Als Christopher Nolan een nieuwe film voorstelt, is dat steevast een evenement. Weinig hedendaagse regisseurs zijn er immers ooit in geslaagd om een gelijkaardige combinatie te verwezenlijken van commercieel succes, auteursrespect en individuele āmerknaam.ā Nolan verwierf monsterrecettes en de nodige status daaraan verbonden als commercieel āauteurā met de Christian Bale Batman-trilogie, had voordien al faam opgebouwd bij critici met films als Memento en The Prestige, en riep het begrip āintellectuele blockbusterā bijna eigenhandig in het leven met titels als Inception en Tenet. Ondanks hun uitdagende structuren wisten die toch een groot publiek aan te spreken, en met Oppenheimer slaagde hij er zowaar in om een drie uur durende biopic over de ontwerper van de atoombom tot een van de grootste kassuccessen van het jaar te maken, al was dat dan deels te danken aan het beruchte āBarbenheimerā-effect.
Dat er omtrent de trailers van The Odyssey, Nolans adaptatie van het beroemde werk van Homerus, veel inkt gevloeid heeft (letterlijk of figuurlijk op het internet) hoeft dus niet te verbazen. Er was wat onzinnig gewauwel van Elon Musk over het casten van niet-blanke acteurs, maar veel pertinenter waren de nogal afwijzende reacties op de production design en kostumering die al te zien was. In BelgiĆ« komt daar nog bij dat Kinepolis de film aangrijpt om de nagelnieuwe 70 mm IMAX-projectie voor te stellen, een bijna uniek procedĆ© op het Europese vasteland (enkel Frankrijk en TsjechiĆ« bieden gelijkaardige kijkervaringen). Het proces werkt in eerste instantie met de mogelijkheden van 70 mm dat een groter negatief beeldoppervlak biedt tegenover het klassieke 35 mm en zo een grotere helderheid en meer detail verzekert, iets waar bijvoorbeeld zwaar werd op ingezet tijdens de jaren 60, 70 en 80 voor superproducties als Ben-Hur, The Sound of Music, Sholay of Top Gun. Die troeven worden vervolgens gecombineerd met vertoning op het enorme canvas van een IMAX-scherm. De film werd dan ook opgenomen enkel met IMAX-cameraās (geen normaal formaat dus dat opgeblazen werd), uitgerust echter met analoge 70 mm pellicule (strikt genomen 65 mm plus geluidspoor), met name Kodak Vision 2383 en varianten op Kodaks 250 en 500T series. Dat materiaal werd dan achteraf omgezet naar digitale DCP, de standaard vertoningsdrager, aangezien de meeste zalen geen 70 mm meer kunnen tonen ā iets waar Kinepolis dus opnieuw verandering in brengt door ervoor te zorgen dat de maximale helderheid en scherpte van de opnames bewaard blijven.
Naar goede gewoonte bij Nolan leveren al die technische keuzes een waaier op aan verschillende beeldformaten, wat een nachtmerrie en uitdaging is voor de fotografieleider (in dit geval Hoyte van Hoytema met wie Nolan al vele malen eerder werkte) die voortdurend in verschillende composities moet denken, maar wat ook wil zeggen dat waar en hoe u de film precies ziet wel degelijk een verschil maakt, met verhoudingen die uiteenlopen van 2:39 tot veel vierkanter 1:43:1. Om maar te zeggen dat u in dit geval toch best eens even nadenkt in welke bioscoop u The Odyssey gaat kijken. Dit alles om aan te geven dat dit in ieder geval op zowat elk vlak een productie is die niet ongemerkt voorbij zal gaan, getuige ook de goed gevulde IMAX-zaal in Kinepolis op maandagochtend deze week, toen de film voor het eerst aan de Belgische critici getoond werd. De eerste vaststelling na die vertoning is in ieder geval dat terwijl Nolan er met Oppenheimer in slaagde om van wat in wezen een vrij intimistische dialoogfilm was toch een groots visueel spektakel te maken, hij hier in een film die op zichzelf al een groots opgezet spektakel vormt, duidelijk wat ten onder gaat aan overdaad en er niet in slaagt de kleinere dramatische momenten goed tot hun recht te laten komen.
