Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, de verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goed geplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van Tom McRae.
- For The Restless
Derde plaat, en het venijn van debuut Tom McRae was al wat afgevlakt. Maar die opener van All Maps Welcome, met zijn geplukte cello, nemen ze ons nooit meer af. Het is een vastberaden binnentrippelen, met een heldere boodschap: “For the restless, not the peaceful sleeper: this song’s for you / And for the faithless, not the true believer: this song’s for you.” Ons soort volk, quoi.
Hoogtepunt: 2’34”. Het brugje. “Feel alive / Alive / Alive / Alive”, zingt McRae, en bij die laatste “Alive” gaat alles even aan het zweven.
- End Of The World News (Dose Me Up)
Je wordt wakker, en plots besef je het: het leven is kut. Hoe komt dat? “You used to be young, you used to be young”. Het hakt erin. Escapisme is de enige uitweg. “Dose me up / once is not enough”, want turn on your tv; de wereld ís kut. Dit is het einde van de wereld, live op tv, en omdat je de zoon van een predikant bent, gooi je daar bittertriest achteraan “sponsored by God”. Want die klootzak, daar valt wel een karton eieren mee te pellen. In “End Of The World News” zit zoveel ontgoocheling dat het soms bitter weg te slikken is.
Hoogtepunt: 3’29”. Een laatste keer “so dose me up”, maar deze keer met de kaken op elkaar geklemd, want je bent niet alleen teleurgesteld. Je bent ook boos. En terecht.
- Walking 2 Hawaii
Misleidend nummertje, dit. McRae opent met een zachte tokkel en een haast zoetsappig beeld – “Falling feels like flying” – om het vervolgens met de woorden “until you hit the ground” liefdevol maar kordaat in elkaar te stampen. Hij zal het trucje nog een paar keer herhalen, met schetsen van zonsondergangen en droommeisjes op een strand, en oh ja, de wereld die op de achtergrond weer maar eens in brand staat. Cellist Oli Kraus doet daarbij een flinke duit in het zakje: hoe verder “Walking 2 Hawaii” vordert, hoe apocalyptischer hij zijn instrument laat ontsporen – “cello madness”, spellen de credits niet voor niks. McRae weeft er stiekem toch nog een van zijn fraaiste melodieën tussen, als een weinig sussende geruststelling dat dat einde van de wereld helemáál nog niet zo nabij is.
Hoogtepunt: 1’24”. De eerste keer dat refrein, teder en verontrustend tegelijk.
- Summer of John Wayne
McRae houdt van westerns, en dus schreef hij dit nadat hij een dvd-box met John Wayne-films kocht en de ene na de andere op zijn hotelkamer bekeek. Westerns gaan in se over vooruitgang, exploratie en het nieuwe leven dat morgen begint. Over elders opnieuw beginnen nadat je je zonden hebt weggewassen in de wilde rivier. Over loslaten dus. De zanger begrijpt de klassieke western goed, en draait al die conventies volledig om, want hier hij zingt over niet vergeten, over niet kunnen loslaten. Over nostalgie door het ouder worden. Over de dingen die voorbijgaan. Vergankelijkheid, want ook helden worden oud. Ook John Wayne sterft ooit. En dan blijkt dat al die drang naar de wereld van morgen gewoon een vlucht is voor de herinneringen. Maar herinneringen reizen altijd mee, waar je ook heen gaat.
Hoogtepunt: 1’01”. Die klagende gitaar valt; een combinatie van volumepedaal en distortionpedaal die zorgt voor een langgerekte schreeuw van gemis.
- Light A Fire In The Darkness
De laatste tien jaar lijkt McRae met zijn muziek vooral een veilige haven te willen bouwen voor zijn kleine, maar hondstrouwe groepje fans, zowel op plaat als op het podium. Een plek met dekens, een warme melancholie, troost. Een vlam in het donker. Dat levert niet altijd heel spannende muziek op, en Ah, the World! Oh, the World!, opgenomen uitkijkend over de Noorse fjorden en uitgegeven in een mooi vormgegeven boek, leed daaronder. Maar de subtiele opener “Light A Fire In The Darkness” is met zijn voorzichtige elektrische gitaarspel en de bescheiden, bijna lofi zang van McRae wel een troostrijke vriend in kille dagen. Al kan de zanger het ook daar niet laten: “I light a fire in the darkness dear / But I get burned by the flame”. We gaan het ook niet té gezellig maken.
Hoogtepunt: 0’25”. De bombast van de vorige paar platen wordt achterwege gelaten en we lijken naast de zanger te zitten, uitkijkend over de natuurpracht. Een stil klanktapijt krijgt langzaam bijval van wat weifelende gitaarakkoorden. Je kruipt nog wat dichter onder het deken, de wereld kan wachten.
- A And B Song
Twee mensen. Eén leven. McRae doet de moeite niet om die twee protagonisten een naam te geven, A en B moeten volstaan. Het is genoeg om ons de volgende drie minuten mee te nemen in iets wat op een hevige innerlijke strijd lijkt, maar nooit echt duidelijk wordt. Er wordt geworsteld. Het is persoonlijk. Het kan alle kanten op. En het is op het scherpst van de snee: “Here we are together, let’s roll the dice just one more time / Odd number says we walk away now, even says we die.”
