Masters of Reality :: Deep in the Hole

"Chris Goss is God": het klinkt goed en het kan zo op een poster, maar zo’n zinnetje zal in het betere stoner-milieu niet onmiddellijk op applaus worden onthaald. Kort instemmend geknik zal er zijn en blikken die zeggen "wij dwepen niet met onze helden, wij luisteren naar hun muziek".

En ongetwijfeld is dat wat Goss zelf wil. Dat andere stonerhelden hem loven om zijn innemende persoonlijkheid en hem hun grote voorbeeld noemen, zal hem wellicht niet koud laten, maar Goss zelf wil vooral de muziek laten spreken, zelfs al komt die dan van Deep In The Hole. Opener "Third Man On The Moon" laat er geen gras over groeien: vanuit wat wellicht the hole moet zijn, kringelt een onheilspellend gepingel naar boven, om na twintig seconden over te gaan in een volwassen stoner-riff. Tool-fans zouden er bij hun favoriete band wellicht meer achter zoeken, maar het "nanana" waarmee Goss deze ijzersterke riff begeleidt hoeft niet nodeloos mysterieus te zijn, het klinkt gewoon goed.

Geen stilte tussen de nummers in, laat de muziek spreken. Het ingetogen "Counting Horses" verrast door, welja, zijn ingetogenheid; op het gezapige af bijna, zonder in gezeur te vervallen. Het daaropvolgende niemendalletje "Major Lance" lijkt uit een oude film geplukt, maar het is de stilte voor de storm die "Scatagoria" heet. Goss en John Leamy, de vaste gitarist, laten zich in dit nummer vergezellen door oude bondgenoten, Lanegan en Homme, bekend van hun eigen succesvolle carrières in groepen allerhande. Het resultaat is een demonische koorzang die moeiteloos de opperste goedkeuring afdwingt.

Meer bedwelmends is te horen in "High Noon Amsterdam" en in "Corpus Christi Electrified", het orgelpunt van de plaat. Goss murmelt een psychedelische tekst als waarschuwing, want er is geen ontkomen meer aan. De vettigste riff van de plaat spat open en stopt pas drie minuten later, waarop we zwetend van het headbangen op onze bureaustoel neerploffen. Of zijn we op een trein beland? Want zo klinkt de kabbelende titeltrack. Geen boemeltrein weliswaar, maar een uit de kluiten gewassen HST. "Here is a song from deep in the hole", zingt Goss en net nu geloven we niet dat hij daadwerkelijk in zijn hole zit. Het lied lalalaat een eind weg en net als we weer naar een smerige riff verlangen, zitten we klaarblijkelijk op "The Roof of the Shed". Met een akoestische gitaar nog wel. Even is er teleurstelling, maar de zwartgallige tekst, opnieuw met een vocale gastrol voor Josh Homme, vergeet niet in ons vel te kerven.

Nog één keer mogen de versterkers daarna op tien, de noise mist ook nu zijn effect niet. "Shotgun Son" is de smerige afsluiter van een smerige plaat, gemaakt door een door de wol geverfde band, die na dertien jaar en zes platen nog niks van zijn intensiteit heeft ingeboet. Knock-out en meer dan voldaan liggen wij in een hoek van de kamer, er meer dan ooit van overtuigd dat we niet de poster zouden koesteren, maar wel de muziek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − negen =