Moonlake :: Oscillating Headcom

Het is nog vroeg op het jaar, maar toch zijn we vrij zeker dat de Zamu-award voor de moeilijkste albumtitel 2003 naar Moonlake zal gaan. Oscillating Headcom begot! Competition closed. Het plaatje in kwestie is al net zo’n twijfelgeval.

Net als Millionaire was ook Moonlake één van de slachtoffers van het debacle dat Luc Van Ackers Les Enfants Terribles-label werd. U herinnert zich het verhaal misschien nog: Van Acker krijgt van BMG de mogelijkheid een sublabel op te richten, tekent een aantal groepen en laat die een cd opnemen. En dan maakte een baaswissel bij BMG een eind aan het verhaal: het label werd gedumpt en Van Acker en zijn groepen konden terug naar af.

Moonlake in zak en as dus, maar twee jaar later is het dan toch zover: Oscillating Headcom werd uiteindelijk op de mensheid losgelaten met behulp van het kleine Deadline label maar of dat een zegen of een vloek is, moet nog blijken. Niet alles op het plaatje plakt immers even hard aan de ribben.

Het is een klassiek recept dat de koks in de Moonlake-keuken bereiden: neem een bodempje songschrijverij, overgiet het met een dosis glam en werk af met subtiele elektronicapartijen. Het resultaat zweemt naar Suede, Travis en zelfs naar de wijdheid van Ozark Henry. Je moet al een grote knoeier zijn om dergelijke blauwdruk te doen mislukken.

“America” is een goeie opener waar alle vermelde ingrediënten in gelijke delen worden voorgeschoteld, met een zuchtend en smekend refrein als dessert. Lang geleden dat we nog eens zo’n archetypische “baaaaaaaaaaaby” hoorden. “67” en “Monster” zijn daarna aardige tracks, maar “Feedback nr. 1” is een weinig overtuigende single.

Neen, dan ware “Cold Sweat” — by far de beste track van het album — een betere keus geweest. Het is trouwens de enige song die de “veelvuldige draaibeurt”-test volledig overleeft, want ook al is Oscillating Headcom best aangenaam bij een eerste beluistering, de vijfde keer kabbelt het verveeld weg op de achtergrond.

Zeker de tweede helft lijdt onder een zekere éénvormigheid, met dezelfde elektronische beatjes en riedeltjes als monotoon behangpapier. “Mono” zelf is trouwens een hoogst vervelend en overbodig instrumentaal niemendalletje. Enkel afsluiter “Pavor Noctrum” (wat, zegt u?) en “Me” overstijgen dan nog de middelmaat.

Of Moonlake een blijvertje is, valt dus nog te bezien. De groep kan net zo goed tussen de plooien verdwijnen, als dat een hitnotering voor “Cold Sweat” hun alsnog boven dit middelmatige debuut doet uitstijgen. Afwachten dus. Maar voorlopig: Oscillating Headcom met de nodige omzichtigheid benaderen en in geval van aankoop met mondjesmaat tot zich nemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 16 =