Drama’s op het grote scherm doen soms uitschijnen dat het leven vol twists en overweldigende gevoelens zit, terwijl het leven vaak eerder aanmodderen en verder kabbelen is. Dat is ook wat we te zien krijgen in The Love that Remains, een kleine, alledaagse en poëtische film die zweeft tussen drama en komedie.
Anna en Magnus gaan uit elkaar, maar brengen – omwille van hun drie kinderen – nog steeds tijd met elkaar door. Verschillende seizoenen lang zoeken zowel ouders als kroost naar een manier om met deze nieuwe realiteit om te gaan en naar een uitlaatklep voor de resterende liefde. Maar daarnaast gaan ze ook gewoon verder met hun leven. Magnus is als visser regelmatig langere periodes van huis. Anna is een zoekende kunstenaar die tevergeefs probeert om, naast haar huishoudelijke taken en zorg voor de kinderen, erkenning te vinden voor haar werk.
Na zijn vorige film Godland, die groots en episch was en een duik in de geschiedenis nam, levert regisseur en scenarist Hlynur Pálmason ditmaal een intiemer portret af dat zowel persoonlijk als universeel aanvoelt en focust op familiebanden en dagdagelijkse beslommeringen. De film toont, met humor en een vleugje surrealisme, hoe we simpelweg tijd spenderen. Met de prachtige IJslandse natuur als achtergrond stellen we vast hoe de gezinsleden, zoals alle mensen, met de jaargetijden mee evolueren. Van plotwendingen of sterke karakterontwikkelingen is er in dit teder drama geen sprake. Ook naar waarom Anna en Magnus besloten hun huwelijk te verbreken, is het enkel gissen. En dat is ook niet het punt.
Naast regisseur en scenarist is Pálmason ook de cinematograaf. Die combinatie maakt de film nog persoonlijker, zeker als je weet dat de drie kinderen gespeeld worden door zijn eigen kinderen. Ook de beelden op 35 mm in een 1:37 formaat (wat vierkanter is dan het meer gebruikte widescreenformaat) dragen bij aan het gevoel van vertrouwelijkheid en familiariteit.
Het ritme van de beelden en de rustige pianomuziek hebben iets meditatiefs en kalmerends, alsof we gewiegd worden of meedeinen op de golven van de zee. Zo nu en dan helt de prent over naar het surreële met bevreemdende montages, een monsterlijk grote haan en een tot leven gekomen ridder. Die abstracte elementen, die er vanaf het begin al wel inzitten maar naar het einde toe een steeds dominantere plek innemen in het verhaal, lijken metaforen voor de innerlijke beleving van de personages, waar we via de dialogen maar weinig over kunnen opmaken. Tegelijk breken die scènes ook die rustgevende en vertrouwde sfeer die werd opgebouwd, als een soort comic relief terwijl er ondanks de thematiek geen dramatische zwaarte te bekennen valt. Want uiteindelijk ligt de sterkte van deze slice-of-life film in de subtiele gebeurtenissen en zachte wentelingen van het leven, en de oprechte schoonheid die daarmee gepaard gaat, ook wanneer het allemaal niet loopt zoals verwacht.



