In The Bedroom

Een film als ‘In The Bedroom’ wordt vaak omschreven als een
“acteursfilm” of, nog erger, als een “dialoogfilm”, en ik heb
inderdaad al verscheidene personen naar deze film horen refereren
in die termen. Wat onzin is, aangezien elke goeie film althans
gedeeltelijk een acteursfilm is, en vooral aangezien ‘In The
Bedroom’ in het geheel niet afhangt van dialogen. Eerder het
tegenovergestelde. Stiltes zijn hier aanzienlijk veelzeggender.

We bevinden ons in Maine, in het gezin van arts Matt Fowler (Tom
Wilkinson) en zijn vrouw Ruth (Sissy Spacek). Vanaf het begin is
het duidelijk dat we hier te maken hebben met een koppel dat al
lang getrouwd is – er wordt weinig gesproken tussen de twee, tenzij
dan half-ernstige conversaties in de slaapkamer, maar dat is oké.
Ze houden van elkaar en ze hoeven dat schijnbaar niet continu te
bevestigen.

Het echtpaar heeft een zoon, Frank (Nick Stahl), die op het punt
staat naar de universiteit te vertrekken om architectuur te
studeren, maar verliefd wordt op Natalie (Marisa Tomei), een
nog-niet-gescheiden vrouw met twee kinderen die geterroriseerd
wordt door haar nog-niet-ex-man. Ruth keurt de relatie niet goed,
Matt kijkt er welwillend tegenaan en ondertussen gaat Frank steeds
meer twijfelen aan zijn studieplannen. Hij verzekert zijn moeder
dat zijn relatie met Natalie niet serieus is, maar zowel zij als
het publiek zien in dat dat niet waar is. Hij houdt van haar en
haar kinderen.

Dan zou je denken dat de film daar over zal gaan: over de
confrontatie tussen moeder, zoon en zijn vriendin, met vader
middenin, maar nee. Die voorspelbare soap-opera-weg wordt je
bespaard, wanneer de ex-man van Natalie het huis binnendringt en
tijdens een niet getoonde schermutseling Frank neerschiet.

Dat is de eerste onverwachte wending die het verhaal neemt; de
tweede vertel ik hier niet, maar laat ik alvast verzekeren dat ook
die tweede wending als een volslagen verrassing komt, zonder
daarvoor de logica van de plot en de personages te verbreken.
Opeens krijg je een heel andere film te zien; de film implodeert
als het ware tot een intimistische studie van de relatie tussen
Matt en Ruth, waarbij alle andere personages gedegradeerd worden
tot nevenfiguren die enkel nog opduiken in de mate waarin ze
relevant zijn voor het centrale koppel.

‘In The Bedroom’ is een film die drijft op stiltes, op wat niet
gezegd en niet getoond wordt. We zien niet hoe Frank wordt
neergeschoten. We zien niet hoe Matt het nieuws aan zijn vrouw
meldt. Wanneer Matt, na de begrafenis, de kamer van zijn zoon
bezoekt en huilend instort, krijgen we een fade-out waar de meeste
regisseurs de scène eindeloos zouden hebben uitgerokken voor
dramatisch effect. Matt en Ruth bespreken de dood van hun zoon
eigenlijk nauwelijks; zij kijkt tv, hij gaat naast haar zitten en
er volgt geen conversatie. We zien aan Ruth’s gezicht wat ze denkt
over het vermeerderde drinken van haar man, maar ze geeft geen
commentaar. Stiltes. Eindeloze, ijzige stiltes, terwijl ze beiden
langzaam maar zeker kapot gaan en ondertussen, buiten, de wereld
genadeloos verder draait. Hoe genadeloos? Wanneer het dan toch
eindelijk tot een climactische confrontatie tussen de twee
hoofdpersonages komt, wordt die onderbroken omdat er aan de deur
wordt gebeld – een scoutsmeisje komt koekjes verkopen. Zo
genadeloos.

Regisseur Todd Field is van oorsprong een acteur (hij zat
bijvoorbeeld in ‘Eyes Wide Shut’), en dit is zijn regiedebuut. Het
getuigt van een ongelooflijke durf om een film te maken die bewust
langzaam voorbijglijdt, die stiltes laat vallen en de aandacht van
het publiek vraagt. Het tempo ligt – zeker naar huidige normen –
vaak tergend laag, maar Field weet een visuele poëzie uit de
landschappen van New England te puren die continu je aandacht
vasthoudt. Ook weet je dat hij absoluut een regisseur is die ergens
naartoe werkt, die met elk shot een bedoeling heeft – hoe langzaam
het allemaal ook gaat, we zijn in handen van iemand die weet waar
hij naartoe wil. En dan zijn er nog de acteurs, die hier geen
woorden nodig hebben om een schat aan emotionele informatie over te
brengen. Vooral Sissy Spacek is diep indrukwekkend.

Evenzogoed zullen er heel wat mensen zijn die ‘In The Bedroom’
langdradig zullen vinden – Field gebruikt hier een filmtaal die nog
maar zeer zelden wordt gebruikt en bijgevolg moeilijk zal worden
geslikt door al wie gewend is geraakt aan de hoog-octaan Jerry
Bruckheimer-toestanden. De regisseur maakt continu vreemde keuzes:
zo laat hij op de voorbank van een auto twee personages een
conversatie voeren, terwijl de camera heel de tijd gericht is op de
slapende Ruth op de achterbank. Waarom? Dat is het soort van
symbolische, metaforische filmgedicht dat Field hier heeft
geconstrueerd, mensen, en je kunt er maar beter aan wennen.

Daar komt dan nog bij dat Field zijn film niet afsluit met een
louterende climax, hoewel je die indruk misschien wel even krijgt.
Uiteindelijk blijven de pijnlijke stiltes hangen, en is er bitter
weinig veranderd.

Alles tezamen is ‘In The Bedroom’ absoluut een film voor the
happy few: de één zal snurken, de ander zal ademloos naar het
scherm zitten staren, diep onder de indruk van dit kleine
meesterwerk over verlies, onuitgesproken verwijten en de ultieme
ontoereikendheid van vergelding.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + dertien =