Straks staat ze in het voorprogramma van Olivia Rodrigo, voorlopig moest ze het nog stellen met de Rotonde van de Botanique. Grace Ives is niettemin een popster on the rise. Zelfs al kwam haar Brusselse passage maar moeizaam los, als het dat deed was het een regelrechte triomf.
De intro is die van de star die ze aan het worden is. Toch sluipt ze eerder binnen na die eerste tonen van haar bandleden. “Bonjour tout le monde”, laat ze in haar beste Frans horen, en ze huppelt in haar Olivia-waardige babydoll – nu al on brief! –”Avalanche binnen”. Terwijl een hyperkinetische lichtshow losbarst spelen de drum links van haar en de toetsen rechts een soort Lorde-achtige elektronica. En daarmee zijn alle elementen in stelling gebracht.
Dit is Grace Ives: voormalig indie-muzikante die met Girlfriend kwansuis de beste popplaat van het jaar maakte. Voor het eerst durfde ze groter denken, refreinen wijder uit de boxen laten spatten. En hier staat ze dus, nog een beetje houterig, want die nieuwe status zit haar nog niet als gegoten. Je merkt het aan hoe ze er niet in slaagt connectie te maken met het publiek, haar blik ver en breed laat gaan zoals je dat in een arena zou doen. Je vraagt je op een bepaald moment af of ze überhaupt zelfs weet waar ze is, tot er toch een “Brussels” valt.
Het zorgt er voor dat dit concert ondanks alles toch moeizaam op gang komt. “Avalanche” ratelt niet zo lekker staccato als de plaatversie, en zelfs al beuken de diepe bassen van “Dance With Me” aardig, en is het oude “Icing On The Cake” fijne clubmuziek, de mayonaise pakt nog niet helemaal. Ook in “Drink Up” staat Ives nog wat onwennig, al is dat zo’n geweldig nummer dat het al bijna niet meer uitmaakt. Er is dat eerste bruggetje waarin ze haar stem zo heerlijk de hoogte in krult, de manier waarop ze het weer neerlegt; heerlijk.
Dat er bij toetsenman en producer John DeBold – hij nam ook al Haim onder handen – veel van tape meeloopt? Het zorgt er voor dat “Trouble” misschien iets te hard op de plaatversie lijkt. Hoeveel je daar over kunt klagen als dat een topsong is, daar kun je dan weer over discussiëren. Nog knapper is “Fire 2” dat drijft op een sample van ninetieshitje “You’re Not Alone” van Olive, en dus een licht drum-‘n-bassritme heeft. Drumster Mikee Colet rammelt er haar eigen percussie door. Het is bijna charmant met hoeveel nadruk haar droge slagwerk live klinkt. Alsof het een statement wil zijn. Toch is het de manier waarop elk refrein met die sample opnieuw een kleine explosie is die “Fire 2” echt onweerstaanbaar maakt.
Oud werk moet dan weer de harde kern vooraan blij maken. Ook “Mirror” en “Babyyy” klinken als zachte drum-‘n-bass, “Shelly”, van op tweede plaat Janky Star, is dan weer klassieker. Tussendoor passeert single “My Mans”, de powerballad vertaald voor Gen Z; een groots moment. Het is verrassend genoeg niet het einde van de set, maar zowel “Garden” als “Lullaby” zijn sterk genoeg om Ives met een open doekje naar huis te sturen.
Al moet ze nog één ding doen. De bisronde bestaat uit één “Stupid Bitches” dat ons doet twijfelen of die planken vloer het écht wel zal houden. Zo enthousiast deint de zaal mee op het anthem, waarvan de synths alle kanten op schieten, de beats neerkletsen als hagelbollen van extreme grootte. “Doesn’t hurt me anymore” zingt Ives richting welke kwelgeest dan ook, en dat is wat de zaal wil meebrullen. Het is een bezegeling van het pact dat vanavond gesloten is, en dus neemt de zangeres de tijd om afscheid te nemen. Nog een laatste hartje, en dat is het.
Zou er nog een plekje op de affiche van Pukkelpop zijn?



