug in de chique bar van het hotel
waar hij verblijft, eenzaam, droevig en vrijwel continu
dronken.

Daar maakt hij kennis met Charlotte (Scarlett Johansson), een
jonge vrouw die net is afgestudeerd en nu niet weet wat ze moet
gaan doen. Ze is in Tokio samen met haar man, een fotograaf voor
wie zij duidelijk een blok aan het been is, en terwijl hij gaat
werken, spendeert zij, net als Bob, teveel tijd alleen. In haar
kamer, in de van de pot gerukte stad die Tokio schijnbaar is, en in
de bar van het hotel, waar ze Bob ontmoet. De twee schelen dertig
jaar in leeftijd, maar bij elkaar vinden ze eindelijk een soort van
steun en begrip. Tijdens de volgende paar dagen trekken ze samen de
stad in, en ze praten over hun leven, het huwelijk, kinderen en al
die dingen waarover je schijnbaar alleen maar met vreemden echt
voluit kan praten.

Coppola’s persoonlijke ervaringen kleuren heel de film – haar
reizen naar Japan, haar (notoir) falend huwelijk met regisseur
Spike Jonze (die van ‘Adaptation’),
haar achtergrond als fotografe… Van begin tot eind voel je dat
dit een zeer persoonlijk project is. Ze is niet geïnteresseerd in
het vertellen van een traditioneel verhaal – ze heeft gewoon die
twee personages, die ze door en door kent, en die ze met ons wil
delen. Coppola weet precies hoe ze ons binnen moet leiden in het
leven van Bob en Charlotte, en tegen het einde van de rit, vinden
we het jammer dat we afscheid van hen moeten nemen.

Hoe doet ze dat dan? In de eerste plaats gunt ze de beide
personages tijd om een aantal scènes alleen door te brengen. Op
zichzelf bekeken gebeurt er niet zoveel – we zien Charlotte eenzaam
voor haar gigantisch, panoramisch venster zitten of op haar bed
liggen, altijd in een foetuspositie, alsof ze zichzelf wil
beschermen tegen al wat er zich buiten haar kamer bevindt. Haar man
had er net zo goed niet kunnen zijn, en wanneer ze samenkomt met
vrienden, zien we haar bijna gek worden van de banaliteit van hun
conversaties. Fundamenteel is ze alleen, en Coppola geeft haar,
zeker aan het begin van de film, de tijd om alleen te zijn. Dat
heeft ze nodig, anders zouden haar latere scènes met Bob niet zo
goed werken. Visueel benadrukt Coppola dat gevoel door Charlotte
altijd te omringen met verticale lijnen, wat de ruimte waarin ze
zich bevindt, kleiner lijkt te maken, een claustrofobisch
gevoel.

Bob krijgt van hetzelfde laken een pak – bijna psychopatisch van
de jet-lag en het slaapgebrek, wordt hij overdonderd door de niet
aflatende vriendelijkheid van iedereen om hem heen. Maar niemand
waarmee hij kan praten. Tokio als stad is ook al niet erg
behulpzaam voor onze twee helden – na de film te zien, zou ik er
nooit naartoe willen gaan. Van in de hotelkamers tot op de straten,
komt de metropool hieruit tevoorschijn als een soort van hels
amusementspark voor volwassenen, waarin technologie alle gevoel
voor menselijkheid en persoonlijkheid heeft weggeveegd. Vroege
scènes in de film, waarin Bob ‘s nachts wordt wakkergebliept door
faxen, en een wanhopig gevecht levert met een douche en een
trainingsapparaat, zijn bijzonder grappig – maar op een ander
niveau tegelijkertijd toch ook weer zeer triest. Bob komt hieruit
tevoorschijn als een man die grappig zou kunnen zijn, maar er al
lang geen zin meer in heeft, en Bill Murray weet precies hoe hij
hem moet spelen. Murray is wellicht de enige ‘Saturday Night
Live’-komiek uit de jaren tachtig die zowel in komische als
dramatische rollen z’n geloofwaardigheid heeft kunnen behouden
(waar zitten Chevy Chase en Dan Aykroyd?), en hier is hij slim
genoeg om niet openlijk grappig te staan doen. Dat zou immers niet
bij z’n personage passen. ‘Lost In Translation’ is vaak een
hilarische film, maar de humor komt juist uit de manier waarop
Murray volkomen onderkoeld reageert op de buitenissige gedragingen
van de Japanners. Een volk dat hij niet begrijpt, waarvan hij de
taal en de gebruiken niet snapt.

Scarlett Johansson is al even goed – op het moment van filmen
was ze maar achttien, negentien jaar, maar ze speelt hier emoties
en gedachten die ouder zijn dan dat, zonder haar geloofwaardigheid
te verliezen. Als koppel biedt de gelegenheid van een seksuele
relatie zich vanaf het begin aan, maar nee. Die voor de hand
liggende val wordt vakkundig vermeden – het hele verhaal zou dood
zijn neergevallen indien de twee met elkaar naar bed waren gegaan,
aangezien alle spanning tussen de personages stante pede verdwenen
zou zijn. En spanning tussen de personages is er – het knettert
tussen Murray en Johansson van hun eerste scène tot hun laatste.
Vooral hun laatste. Het afscheid dat ze delen, is één van de
mooiste, meest oprecht emotionele scènes die ik sinds lange tijd in
een film heb gezien.

Mijn favoriete scène (ik kan het echt niet laten): een poging
tot conversatie tussen Murray en een oude Japanse man in een
wachtkamer van een ziekenhuis. De Japanner is honderduit aan het
praten, Murray snapt er de ballen van, maar beaamt netjes alles dat
de man zegt. Op de achtergrond zien we twee figuranten stikken van
het lachen, en meteen krijg je de indruk dat dat moment niet
gepland was, dat die twee dames inderdaad de slappe lach hadden
gekregen en dat Coppola er simpelweg voor gekozen heeft om die
scène erin te houden. En terecht, want het is een wonderlijk
spontaan stukje cinema.

‘Lost In Translation’ is emotioneel op een goede manier,
beklijvend, geestig, eerlijk, intelligent, volwassen, rijp… Gooit
u er nog maar een paar adjectieven tegenaan. Verplichte kost.

http://www.lost-in-translation.com/

Lees de bespreking van de soundtrack
van ‘Lost In Translation’!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 4 =