Let ook op het arrangement overigens, dat nooit doorsnee is, maar de boel gaandeweg opentrekt naar een grootse finale.
Hoogtepunt: 1’38”. “If hell is in the detail, babe, I’m a microscope / I know I’ll live to see you swinging, given enough rope”: eerst weer een van die snedige zinnen waar McRae in 2000 het patent op had, dan het echte gif.
- Strangest Land
Een nummer met vele gezichten. Het begint met geneurie alsof we, hoe kan het anders, weer in een John Wayne- of Randolph Scott-western zitten. Tex Ritter is nooit ver weg, Ennio Morricone evenmin. Daartussen zitten elementen van loungy sixtiesmuziek; James Bond is evenmin ver weg (zinnen als “We’ll hide there in the dark” en later “But now I think it’s time you went away” roepen direct klassieke Bond-generieken op). Het is waarschijnlijk een van de meest openlijke, vrije sollicitaties die McRae doet om soundtracks te mogen maken. Dat trouwens niet meer van zijn nummers de weg vinden naar het kleine en grote scherm, is een volstrekt raadsel.
Hoogtepunt: 2’20”. Die elektrische gitaar die klinkt alsof ze rechtstreeks geplukt werd van John Zorns The Big Gundown. Zoals gezegd: grootmeester Morricone is hier nooit ver weg.
- The High Life
In 2015 omarmt McRae zijn volledige Amerikaanse westernkant, en brengt hij een plaat uit met een band: Tom McRae & The Standing Band. Het zijn zo goed als allemaal muzikanten met wie hij al eerder samenwerkte, maar alla. In de opener gaat McRae alvast voor een wat vuilere zangstem. Je ziet zo de aanleg van de spoorlijn voor je: tumbleweeds dwarrelen over de desolate leegte en stofwolken verblinden het pad. McRae spreekt zijn bende gunslingers toe rond het kampvuur en klinkt meer als de Australian buddies Nick Cave en JG Thirlwell (de aanpak van de arrangementen doet heel hard aan Foetus denken) dan als de bard van zijn eerste platen. De rest van de plaat haalt niet meer het niveau van dit The High Life. Het is een beetje kenmerkend voor zijn platen van de afgelopen twintig jaar: enkele sterke nummers, te veel ondermaatse stinkers. Maar sterke is in dit geval gelukkig wel beresterk.
Hoogtepunt: 00’59”. McRae laat z’n stem dreigend en vilein klinken met dat: “We can light a fire now with all that’s left to burn” en heeft je klaar voor de rest van zijn duistere rant.
- Bloodless
Een kruisweg-referentie, een woordspelende knipoog naar kolonialisme, maar ook gewoon koppijn van de cafeïne: er zit tekstueel van alles in het grandioze “Bloodless”, maar zoals dat gaat bij de vroege McRae, toch vooral weer veel desillusie en kwaadheid. Dat hij ter compensatie voor het in vijftig tinten venijn uitgespuwde “Tell me again / What am I feeling / You know me so well” een strijkkwartetje en een harmonium inschakelt, onderstreept des te meer hoe prachtig boos de man toen kon zijn.
Hoogtepunt: 0’40”. “Satisfied with a knife in your spine / You’re bloodless”. Nope, alweer geen liefdesliedje.
- You Only Disappear
“You Only Disappear” is het soort breekbaar, oereenvoudig nummer dat velen uit hun pen proberen te schudden, maar weinigen effectief geschreven krijgen. Als dat, zoals bij McRae, vroeg in de carrière gebeurt, is dat een zegen maar ook een vloek. Die song wordt het ijkpunt waarmee alles wat erna komt ongenadig wordt vergeleken, maar tegelijk gaan je fans je nooit meer vergeten.
In het geval van McRae heeft het ook iets triests, want hij is het intensief blijven nastreven op al zijn volgende platen, maar niets kwam nog in de buurt van dit oh zo bedrieglijk eenvoudige lied: een gebroken man bezingt met een akoestische gitaar zijn hartzeer. Het is het soort nummer dat staat of valt met de productie, en die zit hier krek juist. Met de branie en onevenaarbare arrogantie van een beginnende artiest bespeelt hij alle elementen die ieder ander in dit soort lied zou uitvergroten. McRae gebruikt ze in perfecte dosering om “You Only Disappear” grootser dan groots te maken. Het verschil tussen Neil Diamond en Johnny Cash. Tom McRae kwam met dit nummer aankloppen bij de allergrootsten.
Hoogtepunt: 1’08”. Die langgerekte “oooo” die overgaat in “from” naar “harm”, als inleiding voor dat refrein. Dát refrein. Hoe alles hier productioneel samenvalt tot een van de mooiste stukjes melodie ooit.
