Igby Goes Down


J.D. Salinger, schrijver van de klassieke roman ‘The Catcher In
The Rye’ en befaamd kluizenaar, liet voor zijn dood wettelijk
vastleggen dat niets van zijn werk ooit verkocht mocht worden aan
de film- of televisiewereld, nadat Hollywood zijn verhaal ‘Uncle
Wiggily In Connecticut’ verbasterde voor de filmversie, ‘My Foolish
Heart’. Een echte verfilming van ‘The Catcher’ zullen we dus
wellicht nooit zien, maar ‘Igby Goes Down’ komt aardig in de buurt
– een cynische tragikomedie over een van alles en iedereen
vervreemde adolescent, die zijn weg zoekt in een wereld van phonies
en corruptie.

De Holden Caulfield van dienst is Igby Slocumb, met z’n
zeventien jaar de jongste telg uit een rijke New Yorkse familie.
Zijn moeder (Susan Sarandon) is een pillen slikkende neurote die af
en toe bovenop de meid gaat zitten wanneer het haar allemaal teveel
wordt. Zijn oudere broer Ollie (Ryan Phillipe), is een
oerconservatief, seuterig studentje, die zó z’n ouders achterna
lijkt te gaan. En zijn vader (Bill Pullman), is enkele jaren
geleden finaal doorgetrapt en zit nu in een psychiatrische
inrichting naar de muren te staren.

Igby rebelleert, wordt van de éne school na de andere getrapt,
en loopt uiteindelijk van huis weg om z’n intrek te nemen in één
van de vele flats die z’n oom D.H (Jeff Goldblum) erop nahoudt.
D.H. is, om redenen die niet meteen duidelijk zijn, bereid z’n mond
te houden over Igby’s aanwezigheid daar, en de jongen moet nu samen
leren leven met Rachel (Amanda Peet), de heroïne spuitende, veel
jongere vriendin van D.H, een zelfverklaarde kunstenares, die alles
doet behalve kunst creëren. Niet zoveel later leert Igby ook nog
Sookie (Claire Danes) kennen, en voor het eerst lijkt hij iemand
gevonden te hebben die hem wil aanvaarden voor wat hij is. Zo lijkt
het althans.

Een streng beregelde plot, die van punt a naar punt b gaat, is
er niet, en het duurt dan ook even voor ‘Igby Goes Down’ z’n draai
gevonden heeft. We openen met een briljante beginscène, die het
hele publiek onmiddellijk bij het nekvel zal grijpen door de
choquerende situatie en het wrede gevoel voor humor dat erbij
hoort. Maar vervolgens wordt de film rusteloos, met korte scènes
waartussen de samenhang niet altijd even duidelijk is, alsof de
regisseur (Burr Steers) nog een richting aan het zoeken is, de
juiste toon en het juiste ritme. Na pakweg een kwartier heeft hij
die gevonden, en eens Igby z’n intrek neemt bij Rachel, zijn we
vertrokken voor een uitstekende zwarte komedie, die over een
verrassend groot hart blijkt te beschikken, als het erop
aankomt.

Net als in ‘Catcher In The Rye’, revolteert onze anti-held tegen
de hypocriete, corrupte wereld van volwassenen en zijn broer.
Tijdens een vroege scène, waarin zijn oom een feestje geeft, is
Igby genadeloos in zijn observaties tegen Rachel – en dodelijk
accuraat: “Hij nodigt zijn vriendin uit op hetzelfde feestje als
zijn vrouw, al hun gezamenlijke vrienden weten ervan, maar niemand
die er iets van zegt.”

