Roscoe Mitchell & Mike Reed :: In Pursuit Of Magic

Voor Roscoe Mitchell is improviseren blijkbaar hetzelfde als drinken van de Fontein der Eeuwige Jeugd. De ondertussen 75-jarige rietblazer klinkt op zijn meest recente albums nog steeds als een vat vol energie en In Pursuit Of Magic, zijn duoplaat met drummer Mike Reed, vormt daarop geen uitzondering.

Al sinds het midden van de jaren zestig is Mitchell een van de speerpunten van de Association for the Advancement of Creative Musicians (AACM), een legendarisch muzikantencollectief uit Chicago dat een geheel eigen esthetiek rond componeren en improviseren ontwikkelde. Vanuit de AACM stond hij mee aan de wieg van het Art Ensemble of Chicago en maakte hij talloze invloedrijke albums en enkele absolute klassiekers, waaronder Sound uit 1966. De bijdrage van Mitchell in de ontwikkeling van de hedendaagse jazz en improvisatie kan dan ook moeilijk worden overschat, en zelfs na meer dan vijf decennia op de voorposten blijft hij nog steeds even gedreven op zoek gaan naar onontgonnen muzikaal terrein.

Op In Pursuit Of Magic staat Mitchell tegenover een heel wat jongere protagonist van het jazzgebeuren in Chicago. Reed (1976) heeft zich met projecten als People, Places and Things en Loose Assembly opgeworpen als iemand die zowel verleden als heden omarmt. Zijn muziek is vooruitstrevend en uitdagend, maar blijft tegelijk verankerd in de jazztraditie, vaak op heel expliciete wijze. Hij nodigde Mitchell enkele jaren geleden al uit in zijn Loose Assembly, wat leidde tot de plaat Empathetic Parts, maar dit is vooralsnog hun eerste album als duo.

De plaat bestaat uit twee langgerekte improvisaties die in 2013 live werden opgenomen in Chicago, en het is vooral Mitchell die vanaf de eerste seconden zijn stempel drukt. Door het gebruik van meerdere instrumenten (in dit geval achtereenvolgens fluit, sopraan- en altsax) creëert hij in “Constellations Over Denmark” een stevige opwaartse dynamiek, die weliswaar af en toe opvallend wordt onderbroken. Het gebruik van stilte is van meet af aan belangrijk geweest binnen het AACM-collectief, wat hen altijd onderscheidde van de explosieve freejazz, zoals die vooral in New York geproduceerd werd. Mitchell blijft dat gegeven dus trouw, maar dat contrasteert op recente platen steeds vaker met intense, met energie overladen circular breathing marathons, zoals in dit eerste stuk.

Reed weet wel raad met die energetische aanpak van zijn collega en gaat zich net zoals Mitchell concentreren op korte frasen, die door variaties en herhalingen steeds verder worden uitgebouwd. Daardoor worden de uitwisselingen gaandeweg rijker, maar ook drukker en compacter. Op sopraan- en altsax gaat Mitchell tegelijk ook aan de slag met het timbre van zijn instrument, waardoor onder meer het openingskwartier getypeerd wordt door de opvallende boventonen van de sopraansax en allerlei vreemde transformaties van de klank.

In het tweede stuk, “Light Can Bend”, kiest het duo grotendeels voor een andere aanpak. Het is een improvisatie met veel ruimte, stiltes en allerlei kleine percussieve accenten van Reed. Natuurlijk roept dat herinneringen op aan het Art Ensemble of Chicago, dat bekendstond om het gebruik van een uitgebreid arsenaal aan kleine percussie-instrumenten in een soort ritualistische performance. Toch drijft Mitchell naar het einde toe de intensiteit opnieuw op, met als slotakkoord een ononderbroken salvo van de altsax die Reed dwingt om alles uit de kast te halen.

Dat Mitchell er op zijn oude dag nog steeds in slaagt zijn medemuzikanten het vuur aan de schenen te leggen, was geen geheim. Neem er enkele willekeurige releases van de voorbije jaren bij en het bewijs slaat je in het gezicht. Meer dan vijftig jaar musiceren en nog steeds op eenzame hoogte, Roscoe Mitchell is niets minder dan een gigant.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in