Manic Street Preachers :: Know your Enemy

“”The Everlasting”, van onze vorig cd, was de grootste vergissing in onze carrière,” zo gaf Nicky Wire onlangs toe, “maar het leverde ons wel heel wat aanstekers op in Denemarken. En soms heeft een mens daar nood aan.” This is my Truth, tell me yours, het drietals vorige worp kon inderdaad bezwaarlijk een muzikaal hoogtepunt genoemd worden.

Ooit waren de Manic Street Preachers een levenswijze, maar met het tellen van de jaren begon het er meer en meer op te lijken dat de Welshmen settelden voor een bestaan als alternatief voor Oasismoeë britpopfanaten. Dat dat niet de bedoeling kon zijn maakte het trio duidelijk met het millenniumtussendoortje the Masses against the Classes: Masses was een teruggrijpen naar de dagen van voor hun debuut Generation Terrorists, naar woest schuimbekkende, alle kanten schoppende mokerslagen van singles als “Motown Junk” of “You love us”. Het was een wedergeboorte. De Manics hadden hun energie teruggevonden en het lusteloze This is my Truth werd snel in een duister hoekje van de cd-kast geplaatst.

Zomer tweeduizend trok het drietal naar Spanje om de nieuwe plaat voor te bereiden. Een zaakje dat snel beklonken was want het enige dat werd besloten, was dat er niets zou worden voorbereid: het repetitiehok zouden de drie Street Preachers overslaan om direct de studio in te duiken. De nieuwe songs zouden ook in maximum vijf takes op band moeten staan. Het lukte hen bij de meeste nummers in één of twee.

Met “Found that Soul” als een hernieuwde beginselverklaring trapt Know your Enemy af: hard, snedig, en op de man. Het klinkt alsof de Manic Street Preachers eindelijk in de spiegel hebben gekeken en uit onvrede met wat ze daar zagen — rijke popsterren die een eigen wc eisen op festivals — hun leven weer in handen hebben genomen. “Ocean Spray” wijst vervolgens de andere richting aan die de nieuwste Street Preachers uitgaan: die van de perfecte popsong, waar het magistrale “Let Robeson sing” uiteindelijk de kwintessens van zal zijn. Ook het met een aan de vroege R.E.M. appellerende intro gezegende “Year of Purification” speelt in die Premier League of Perfect Pop.

Het is echter de richting van “Found that Soul” die Know your Enemy zo opwindend maakt. Nummers die nog echo’s zijn van het magnum opus The Holy Bible: het eerste Manics-nummer dat door Nicky Wire wordt gezongen, “Wattsville Blues”, bijvoorbeeld en het eveneens hologige “Dead Martyrs”. Vooral afsluiter “Freedom of Speech won’t feed my Children” is daarbij briljant met zijn sneren naar de Beastie Boys, de Dalai Lama en natuurlijk de NATO (“Bomb the Chinese embassy/the West is free/oh the West is free”). Dat we daartussen ook enkele mindere nummers als het nogal banaal rockende “My Guernica” moeten bijnemen is dan al lang met graagte vergeven.

Een nummer dat halverwege wat tussenin valt en niet toevallig als cesuur is genomen, is de BeeGeespastiche “Miss Europa Disco Dancer”, een regelrechte piss-take en aanval op de hersenloze uitgangscultuur van de Britse jeugd dat eindigt in het giftig gemompeld verwijt “Braindead motherfuckers”. Ook bonustrack en cover van eightiesband McCarthy “We are all Bourgeois now” — wat trouwens dringend het bij wet verplichte lijflied van alle mei-achtenzestigers moet worden — is nog een snel natrappen naar een generatie die het meer dan verdient.

“Show me a Wonder” sneert zanger James Dean Bradfield op het einde van “Found that Soul”. Het wonder is misschien dat de Manic Street Preachers de ziel hebben teruggevonden die samen met Edwards verdwenen leek op die koude februaridag in 1995. Op Know your Enemy klinken de Manic Street Preachers opnieuw hongerig. Alsof ze drie jaar niet meer van de grond zijn geweest en eindelijk hebben besloten dat dat meer dan genoeg is geweest en er ogenblikkelijk, stante pede, nu, zwaar gekeesd moet worden. Er spreekt een moeten uit en een onvermijdelijkheid die zegt dat enkel deze cd op dit moment mogelijk was en meer nog dan dat: noodzakelijk. En zo horen cd’s ook te zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − elf =