Zowat alle personages in ‘Igby Goes Down’ zijn al even erg: zijn
moeder, continu gedrogeerd, is enkel bezorgd om Igby’s slechte
schoolresultaten omdat die een negatieve indruk geven van haar, als
moeder. Rachel spuit zich plat om niet met zichzelf te moeten
leven, en Ollie, “de perfecte jonge republikein”, is flink op weg
om hetzelfde soort van leventje te leiden. Zoals Igby het ziet, is
alles om hem heen fake, alles is corrupt. Een flash-back naar
vroegere tijden, toen zijn vader nog thuis woonde, bevat misschien
de sleutel tot de hele film: Ollie kijkt in de lades van zijn
vaders bureau en vindt daar geen enkel vel papier, maar enkele
honderden keurig opeengestapelde sigaretten. Hoe kan hij al die
sigaretten daar gelegd hebben zonder dat iemand dat ooit opmerkte?
Het antwoord: niemand die erom gaf. Zolang de schijn, hoe hypocriet
dan ook, van een normaal leven er maar is. Igby is geboren uit die
hypocrisie, uit die fakeness – letterlijk. Maar hij wil er wel aan
ontsnappen.

‘Igby Goes Down’ bevat dus absoluut een ernstige ondertoon, en
een groot aantal thema’s die waarschijnlijk voor eeuwig en drie
dagen bij de puberteit van kinderen overal ter wereld zullen
blijven horen. Maar Burr Steers (ooit nog een acteur in ‘Pulp Fiction’), brengt het ons met een
royale dosis intelligentie en humor. (Sookie: “You call your mother
Mimi?” Igby: “Heinous One is a bit cumbersome.”)

Op die manier weet Steers zijn verhaal – dat nochtans niet nieuw
is – te vertellen zonder te vervallen in voorspelbaar, pathetisch
puberaal geleuter. Dit is een film die op geen enkel moment
neerbuigend doet tegenover z’n publiek: Igby is een kleine etter,
die we tegen het einde van de film leren waarderen ondanks z’n
onuitstaanbaar gedrag – gedrag dat deel uitmaakt van het arsenaal
van elke puber (zij het doorgaans niet in die mate, goddank), maar
dat je zelden of nooit ziet in een Amerikaanse productie. Geen
enkel personage is simplistisch, en tegen het einde, wanneer de
maskers beginnen te vallen, zien we in dat moederlief onder haar
neurotisch gedrag een vreselijke last meedraagt, en dat Ollie te
lijden heeft aan exact dezelfde jeugdtrauma’s als Igby. ‘Igby Goes
Down’ is niet zomaar een domme komedie die slim wil wezen door heel
trendbewust cynisch te doen. Het cynisme dient een doel, en aan het
einde onthult de film een heel menselijke, emotionele kern.

Kieran Culkin is een soort van revelatie als Igby – de jongen
moet het hele scala bespelen, van onverschillig klein rotzakje tot
gekwetst kind dat eigenlijk alleen maar wil dat zijn moeder hem
graag ziet, en tóch hetzelfde personage spelen, ervoor zorgen dat
er niets uit de toon valt. En het lukt hem. Voor een jonge acteur
met zo weinig ervaring in films, is dat een enorme prestatie.

Hij krijgt hulp van veteranen als Susan Sarandon (die het er dan
weer net iets té dik oplegt als pillenpopper) en Jeff Goldblum, en
van een eveneens uitstekende Ryan Phillippe. Doorgaans de gladde
loverboy, speelt hij deze keer een introverte sul, die stilletjes
z’n gang gaat en zich van niemand buiten zichzelf écht iets lijkt
aan te trekken. Claire Danes, nochtans niet één van m’n favoriete
actrices, speelt hier één van haar betere rollen als Igby’s
vriendinnetje.

Daar komt nog bij dat de film visueel knap in elkaar zit – alles
speelt zich af in een herfstig, regenachtig New York (net zoals
‘The Catcher’, trouwens), waar warmte en geborgenheid ver te zoeken
zijn. Steers koos ervoor om geen al te gekke dingen te gaan doen
met zijn camera, de structuur is relatief simpel wat dat betreft,
maar wel effectief, en een dergelijke, relatief eenvoudige stijl
heeft als voordeel dat je meer naar de personages en hun omgeving
kijkt, dan naar de camerabewegingen. In dit soort film is dat een
voordeel.

‘Igby Goes Down’ zal ongetwijfeld heel wat tieners aanspreken,
maar ook al wie ouder is, is uitgenodigd. En daarna kunt u die
versleten, kapot gelezen kopie van Salingers boek nog eens uit de
kast halen, waarom niet?

http://www.igbygoesdown.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − 2 =