Tijdsgeest? Wie heeft tijdsgeest nodig als je je amuseert? Als er nog altijd generatiegenoten op je staan te wachten, zelfs op een zondagavond? In De Vooruit stonden Happy Mondays omdat ze daar goesting in hadden, en al liep frontman Shaun Ryder er wat verloren tussen, het was minstens voor de helft een feestje.
Ik was hem vergeten. Echt niet meer aan gedacht, maar daar wandelt hij op, na een pompeuze, meer op festivalmaat gesneden intro. Laat deze recensie dus vooral dat zijn: een liefdesbrief aan hij die live altijd de essentie van deze band was. Aan Mark ‘Bez’ Berry, de man die een job uitvond die niemand anders kon doen, die zichzelf nodig maakte.
Je ziet het in 24 Hour Party People, de film die Michael Winterbottom maakte over het ter ziele gegane Factory Records uit Manchester. Joy Division is gekomen en vergaan, New Order heeft de plaats ingenomen en met hen is de moderne dansmuziek de Noord-Engelse stad binnengekomen. In de Haçienda-club die de groep vervolgens opent, mag een jong groepje het podium op, om volledig dood te vallen.
Bizar bandje dan ook. Ja, ze hebben duidelijk kaas gegeten van funk en disco, hebben van de klok die in de pakhuizen van Detroit galmde de klepel gehoord. Dat daartussen een van de lads uit zijn nek staat te lullen, klopt dan weer niet. Rà à r, is het, en iedereen staat maar wat te kijken, tot er één plots het podium opstormt, hevig begint te bewegen. Een gloeilamp brandt boven de hoofden: toch om te dansen, dus.
DÃ t was Bez, en de rest werd geschiedenis. Happy Mondays groeide in een waas van drugs en hard benadrukte letters ‘E’ heel even uit tot de grootste band van Engeland. Vandaag is die vijf jaar durende roes lang geleden, maar kachelt de band op gezette tijden nog eens uit om zijn erfenis en pensioen veilig te stellen. En ja hoor: ook hij banjert op nadat alle muzikanten “Kinky Afro” goed en wel hebben ingezet.
Bez dus. Oer-Engelse kop met dat platte haar en smalle gezicht, dat benige lijf in een baggy jeans dat over het podium banjert alsof het allemaal niét heel lang geleden is. “Please be careful, you’re in your sixties”, zal Ryder halverwege grappen als de danser op een monitor gaat staan. En daarmee zijn we bij de laatste die opkomt beland. Als een dronken caféganger die per ongeluk de verkeerde deur heeft opengetrokken staat dan toch ook de frontman daar tussen de band.
Het klinkt nergens naar. De geluidsman moet het allemaal nog wat goed krijgen, maar dat komt wel. Terwijl Ryder nog eens informeert wat de setlist gebiedt, wordt “Dennis And Lois” ingezet, en daar valt alles op zijn plek. De housy piano en droge drums haken in elkaar, de gitaar speelt zijn melodie. En er is Firouzeh Berry om de zang te ondersteunen, zodat de frontman maar achterover te leunen heeft: beetje kletsen in de microfoon, dat gevoel. En er is altijd Bez om naar te kijken, dat helpt.
Je hoort de invloed van de dansrevolutie die in de jaren tachtig over de oceaan plaatsgreep. “Eighty-fucking-eighty, man”, zal Ryder brullen over “Mad Cyril”, en dat had hij ons niet moeten vertellen, dat deden die housetoetsen wel. “Loose Fit”: nog zo’n riedeltje dat werkte en blijft werken. Als je maar aanvaardt dat tijdsgeest ook maar dat is. Ik kijk rond me, waar het aardig mooi verweerde koppen tellen is: niemand geeft hier nog een hol om zo’n vluchtigheid. Vroeger was ook leuk. En waarom ook niet? In “Rave On” laat Happy Mondays zich horen als strakke 4/4-machine, “Bob’s Your Uncle” klinkt alsof we in die – ondertussen afgebroken – Haçienda staan. Bez, in zijn hoofd, staat daar nog steeds.
En toch was deze groep nooit echt een singlesband. De roem was onovertroffen, de platen gingen als zoete broodjes de toonbank over, er is niettemin maar één hit. Natuurlijk is “Step On”, een oneerbiedige herwerking van John Kongos’ “He’s Gonna Step On You Again”, het kookpunt. En je snapt ook waarom. Alles aan dit nummer klopt, van het opgepompte gitaarriedeltje, tot de rollende groove, en de soulvolle vocals van Berry toe. Het is ook die zangeres die Ryder teken moet doen dat, ja, het gedaan is en hij mag afgaan. Het duurt geen drie minuten of Bez staat alweer op het podium, om zeker te zijn dat het publiek smeekt om “one more tune”. Of zoals dat in onze nota’s heet:
“BIS:”
Natuurlijk is dat “Wrote For Luck”. Nog één keer dansen alsof we twintig kilo lichter zijn. Nog een keer een feestje, maar dan wel één waar een zatte nonkel doorheen staat te lullen, en de coolste vooraan staat te dansen. Een laatste rondje zondagavond die als zaterdagnacht aanvoelde, alsof we nooit weg zijn geweest.
Niet slecht gedaan voor een hoop zestigers.



