Keith Flint, de man die techno een smoelwerk gaf

Keith Flint is dood, flikkert het smartphonescherm. Hoewel bij enola de band met The Prodigy, zachtjes uitgedrukt, niet bepaald hartelijk is de laatste jaren, doet het nieuwsbericht wel wat. Tijdens zijn topjaren verzorgde Flint immers de naar opstand ruikende soundtrack bij verveelde puberjaren.

Hoewel het vast niet zo bedoeld was, sprongen Keith Flint en zijn bandmates in het gat dat Nirvana in het voorjaar van 1994 nagelaten had. Wie verweesd achter bleef nu de luide gitaren plaats maakten voor geneuzel van Britpoppers, vond op een meidag opeens “No Good (Start to Dance)” op zijn pad. Het klonk als een intentieverklaring. Diezelfde adrenalinebom als “Lithium” of “Smells Like Teen Spirit”, maar dan met een beat er onder.

Beats, het terrein van afgeborstelde johnny’s, met Fila-sweaters zo wit dat je er sneeuwblind van werd. Het verguisde geluid dat door puristen niet eens als muziek omschreven werd en dat weerklonk in de plastic fantastic wereld van de megadiscotheken en danscafés met bedenkelijke reputatie. Plots waren die beats overal te horen. In jeugdhuizen, op festivalweides. En waren ze van iedereen.

In de clip van “No Good” stuitert een figuur rond, langharig, wild uit de ogen kijkend en dansend als een maniak. Wanneer The Prodigy enkele zomers later met een opvolger voor Music for the Jilted Generation op de proppen komt, zijn de haren in een punkkapsel gegoten en werd de man een microfoon in handen geduwd. De wereld maakt kennis met Keith Flint, en de BBC weert prompt de clip van “Firestarter” wegens te eng voor kinderen. Wanneer “Smack My Bitch Up” als single verschijnt, is het hek helemaal van de dam.

Daarin was The Prodigy meesterlijk, aan het einde van de vorige eeuw: een beetje de controverse opzoeken, pubers het gevoel geven dat er iets heel erg opwindend aan de hand was. Dat ouders en leerkrachten hun misprijzen voor de band openlijk lieten merken, was mooi meegenomen. En daar was Keith Flint de beste frontman die een band zich kan dromen, een Johnny Rotten voor wie in 1997 zijn boosheid muzikaal gekanaliseerd wou zien. In het slechtste geval kan Flint afgedaan worden als de nar die de massa naar techno geleid heeft, maar eigenlijk was hij de punk die ging dansen, en met hem een flink deel van een generatie die enkele jaren eerder nog in een wijde boog om techno heen liep.

Dat het na de eeuwwisseling op creatief vlak bergafwaarts ging met Flint en zijn band kan jammer gevonden worden, maar na drie platen had het gezelschap zijn rol gespeeld en oogt het palmares beter dan dat van heel wat generatiegenoeten. Wat Flint uiteindelijk op zijn 49 heeft doen besluiten dat het genoeg geweest was, is niet duidelijk, en gaat ons eigenlijk niks aan. De man heeft met zijn kompanen een genre mee vorm gegeven, in al zijn euforische hevigheid én zijn occasionele lelijkheid. Als techno een gezicht moet hebben, dan is het smoelwerk van Flint de best mogelijke keuze.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in