Blue Crush


Het gebeurt niet al te vaak dat we surffilms in de zalen krijgen
– de nobele sport van het golvenrijden laat het grootste deel van
de Europese markt zo Siberisch koud, dat dit soort van verhikels
doorgaans rechtstreeks op de onderste plank van de videotheek
belanden, waar ze thuishoren. ‘Blue Crush’, daarentegen, werd een
verrassingshit in de VS, voornamelijk omdat dit een surffilm is die
pretendeert méér te zijn dan dat. Het is – haal uw zakdoeken maar
alvast boven – een inspirerend verhaal over een jonge vrouw die
haar dromen najaagt ondanks alle tegenkanting. Dat deze jonge vrouw
prima een bikini weet te vullen, is daarbij mooi meegenomen, maar
wie bent u om te denken dat het niet onappetijtelijke lichaam van
het hoofdpersonage de voornaamste bestaansreden van deze film zou
zijn? Hoe komt u erbij, u moest zich schamen!

Het verhaal werd, gelove wie kan, gebaseerd op een artikel van
Susan Orlean, dezelfde non-fictie schrijfster die onrechtstreeks de
inspiratie leverde voor ‘Adaptation’. Het artikel ging over hard
werkende meisjes die het bepaald niet breed hadden maar zich toch
elke dag de ziel uit het lijf surfden in de hoop ooit ontdekt te
worden, om door te breken in de topklasse. ‘Blue Crush’ is nog maar
net begonnen, met een montage van hele mooie meiden die zich
opmaken om zo fotogeniek mogelijk op een surfplank te springen, of
we weten al met absolute zekerheid dat dit de film zal worden
waarin die doorbraak zal gebeuren.

Kate Bosworth speelt Anne Marie, die samen met haar drie zussen
ergens op Hawaii tussen de palmbomen woont, en een weinig
glamoureus leventje leidt als meid in een hotel waar de rijken en
arroganten hun zomers komen doorbrengen. Anne Marie droomt van een
overwinning in een prestigieuze surfwedstrijd waar ze binnenkort
aan zal deelnemen, maar wordt geplaagd door dromen van fatale
valpartijen, die ervoor zorgen dat elke golf die haar wat te
angstaanjagend voorkomt, een onoverkomelijk obstakel wordt. In de
aanloop naar die wedstrijd, wordt ze ook nog eens verliefd op een
knappe, vlotte en bijgevolg voor de mannelijke leden van het
publiek totaal onuitstaanbare football-speler.

Wat denkt u? Zàl Anne Marie haar dromen op surfglorie laten
vallen voor haar nieuwe romance? Zàl ze haar jongste zusje terug in
het gareel trekken nadat deze zich liet verleiden tot een leven van
losbandigheid en – nog erger – sigaretten? Zàl ze haar angsten
overwinnen om triomfantelijk uit het strijdperk en de zee
tevoorschijn te komen? Ik ben niet iemand die graag spoilers in een
bespreking zet, maar laat ons zeggen dat ‘Blue Crush’ zich niet
bepaald ontwikkeld tot een deprimerend drama.

De plot heeft veel weg van wat Jerry Bruckheimer en de één of
andere anonieme schlemiel van een regisseur deden met ‘Coyote Ugly’. Ook ‘Blue Crush’ maakt
aanspraak op de titel van “inspirerend meidenverhaal”, maar net als
die vorige (en nog veel slechtere) film, of de recente
stewardessen-komedie ‘A View From The
Top’
, trapt dit geforceerd melodrama in een voor de hand
liggende val: het verwarren van girl power met met sex-appeal. In
dit soort films halen vrouwen het tot de top omdat ze er goed
uitzien: ze dansen op een toog, ze serveren drankjes in een
vliegtuig, of ze gaan in een minimalistische bikini op een
surfplank staan. En telkens opnieuw vinden ze een vriendje dat hen
helpt om door te zetten, want het mag dan wel een woman’s world
zijn, het zou niets betekenen zonder een jongen of een man. Waar
zitten al die vrouwen die het hebben moeten waarmaken zónder dat ze
eruitzagen als een vluchteling uit een hoenderhok voor P-Magazine
Babes? Waar zitten de vrouwelijke dokters, wetenschappers,
kunstenaars, die het met hun intellect en talent moesten stellen om
er te geraken? Een film over zo iemand, dàt zou een inspirerend
vrouwenverhaal zijn, dàt zou girl power zijn.

Maar goed, dan zit je al aan een andere film te denken. ‘Blue
Crush’ mag dan wel andere ambities hebben, maar wat het is, is een
uitstalraam voor de fijne vleeswaren van de actrices, én een excuus
voor regisseur John Stockwell om te tonen dat hij een surfscène in
elkaar kan steken. En dat kan hij. De scènes op het water zijn soms
écht indrukwekkend, met een camera die onder en zelfs àchter de
golven kruipt om ons een indruk te geven wat het betekent om op
zo’n bord te staan. De beste surfscènes die ik tot nu toe had
gezien (niet dat ik zo’n expert in het genre ben), waren die in
‘Point Break’. ‘Blue Crush’ vertrappelt Patrick Swayze en Keanu
Reeves met het grootste gemak. De surfmomenten hier zijn
opgetrokken uit pure adrenaline, voornamelijk omdat de mensen op
die planken hier geen onkwetsbare superhelden zijn, maar gewone
mensen die maar al te gemakkelijk van zo’n ding af kunnen kwakken,
met alle risico’s op verdrinking en zware verwondingen vandien.

Het belangrijkste reële probleem met de film, zelfs als je niet
denkt aan wat het had kùnnen zijn, is dat de porties tussen de
surfscènes weinig interessant zijn. We krijgen een volkomen
voorspelbaar liefdesverhaaltje, aangevuld door clichématige
momenten tussen de zusters. Wij als publiek weten al lang hoe het
allemaal zal aflopen, voor de personages dat weten, en bijgevolg
zitten we enkel te wachten tot die geforceerde emotionele scènes,
die schijnbaar louter werden afgehandeld omdat men er nu eenmaal
niet buiten kon, voorbij zijn en we terug aan de actie kunnen
beginnen.

‘Blue Crush’ is dus niet helemaal slecht, met surfscènes die
ervoor zorgen dat je achteraf het water uit je oren wilt laten
lopen en het zand van tussen je reet wilt pulken. Maar hij is wel
voorspelbaar, oliedom, en helemaal niet zo vrouwvriendelijk als men
u zou willen doen geloven. Dit is een film voor surfdudes,
tienerjongetjes wiens ogen nog uit hun hoofd springen als ze een
knappe dame in bikini zien, en voor hun oudere tegenhangers, die
elke week de Ché kopen omdat ze met Penthouse niet voorbij de dame
van de krantenwinkel durven. Voelt u zich aangesproken, u weet waar
naartoe.

http://www.blue-crush.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 1 =