Intolerable Cruelty




Het is eigenaardig hoe de nieuwe komedie van de befaamde
broertjes Coen slechts sporadisch aanvoelt als een echte Coen-film.
Alle elementen zijn er: een welbekend genre dat vervolgens lichtjes
verwrongen wordt, surrealistische personages, absurde,
droogkomische dialogen en een zeer ironisch gebruik van muziek. En
toch zijn er maar een handvol momenten waarop ‘Intolerable Cruelty’
de onmiskenbare sfeer van een echte Coen-film tot leven weet te
wekken. Dat sfeertje waarin alles kan gebeuren, en logica
regelmatig wordt opgeofferd ten voordele van een slimme
plotwending. De rest van de tijd kijken we naar een aangename, vrij
goed geschreven en inventief geregisseerde romantische komedie –
maar meer ook niet. En van de Coens verwachten we nu eenmaal meer.
Althans, ik doe dat.

George Clooney speelt Miles Massey, een aalgladde advocaat,
gespecialiseerd in echtscheidingen. Massey, een pompeuze figuur die
zich meer zorgen maakt over zijn haar en de staat van zijn tanden
dan over zijn cliënten, verliest nooit een zaak, maar stilaan
begint hij zich te vervelen in zijn beroep. Tot Marilyn Rexroth
zijn kantoor binnenstapt – deze niet onfris uitziende dame
(Catherine Zeta-Jones), wordt slachtoffer van Miles’ geslepenheid
wanneer hij haar man vertegenwoordigd in hun echtscheiding, maar
Miles heeft onmiddellijk een boontje voor haar. Enkele weken na de
scheiding staat Marilyn opnieuw voor Miles’ neus, met een nieuwe
aanstaande echtgenoot: oliemiljonair Howard D. Doyle (Billy Bob
Thornton). Marilyn vraagt hem om hun huwelijkscontract te
verzorgen, en Miles wéét dat ze op een of andere manier probeert om
geld uit te situatie te persen. Hij weet alleen niet hoe.

Het leuke aan de gemiddelde Coen-film, is dat er in essentie
geen regels zijn voor de richtingen die het verhaal kan uitgaan. Er
is altijd plaats voor het onverwachte, zelfs het magische. Neem nu
Tim Robbins die middenin een val van een torengebouw gewoon blijft
hangen om aangesproken te worden door een engel in ‘The Hudsucker
Proxy’. Billy Bob Thornton die plots een vliegende schotel ziet in
‘The Man Who Wasn’t There’. Of gewoon
de hele plot van ‘The Big Lebowski’.
Die momenten zijn in feite onzinnig, ze breken de conventies van
het genre, maar keer op keer zorgen ze ervoor dat de film iets
unieks krijgt. In ‘Intolerable Cruelty’ vinden we zoiets niet. De
film begint als een romantische komedie, die veel te danken heeft
aan de “screwball comedies” van de jaren veertig en vijftig, en
eindigt ook zo. Onderweg komen we dan wel een aantal
ongebruikelijke personages tegen, maar de regels worden nergens
gebroken. Dat typische Coen-element zit meer weggestopt onder de
oppervlakte, om plaats te maken voor een mainstream-gevoel. Ons
favoriet regisserend duo heeft schijnbaar water bij de wijn gedaan
om een groter publiek aan te spreken.

Dat is ook voelbaar in de manier waarop de film in beeld werd
gezet. Het is allemaal zeer efficiënt gedaan, maar buiten de
beginaftiteling (die er werkelijk fantastisch uitziet), is me
nergens een shot opgevallen dat me is bijgebleven tot na de film,
terwijl dat in letterlijk élke andere Coen-film tot nu toe het
geval was. Het bowlingbal-perspectief in ‘Lebowski’, bijvoorbeeld. Dat hek dat de
oneindigheid ingaat in ‘Fargo’. Hier kiezen de gebroeders voor een
veiliger, klassiekere aanpak die nergens echt in het oog springt,
en dat is jammer.

Dat neemt allemaal niet weg dat er heel wat te lachen valt met
‘Intolerable Cruelty’, én dat er twee of drie volstrekt geniale
scènes in terug te vinden zijn. Een mindere Coen-film blijft
tenslotte nog steeds beter dan negentig procent van wat er verder
in de zalen terug te vinden valt. George Clooney levert een
uitstekende prestatie als Miles Massey, een man die zo ijdel is dat
wanneer hij ‘s nachts wakker wordt gebeld, hij instinctief z’n tong
over z’n tanden laat glijden om te voelen hoe glad ze zijn. Er
zitten een aantal komische scènes in de film, waarin Clooney’s
voornaamste job is om te reageren op wat andere personages doen, en
daarmee de grap af te maken. Wat dat wil zeggen, is dat hij in een
blik van twee, drie seconden de clou moet leveren, dat hij in een
camera moet kijken en gewoon grappig zijn. Het is niet iedereen
gegeven, maar Clooney lukt het. Hij draagt de film moeiteloos.

Tegenover hem staan Catherine Zeta-Jones, die een bitch speelt
en daar (niet echt verrassend) geen enkele moeite mee heeft, en een
schare aan bijrolletjes. Die excentrieke bijrollen zijn een
handelsmerk van de Coens, en de paar briljante momenten die
‘Intolerable Cruelty’ rijk is, komen dan ook van hen. De
verschijning van Heinz, de baron Krauss von Epsy, is ronduit
hilarisch, maar mijn persoonlijke favoriet was Wheezy Joe, een
zwaar astmatische huurmoordenaar. Het is tijdens dergelijke scènes
dat je ziet wat ‘Intolerable Cruelty’ had kunnen worden indien de
broertjes de vrije hand hadden gekregen om de hele film die toon
mee te geven: die toon van volstrekt absurde, waanzinnige situaties
die met een pokerface aan de man worden gebracht.

Dit is een film die zich perfect laat aanzien – u zult de hele
tijd glimlachen en af en toe luidop schateren, als u mij het
gebruik van dat verschrikkelijke woord wilt vergeven. Maar je kijkt
ernaar en je ziet de geest van het meesterwerk dat had kunnen
zijn.

http://www.intolerablecruelty.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − tien =