Rapper en schrijver Abd al Malik bracht met Furcy, né Libre zijn tweede langspeelfilm uit. De adaptatie van het gelijknamige boek, naar waargebeurde feiten, beschrijft het verhaal van Furcy, een tot slaaf gemaakte man op het Île de Bourbon, dat toen onder bewind stond van de Fransen. Furcy, in een doorleefde vertolking van Makita Samba, probeert via juridische weg zijn vrijheid te bewerkstelligen in een strijd die bijna 30 jaar zal duren. Volgens producer Jehelmann en scenarioschrijver Comar is dit de eerste Franse film die gaat over een waargebeurd verhaal uit deze pijnlijke periode in de geschiedenis.
Furcy spreekt pas voor het eerst nadat de film grofweg een kwartier bezig is. De stilte van slaven, die volgens de plaatselijke wetgeving gelijkgesteld werden aan een meubelstuk, is duidelijk de norm op het eiland. Maar wanneer zijn zogenaamde eigenaar, Joseph Lory, hem zegt dat hij de strijd verloren heeft, schreeuwt Furcy in zijn gezicht en doen de andere vastgeketenden mee. Ze verzetten zich door hun opgelegde stilte te doorbreken. Dit wordt kracht bijgezet door het motief van muziek als een vorm van rebellie, een stukje menselijkheid dat niet kan worden afgenomen. Furcy denkt regelmatig terug aan zijn moeder, die aan het begin van de film stierf. In die flashbacks is ze voortdurend aan het dansen en zingen. Tijdens zijn opsluiting wordt er buiten de muren muziek gespeeld, om de gevangenen een hart onder de riem te steken.
Malik maakte gebruik van zijn muzikale achtergrond door zelf de soundtrack te componeren. Hij presenteert een afwisseling van strijkers die dramatisch aanzwellen en sobere gezangen. Meermaals neemt een meer ritmische begeleiding het over, die haast opgaat in de geluiden van het hakken van suikerriet doorheen Furcy’s zware werkdag. De hardheid van Furcy’s leven wordt in de verf gezet door de muziek soms geheel achterwege te laten, waardoor het publiek alleen achterblijft met de harde klappen van een zweep op een blote rug.
Die rauwheid wordt verder benadrukt door een hyperbeweeglijke camera die tijdens sommige scènes volledig meebeweegt met de personages. Wanneer Lory Furcy’s halfzus, Constance, hardhandig op de grond gooit, volgt de camera haar lichaam tot op de grond. Maar het geweld wordt nooit sensationeel. De camera houdt statisch de voeten van Furcy in beeld, die door de zweepslagen klauwen vormen. Nadat zijn situatie ietwat verbetert, wordt dit op een poëtische manier overgebracht. Hij wordt wakker in een zonovergoten bed en de camera volgt zijn handen wanneer hij zichzelf wast en zijn eigen eten inschept, alledaagse handelingen die hem ontzegd werden toen hij als slaaf in het veld werkte.
Verder wordt er doorheen de prent sterk beroep gedaan op close-ups waardoor de uitputting en pijn op het gelaat van Furcy het beeld vullen. Bijkomend ontstaat er een spel van blikken, voornamelijk tussen Furcy en Lory. Die laatste lijkt Furcy telkens te willen
intimideren door hem voortdurend aan te kijken wanneer ze samen in de rechtszaal zitten. Wanneer Furcy aankomt op Mauritius bij familie van de Lory’s, krijgt hij meteen een stevige klap omdat hij zijn ‘eigenares’ durft aan te kijken. Ook in zijn machtsstrijd met Lory weigert Furcy zijn blik neer te slaan. Dit is een slimme manier om de trots van het personage tastbaar te maken.
Door de grote focus op het hoofdpersonage en zijn strijd durft de film soms nogal eentonig te worden. Dit valt te verklaren door de sleur van zijn leven en door de traagheid die geassocieerd wordt met een juridisch proces. Dat de film hierdoor wat vaart mist, is vergeeflijk, maar daarom niet minder jammer.
Abd al Malik zet met Furcy, né Libre een eigenzinnige bewerking neer die doet vermoeden dat hij als regisseur zijn top nog niet bereikt heeft.



