De enola-filmrecensenten lichten de komende dagen elk hun tien favoriete titels van 2025 toe en op 31 december krijgt u de samengestelde top 10 van de hele filmredactie. (Om in aanmerking te komen voor deze rangschikking moet een film gedurende het afgelopen jaar een Belgische release hebben gekregen in de bioscoopzalen of via VOD/streaming. Titels van op festivals die pas volgend jaar verschijnen, werden dus niet opgenomen in de lijstjes en verhuizen naar 2026.)
- Vermiglio (M. Delpero – I/Fr/Bel)
Voor Vermiglio, die in 2024 de juryprijs wegkaapte op het filmfestival van Venetië, dook gewezen documentairemaakster Maura Delpero diep in haar eigen familiegeschiedenis. Met summiere eenvoud schetst ze het leven in een geïsoleerde gemeenschap hoog in de Italiaanse Alpen, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, en combineert de verhalende diepgang met een lumineuze esthetiek. Een adembenemend meesterwerk waarvoor superlatieven tekortschieten.
- The Brutalist (B. Corbet – Usa/Uk/Can)
Groots, meeslepend epos van de Amerikaanse cineast Brady Corbet (Vox Lux), waarin hij gedurende drie en een half uur een Hongaarse immigrant volgt die de gruwel van de Holocaust overleefde en in het Pennsylvania van de jaren negentienhonderdvijftig zijn architecturale droom najaagt. Dit levert niet alleen een uitgebalanceerde symbiose op tussen vorm en inhoud, maar ook een rijk geschakeerde kunstfilm over antisemitisme, persoonlijke opoffering en de clash tussen kapitalisme en creatieve vrijheid.
- Resurrection/Kuangye Shidai (B. Gan – Usa/Chin/Fr)
In Resurrection zal je tevergeefs zoeken naar een narratieve kapstok of verhalende plot. Voor deze bijzondere reis doorheen de tijd greep de autodidactische regisseur Bi Gan terug naar de beeldtaal uit de stillefilmperiode – compleet met tussentitels en soortgelijke kleurenschema’s – en verwerkte daarnaast ook invloeden uit de film noir en de Aziatische cinema. De onderliggende betekenis van dit alles is soms moeilijk te achterhalen, en in het middelste gedeelte van Resurrection bezwijkt de prent wat onder zijn eigen ambities, maar in de beste momenten spat het esthetisch raffinement zo van het doek.
- The Seed of the Sacred Fig/Dane-ye Anjir-e Ma’abed (M. Rasoulof – Fr/D/Ir)
Het volledig clandestien opgenomen The Seed of the Sacred Fig handelt over een pas gepromoveerde onderzoeksrechter die ten prooi valt aan achterdocht en paranoia, wat een wig drijft tussen de ambtenaar en zijn gezin. De dissidente filmmaker Mohammad Rasoulof plaatst dit conflict tegen de achtergrond van de politieke onrust die hoog oplaaide na de dood van de Koerdisch-Iraanse twintiger Mahsa Amini, waardoor de film muteert van een beklijvend familiedrama tot een verontrustende thriller.
- Jeunes Mères (JP. & L. Dardenne – Bel/Fr)
Aangrijpend relaas van enkele tienermoeders die verblijven in een opvangtehuis. De achtergrond van de meisjes komt nauwelijks in beeld. De problemen waarmee ze te kampen krijgen worden bijna geruisloos geïmplementeerd zonder dat er behoefte is aan verdere uitleg. Daarin schuilt meteen ook de kracht van de film: het naturel en de vanzelfsprekendheid waarmee de alom geprezen gebroeders Dardenne uit het leven gegrepen taferelen tot stand laten komen en die eens te meer omzetten in pure cinema.
- April (D. Kulumbegashvili – Ge/I/Fr)
In April komt een verloskundige die illegale abortussen uitvoert onder vuur te liggen nadat een bevalling in de kraamkliniek waar ze werkzaam is fataal afloopt. Met haar lang aangehouden sequentieshots, deprimerende setting, benepen beeldformaat en afstandelijke regie ontpopt de Georgische cineaste Dea Kulumbegashvili zich als een erfgename van Jonathan Glazer. De even kille als strak afgemeten stijl nodigt allerminst uit om vrolijk van te worden, maar roept een beklemmende sfeer op die diepe sporen nalaat.
- L’Étranger (F. Ozon – Fr)
Met L’Étranger, zijn beste prent sinds het sprankelende blijspel Potiche, slaagt François Ozon erin om een onverfilmbaar geachte klassieker uit de Franse literatuur op een frisse manier naar het scherm te vertalen, zonder z’n eigenheid te verliezen of het bronmateriaal te verloochenen. Op subtiele wijze evoceert hij de onderhuidse spanning die latent aanwezig is en voegt een extra gelaagdheid toe aan de roman van Albert Camus over een onverschillige kantoorklerk in het koloniale Algerije van de jaren ‘30, waar een ontmoeting op een bloedhete zomerdag uitmondt in een tragedie.
- Shambhala (M.B. Bham – Usa/Np/Fr/Nw/Hk/Tur/Tw/Qa)
De ingetogen speelfilm Shambhala situeert zich in het Nepalese Himalaya-gebergte en vertelt over een vrouw wiens prille geluk op de proef wordt gesteld wanneer haar echtgenoot plots verdwijnt tijdens een handelsmissie naar de Tibetaanse hoofdstad. De ascetische stijl die regisseur Min Bahadur Bham hanteert en de manier waarop het verhaal zich tergend langzaam ontvouwt, vergen enig geduld van de kijker. Wie het evenwel kan opbrengen ontdekt een bedwelmend mooie film die je steeds meer in zijn greep krijgt.
- Des Teufels Bad (V. Franz & S. Fiala – D/At)
In het Oostenrijk van de achttiende eeuw probeert een diepgelovige, ongelukkig getrouwde vrouw angstvallig te ontsnappen aan het verstikkende keurslijf dat haar wordt opgelegd en verliest daarbij gaandeweg de pedalen. Sombere karakterstudie van de regietandem Veronika Franz & Severin Fiala (Ich seh, Ich seh) die door zijn dwingende mise-en-scène de intensiteit opschroeft en drijft op een sterke sinistere sfeerschepping.
- Memoir of a Snail (A. Elliot – Au)
Adam Elliot, de schepper van het droefgeestige Mary and Max, overtreft zichzelf met deze heerlijke stopmotion-animatiefilm waarin twee kinderen centraal staan die bruusk van elkaar gescheiden worden. Memoir of a Snail behoudt feilloos het harmonieuze evenwicht tussen tragiek en komedie. De afwisselend grillige en fantasierijke wereld die door Elliot wordt gecreëerd is even speels als hartverwarmend.