- The Boy With The Bubblegun
Een van dé klassiekers vanop dat speciale, zwartgallige debuut, toen Mcrae nog een angry young man was, die dat puur pro forma wikkelde in fluweelzachte zang. Dat contrast maakte dat hij zich wat kon permitteren. Zo kon hij met die kerkkoorstem venijn spuwen als “If words could kill / I’d spell out your name” en er mee wegkomen zonder dat het pathetisch klonk. Daarvoor was de song te rauw, de emotionele ader te naakt. De lyrics zijn gevleugelde woorden geworden op alle optredens waar dit nummer – vermoeden wij – élke keer wel gespeeld wordt. En elke keer (of is dat alleen in België?) halen fans een bellenblaaspistool boven. Voor wat extra sfeer tijdens dit geladen pistool van een nummer. Je wilt niet aan de andere kant van “The Boy With The Bubblegun” staan.
Hoogtepunt: 2’38”. De coda met die “If songs could kill / This one’s for you”. Neen, je wilt écht niet aan de andere kant van deze song staan.
- Ghost Of A Shark
Als een boom valt in het bos, maar er is niemand die hem hoort vallen, was er dan wel geluid? “Ghost Of A Shark” raakt een soortgelijke filosofische kwestie aan, voor de gelegenheid met een haai die er wel of niet meer is. Het dier in kwestie? Ongetwijfeld McRae zelf: Just Like Blood barst van de verwijzingen naar vertrekken, verdrinken, verdwijnen in het algemeen, maar nergens wordt die ontsnappingsdrang zo warm ingekleurd als hier, met een nostalgische slidegitaar, de zacht brommende cello van Oli Kraus (redelijk onmisbaar op deze plaat), en een ritmesectie die de song subtiel uit zijn slaapwandelende tempo wakker schudt.
Hoogtepunt: 0’58”. Een voorzichtig roffeltje percussie, de slide die over de snaren glijdt: het moment waarop dit nummer zachtjes openbloeit.
- Fifteen Miles Down River
Je kan veel over Tom Mcrae zeggen, maar hij weet hoe je een plaat moet afsluiten. En hoe je een scène moet neerzetten. “Fifteen Miles Down River”, dat op het onderschatte The Alphabet of Hurricanes het licht uitdoet, toont allebei. Na alweer een wilde emotionele rit zit de zanger ergens te dobberen op het water. Bestemming: nergens. Mcrae kan het tobben niet laten maar lijkt uiteindelijk toch vooral te berusten in zijn lot. Al is er ook milde hoop. Misschien achter die bocht, misschien ligt daar schoonheid? Of wie weet, de waarheid? Een reden waarom we ons zo opjagen in dit ondermaanse, terwijl we over de stroming uiteindelijk toch niets te zeggen hebben.
Daar in de verte, zien we daar toch iets wat op een bestemming lijkt?
Hoogtepunt: 1’20”. Een piano heeft rode wijnvlekken op de witte toetsen. Ergens neemt een serveuse vijf minuten pauze en rookt een sigaret, de diepere zin van het leven is ver te zoeken. Maar voor een minuutje voel je je vrij, al is het in een illusie.
- Alphabet of Hurricanes

Vanaf het helaas onevenwichtige From The Lowlands staarde Tom Mcrae wat minder naar zijn eigen navel en werd hij meer een soort verhalenverteller, een chroniqeur van de rusteloze zielen. Nergens wordt dat duidelijker dan op afsluiter “Alphabet of Hurricanes” – dat vreemd genoeg niet op de eerdere gelijknamige plaat stond. Het is een majestueuze vertelling, zo eentje waar de Rio Grande wordt overgestoken, cafés nog jukeboxen hebben en de levenswijsheden achteloos rond het vuur achtergelaten worden. Er wordt dan ook niet op wat gewichtige strijkers meer of minder gekeken.
Uiteindelijk gaan we allemaal onze eigen weg, met onze eigen verhalen. “There’s nothing left to divide / You take the days, I’ll take the nights / And I’ll go lightly on my way / And you will go lightly on the same”.
Hoogtepunt: 7’35”. De strijkers stijgen op en doven dan weer uit tot een intieme oogopslag, zo eentje waarna de aftiteling begint en het einde open blijft. “Alphabet of Hurricanes” had zo op de soundtrack van een Grand American Film gekund.
- I Ain’t Scared Of Lightning
Je hoeft geen kenner te zijn om te weten dat McRae graag uitpakt met een portie drama en grootse gebaren, maar dit kleine liedje – nauwelijks anderhalve minuut – is het meesterlijke bewijs dat hij dat allemaal niet nodig heeft. De bombarie van “Sao Paulo Rain” dooft uit, alles valt stil, en McRae blijft staan onder een dik pak wolken, de bliksem uit te dagen met z’n akoestische gitaar. “Mooie liedjes duren niet lang”, het had voor “I Ain’t Scared Of Lightning” bedacht kunnen zijn.
Hoogtepunt: 0’20”. “If they gave degrees / For cheating destiny / Then man, I got a first” – wie aan het einde van McRaes debuut nog een bon mot vandoen had, komt alweer aardig aan zijn trekken.
Tom Mcrae speelt op zaterdag 22 november zijn debuut integraal in de AB. Er zijn nog tickets beschikbaar.



