Johnny English


Een kennis raadde me Johnny English aan als een staaltje van
“typische Britse humor”. Of dan toch wat mensen daaronder verstaan
in het tijdperk van ‘Mr. Bean’: Rowan Atkinson, nochtans verheven
tot de status van persoonlijke halfgod na ‘Blackadder’, heeft er
bijna in z’n eentje voor gezorgd dat wat de rest van de wereld
genoegzaam onder Britse humor verstaat, niets meer te maken heeft
met verfijnde ironie of droog sarcasme. Britse humor is nu, dankzij
films als ‘Bean’ en deze ‘Johnny English’, gedegradeerd tot
dezelfde flauwiteiten en vulgariteiten die de Amerikanen ons al
jarenlang in de strot rammen, maar dan vergezeld van het soort van
uitgestreken gezicht waar Amerikanen zelden of nooit toe in staat
zijn. Nu wàren we net ‘Benny Hill’ vergeten, komen ze hier weer mee
op de proppen! Wie écht Britse humor wil zien, kan maar beter het
verzamelde werk van John Cleese en Monty Python nog eens
bovenhalen. Die waren soms net zo vulgair, maar altijd vergezeld
van een allesoverheersende intelligentie, die hier in geen velden
of wegen te bekennen is.

‘Johnny English’ is een zoveelste parodie op de James Bondfilms,
hoewel het maar de vraag is wie daar nog op zat te wachten na drie
‘Austin Powers’-films én daarvoor al andere projecten, zoals het
afzichtelijke Leslie Nielsen-vehikel ‘Spy Hard’ (hebt u dààr ooit
al eens naar moeten kijken?). Rowan Atkinson speelt het
titelpersonage, een weinig betekenende functionaris voor “MI-7”,
die droomt van het opwindende leventje van een gentleman-spion.

Hij krijgt zijn kans wanneer alle andere agenten van de geheime
dienst omkomen bij een explosie. English krijgt nu de taak de
kroonjuwelen te bewaken tijdens een soirée waarop de koningin
aanwezig zal zijn, én Pascal Sauvage, een Franse zakenman die z’n
fortuin vergaarde met een keten gevangenissen (!) en financieel
bijdroeg aan de restauratie van de juwelen. Sauvage wordt gespeeld
door niemand minder dan John Malkovich, met een accent dat
(hopelijk bewust) zover over de top is, dat de top enkel nog een
vrijwel onzichtbare stip in de duistere diepte daarbeneden is.

Wat u denkt dat er zal gebeuren, gebeurt natuurlijk ook: de
kroonjuwelen worden gestolen, en English begint zich een weg door
het onderzoek heen te blunderen, bijgestaan door zijn trouwe
sidekick Bough, en een mysterieuze dame (Natalie Imbruglia).

Merkwaardig hoe een voorval uit 1066 nog steeds invloed kan
uitoefenen op de mentaliteit van een heel volk in het jaar 2003. De
Engelsen kunnen de Fransen schijnbaar nog steeds niet luchten, en
‘Johnny English’, een film waarvoor het moeilijk is een praktische
functie te bedenken, functioneert vrijwel uitsluitend als één lange
Fransmannen-grap. Eigenaardig dat een acteur als John Malkovich
zich voor dit soort project liet vangen, nog eigenaardiger dat hij
dit soort karikatuur van een Fransman wilde neerzetten – Malkovich
woont zelf in Frankrijk, hij moet toch een beter accent in de kast
hebben liggen? Aanvankelijk kunnen de talrijke verwijzingen naar
onze zuiderburen nog een paar glimlachjes uitlokken, maar na een
tijdje wordt het enkel flauw en kinderachtig.

Hetzelfde kan trouwens gezegd worden voor de rest van de film.
Heel af en toe is het mogelijk dat u een goeie grap tegen het lijf
stoot (die kunt u dan waarschijnlijk wel in de trailer zien), maar
voor het overige is het huilen met de pet op. Al die
spionnen-toestanden werden door Mike Myers al lang afdoende
behandeld, en alles wat Atkinson in ‘Johnny English’ uitspookt,
lijkt enkel een flauw afkooksel daarvan. Nergens valt hier een
spoor van frisheid of originaliteit terug te vinden. Tegen de tijd
dat we Atkinson, uiteraard met een toepassend pokerface, bedekt in
stront uit een toilet zien opduiken, krijg je zin om het doosje van
de dvd of video vast te nemen, er in pure Homer Simpson-stijl mee
te schudden en te roepen: “Hellooo? Humor, where are you?!”

Rowan Atkinson voert zijn voorspelbare nummertje op als Johnny
English, wat er voornamelijk uit bestaat nog nét niet zoveel
smoelen te trekken als in ‘Bean’, en zijn dialogen uit te spreken
alsof hij in een ernstig politiek drama meespeelt. De rol en de
film zijn uiteraard op zijn lijf geschreven, dus ik veronderstel
dat niemand méér had kunnen aanvangen met het betreurenswaardige
materiaal. Ben Miller speelt met veel goeie moed de rol van Bough –
zijn schuld is het ook niet – en dan is er nog Natalie Imbruglia,
die buiten haar zangcarrière enkel een rolletje in de soap
Neighbours op haar activa heeft staan, en hier in geen geval werd
gecast op basis van haar talent.

Het is niet moeilijk om te raden wat de makers van dit onding
bezield heeft: ze zagen ‘Austin Powers’, en bovenal de recettes van
die film, en ze besloten een deel van die koek voor zichzelf op te
eisen. En het is nog gelukt ook, want ‘Johnny English’ was een
groot succes aan de kassa’s. Ik voorspel dan ook een hele resem
vervolgen (tot het niet meer lucratief is), elk met een andere
titelsong (die in deze film is van Robbie Williams), elk met
grotendeels dezelfde grappen. Ik voorspel ook dat ik niet in de
zaal zat zitten zolang ik het kan helpen. Wil iemand Rowan Atkinson
alstublieft eens in een stoel vastbinden en hem dwingen een tape
van ‘Not The Nine O’Clock News’ te bekijken? Schreeuw het hem recht
in zijn gezicht: “Kijk! Toen was je grappig! Vóór je een zoveelste
corporate cocksucker werd!”

http://www.johnny-english.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + 8 =