Dogville




Na het internationale succes van ‘Breaking the
Waves’ en ‘Dancer in the Dark’ (met ‘The Idiots’ er tussenin, als
een soort excentrieke entr’acte die te extreem was in zijn
seksualiteit om pakweg een Amerikaans publiek te bereiken), was
Lars von Trier één van de relatief weinige arthouse
filmmakers geworden die, zonder zijn artistieke visie te
compromitteren, toch een grote aanhang had weten te verzamelen. In
principe had hij kunnen incasseren op dat succes door opnieuw een
melodrama te maken in de stijl van zijn vorige films, maar von
Trier is er nooit de man naar geweest om zijn fans naar de mond te
praten. Met ‘Dogville’ gaf hij hen opnieuw een lijdende heldin, die
misbruikt wordt door de gemeenschap waarin ze terecht komt, maar
dan wel in combinatie met extreem vormelijk minimalisme: ‘Dogville’
is een film zonder sets, geheel gefilmd op één enkel podium, waarop
de verschillende huisjes van het dorp uit de titel door middel van
witte lijnen worden aangegeven. Een gewaagde zet, die ervoor zorgde
dat zowel regisseur als publiek op hun qui-vive werden
gehouden.

Het verhaal: Dogville is de naam van een
onooglijk stadje in de Rocky Mountains, dat voornamelijk bestaat
uit één enkele doodlopende straat, Elm Street, waar nooit een olm
gegroeid heeft. Het zijn de jaren dertig, en de depressie heeft
hard toegeslagen. We ontmoeten de mensen als veelal goedbedoelende
zielen die allemaal liever elders zouden zijn, die allemaal
vastzitten in hun stadje, in hun gehandicapt lichaam of
achtergestelde geest, in hun leven.

Dan komt Grace (Nicole Kidman) als vanuit het
niets tevoorschijn, achterna gezeten door enkele sinister uitziende
mannen in zwarte wagens. Tom (Paul Bettany), de plaatselijke
filosoof en aspirant-schrijver, biedt haar onderdak, en na overleg
met de rest van het stadje, wordt besloten dat Grace zich in
Dogville mag verbergen voor haar belagers. In ruil daarvoor zal
Grace de mensen helpen waar ze kan, door onkruid te wieden, door te
helpen appels te plukken, door op de kinderen te letten of gewoon
door te luisteren naar de verhalen van de oude, blinde man. Op die
manier krijgen de mensen van Dogville Grace als het ware in hun
macht – de knappe vreemdelinge is duidelijk voor iemand op de
vlucht, wat als ze naar de politie gaan? – en het duurt niet lang
voor ze die macht gaan misbruiken op steeds schandelijker
manieren.

Dat alles is min of meer gebaseerd op Berthold
Brechts ‘Driestuiveropera’, en dan in het bijzonder het liedje
‘Jenny de Piraat’, over een meisje dat werkt als schoonmaakster in
een hotel en door alle mannen bespot en vernederd wordt, tot blijkt
dat ze deel uitmaakt van een piratenbende. Op een bepaald moment
meren haar vrienden aan in de stad, om dood en vernieling te
zaaien. Jenny de piraat heeft haar wraak. Brecht is ook op een
andere manier aanwezig in ‘Dogville’, met zijn
Verfremdungseffekt: stilistische ingrepen die hij bewust
aanbracht, om het publiek eraan te herinneren dat ze naar een
toneelstuk aan het kijken waren, om de illusie te doorprikken. Von
Triers beslissing om geen decors te gebruiken, is weinig meer of
minder dan dat: het is een manier om de kijker wakker te houden,
uit de droom die een fictiefilm meestal verondersteld wordt op te
wekken.

Die hele set-up klinkt misschien als weinig meer
dan de pretentie van een regisseur die zonodig wil bewijzen dat hij
kunst aan het maken is, maar het dient wel degelijk ergens toe. Ten
eerste verplicht het je om naar de mensen te kijken, simpelweg
omdat er verder niets is. Ten tweede maak je een inhoudelijk punt:
von Trier werd voor deze film beschuldigd van America
bashing,
omdat de dorpsbewoners zich verlagen tot behoorlijk
afstotelijk gedrag tegen het einde – en ook gewoon omdat de film
uitkwam op een moment toen Amerikanen nogal snel spraken van
America bashing. Maar daarmee negeerden ze wel de
universaliteit van het verhaal. Door de decors achterwege te laten,
maakt de regisseur het punt dat dit zich overal had kunnen
afspelen, in elk stadje, in elk land. En ten derde zorgt het er ook
voor dat we bijna altijd op cruciale momenten alle andere
personages op de achtergrond zien. Wanneer Grace haar steeds
brutalere lotgevallen ondergaat, zien we dat gebeuren in de context
van het hele stadje, dat steeds zichtbaar aanwezig is. Ongeveer
halverwege de film kom je trouwens tot een zeer vreemde
vaststelling: je merkt het niet meer dat er geen decors
zijn. Je verstand is eraan gewend geraakt.

Ook de bijbelse connotaties, die als een
constante doorheen het werk van von Trier lopen, zijn hier weer
overvloedig aanwezig. Zo profileert Grace (de naam zelf heeft al
iets religieus), zich tijdens de film als een soort van martelaar,
die gelaten alles over zich heen laat gaan, als was ze Jezus zelf.
Tot op het einde, wanneer het Oude Testament het zéér duidelijk
overneemt van het Nieuwe. Ik wil maar zeggen: zelfs de hond in deze
film heet Moses.

Inhoudelijk biedt ‘Dogville’ dus duidelijk stof
tot nadenken, maar de emotionele band wordt er gelegd door de
acteurs, die stuk voor stuk uitstekend werk leveren. Kidman draagt
de film schijnbaar moeiteloos, in een vertolking waarvan we pas
tijdens de laatste scène beseffen hoe goed ze eigenlijk wel was,
omdat ze daar naar een andere versnelling over dient te gaan. Paul
Bettany vult goed aan als de artistiekeling die tenslotte
geconfronteerd wordt met de vraag wat het belangrijkste is: liefde
of kunst? En achter hen staat een cast van rasacteurs als Philip
Baker Hall, Lauren Bacall, Jean-Marc Barr, Von Trier-getrouwe Udo
Kier en John Hurt als de alom aanwezige verteller.

Het enige dat echt tegen de film in te brengen
valt, is dat de dialogen de setting volgen in hun theatraliteit.
Vooral naar het einde toe valt het op in wat voor pompeuze taal de
personages zich eigenlijk uitdrukken. Op zichzelf stoort dat
misschien niet echt, maar het zorgt er wel voor dat die dialogen
langer gaan duren dan nodig is. ‘Dogville’ is bijna drie uur lang,
maar had gerust een twintigtal minuten korter gemogen. Zo had de
regisseur allicht kunnen vermijden dat zijn pretentie er op het
einde zachtjes door kwam schemeren.

Maar goed, dat is dan weer commentaar op een
film die tenminste het lef heeft om te experimenteren, om zinnige
dingen te vertellen op een manier die we nog niet eerder hebben
gezien. Lààt er dan nog een paar schoonheidsfoutjes inzitten, dit
is opwindende cinema voor mensen die niet bang zijn om zelf enige
moeite te doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + achttien =