Hoe dit drie uur durende epos zich op narratief vlak ontvouwt, weet u wellicht wel, maar toch nog even de kern samenvatten: twintig jaar na het begin van de Trojaanse Oorlog is Odysseus, generaal van het Griekse leger, nog steeds niet naar huis teruggekeerd. Terwijl zijn echtgenote Penelope en zoon Telemachus steeds meer de druk voelen van gegadigden voor de troon van Ithaca, vertoeft de held zelf op het eiland Ogygia waar de nimf Calypso hem vergetelheid schonk, tot de herinneringen aan wat er gebeurde sinds de list met het paard dat de poorten van Troje opende, langzamerhand beginnen terug te komen. Omdat het heldendicht van Homerus in boeken is opgedeeld, is de verhaallijn noodgedwongen erg episodisch, iets wat je het script hier dus moeilijk kan verwijten. Wat wel kan aangevoerd worden, is dat het grote contrast tussen meer en minder geslaagde benaderingen dat effect helaas nog versterkt.
Laten we beginnen bij het drama dat eigenlijk nooit het niveau overstijgt van zwak geĆÆllustreerde tekst. Ondanks een hele schare grote namen (onder – vele – anderen: Matt Damon, Tom Holland, Anne Hathaway, Robert Pattinson, Zendaya en vooral een verrassende John Leguizamo) kan je er niet om heen dat het allemaal bezieling mist en de logge confrontaties bovendien lijden onder een weinig geĆÆnspireerde beeldtaal. De veel bekritiseerde production- en kostuumdesign valt uiteindelijk mee, al is ze nu ook weer niet van dien aard dat ze de zaken echt naar een hoger niveau kan tillen. Veel problematischer is het gesteld met de actie. Nolan is, op een paar uitzonderingen na, nooit een regisseur geweest die goed was in het opzetten van dynamische en beweeglijke actiescĆØnes. Dat euvel speelde hem behoorlijk parten voor zijn Batman-trilogie en eigenlijk is het pas wanneer hij als cineast kan inzetten op complexe trage actie, dat de dingen echt op hun plaats vallen, getuige de bankoverval waarmee The Dark Knight opent, de missies in vele lagen in Inception of de aanzwellende dreiging in Interstellar. Hier zijn er veel te veel frenetieke gevechten en ontsnappingen die echt niet ideaal zijn voor een regisseur als Nolan. Dieptepunt is dan ook ontegensprekelijk de zwakke finale, een orgie van bloed en weinig gecontroleerde bewegingen die dan ook nog eens gebukt gaat onder de āoverscoringā van componist Ludwig Gƶransson die echt wel een paar registers te veel opentrekt.
Al die zwakke punten vallen des te meer op omdat ze door de structuur afgewisseld worden met vlagen die de film dan toch tot leven laten komen en het contrast zo wel heel pijnlijk duidelijk wordt. In verstilde momenten van sfeerschepping bereikt The Odyssey immers wel degelijk de grandeur die we met het onderwerp associëren en krijgen we grote, overweldigende cinema: de voorspelling van de ziener Tiresias in het in nevelen gehulde Hades, of het in het zand verzonken houten paard dat de ondergang van een stad zal bewerkstelligen en dat als een imposante zwarte rots uit de branding steekt. Het zijn vistas die bijblijven, veel meer dan dat er echte scènes zijn die ons bijblijven.
Het zijn ook die momenten die de oprechte verwondering bevatten die de rest van de film ontbeert. De Odyssee is een heldendicht over goden, oorlogen, mythische wezens en plaatsen. Je kan dat in beeld zetten met het bombast van oud Hollywood, als kitsch, of als spektakel, maar als je zoals hier probeert er een doorleefde menselijke oudheid van te maken ā iets wat bijvoorbeeld wel werkte in Scorseses The Last Temptation of Christ ā mag je niet vergeten de kern van de bron te blijven respecteren. Nolans The Odyssey vergeet dat helaas wel grotendeels, waardoor er een ambitieuze, donkere en bij momenten meeslepende filmische versie van het materiaal overblijft die helaas ook heel vaak volledig plat valt en zich drie uur lang voortsleept.




jakobvanhee@gmail.com