Willem Vermandere :: Als ik zing (1984)

Met Flip Kowlier mag de hipheidsfactor van het West-Vlaams al ernstig zijn toegenomen,
de peetvader van het West-Vlaams blijft toch nog altijd über-bard Willem Vermandere. Tijd om
zijn meesterwerk van onder het stof te halen.

Vermandere had er begin jaren ’80 al een hele carrière opzitten en met "Blanche en
zijn peird" mocht hij zelfs een kleinkunsthitje op zijn naam schrijven. Maar in die donkere
jaren — waarin het licht volgens Wilfried Martens pas scheen aan het einde van een lange tunnel
— groeide de West-Vlaming pas echt naar zijn artistieke top toe. In 1984 bereikte hij een
hoogtepunt.

Als ik zing was de plaat waarop Vermandere al zijn kunstjes tot puur diamant sleep: humor,
sarcastische maatschappijkritiek, bezinning… het stond er allemaal in zijn beste vorm. En de
bard slaagde erin ons dingen te laten slikken waar anderen ons enkel mee irriteren: laat Geert
Bourgeois het vijf minuten hebben over de geschiedenis van het onderdrukte Vlamingske en wij
slaan groen en geel uit. Vermandere bezingt in de titelsong hetzelfde, en wij kunnen enkel ontroerd
zijn (zonder daarom plots alles op de Walen te gaan steken trouwens). Omdat Vermandere met trots
zingt en niet vanuit een slachtofferrol.

Wullem is vooral een man van mededogen, niet van oud-testamentische strijdlust: hij kijkt
met een meewarige blik naar de mensheid en bezingt de onbeholpenheid van een mentaal gehandicapt
buurtmeisje ("Reintje") en het aanstaande huwelijk van een kindvrouwtje
("Krullebolle"). Meevoelen doet hij ook met de kleine Jezus ("Arme Jezus")
die hij een in- en intrieste schooljeugd toedicht. Waarmee hij meer waar vertelt dan vier
evangelisten samen ooit konden.

Desondanks is hij geen man van pathetiek. Rasechte West-Vlaming als hij is, grossiert hij in
laconieke levenswijsheden en is hij op zijn best in bitterzoete fabels als "Ballade der
Antiquiteiten" en "De grote Bekering", die niet van humor zijn gespeend. Want lachen
is gezond, zoals met het knotsgekke verhaal van "De zes Jagers" en het koldereske
"Voilà c’est ça". Ook "Morgenuchtend gaan we trouwen" stoelt op een
zelfde recht-door-zee-en-niet-klagen levensvisie.

Een veeg uit de pan krijgt de mensheid in "De Schepping" waarin God plotseling beseft
dat hij een foutje heeft gemaakt en dan maar vlug-vlug het "eten en gegeten
worden"-principe uit zijn pols schudt. Tot de mens komt, die zelfs zijn eigen broer doodslaat
en het nog bonter maakt. Geheel conform de jaren tachtig eindigt Vermandere bijtend: "’k
Hé van ons raketten nog niets verteld!" Als Doe Maar het over de bom mocht hebben, dan
deze oude rot zeker.

Zodus? Er is geen zodus. U zult Willem niet missen, als u hem niet in huis haalt. Evenmin zult u
uw leven verrijkt hebben met een zanger die als geen een mededogen kan combineren met een
vlijmscherpe observatie van de maatschappij. Willem is een fijne mens en heeft met Als ik zing
een klassieker gemaakt die hier ten huize op zijn minst de mondhoeken doet krullen. En op zijn best
soms luidkeels doet meebrullen: "klakkeboem, klakkeboem, klakkeboem!".

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + drie =