Glitterpaard is véél: het begon als een tributeband voor de in 2010 overleden Mark Linkous, het is een mesjogge bandnaam en het is de optelsom van Marble Sounds, Portland, Wardrobe, Mintzkov en Millionaire. Het nieuwe album Thursday bevat elf kraakverse songs die klinken alsof ze er altijd al zijn geweest – een goed teken, maar soms ligt ook gezapigheid op de loer.
Het is niet omdat je in een Sparklehorse-coverband zit dat je per definitie zelf zwarte sneeuw moet eten als ontbijt, en toch wil de ironie dat het wordingsproces van plaat nummer twee een calvarietocht werd. Persoonlijke besognes troebleerden de voortgang van het opnameproces van dit album. De grootste houvast waren de opnamesessies op donderdag – een mens moet nu eenmaal op tijd en stond zijn miserie van zich kunnen afzetten, en regelmaat is de moeder van de productiviteit. Tijdens die sessies werd telkens het veld van het gemoed verder omgeploegd en de songs kregen de tijd en de kans om te groeien.
Glitterpaard grossiert net als zijn voorvader in melancholie. Openers “Lost In Your Gold” en “Quiet Boys” klinken als het beste van twee werelden: dit is heel Belgische indie uit de nillies, waarbij de duidelijke Mintzkov-spice doorspekt wordt met een goeie scheut Linkous. Het haasje-over tussen zangers Philip Bosschaerts en Damien Vanderhasselt verraadt de ervaring die meespeelt in Glitterpaard: hier is een voldragen band aan het werk. Het scheutje Sara Pepels is verfrissend en nauwkeurig gedoseerd. “Big Fun” is even mooi als ironisch: plezier spat er niet meteen vanaf – of toch niet datgene wat gangbaar “plezier” heet, maar to each his own. Larmoyant sleept het zich verder tot het diepe sporen slijt in uw gemoed. “End Scene” heeft iets van Girls in Hawaii, maar dan met wat minder vlees aan de botten, en ”Make Me Mine” zwelgt in die typische Sparklehorse-weemoed. Het is haast perfecte alt-indie, hapklaar voor de radio geportioneerd.
Dansen zullen we op de songs uit Thursday nog steeds niet meteen doen, maar er mag ondertussen wel al eens gerockt worden. “Black Page” is lekker vuile garage, meer iets wat Fence of zelfs Mark Lanegan zou hebben durven te maken, maar dan met een streep glam erin verwerkt. De ingehouden, beheerste houding van de twee openingsnummers werkt bedwelmend, maar hier bij het vuilere werk komen we weer tot leven. “Days Of Jupiter” is een ommetje van fuzz-fun, op de snijlijn van de vuiligheid die Millionaire en Mintkov delen. “Mythomania” is nog eens een okselhaar-onfris tussendoortje, als een verloren track uit Worst Case Scenario – zeker geen afleggertje, eerder voer voor een deluxe-editie. Het is meer demo dan afgewerkte song, met een rauwere echtheid die de andere songs soms wat ontberen.
Thursday is oerdegelijke indie zoals ze dat enkel maken kunnen in ons landje: melodisch, melancholisch, een beetje overstuurd… muziek bestand tegen de betere herfststorm, quoi. En toch missen we in het algemeen wat de totale overgave van de muzikanten, het zich volledig verliezen met risico op krassen in de ziel. Het soort intensiteit dat helaas geleid heeft tot het vroegtijdig inslapen van het oorspronkelijke Sparklehorse. Zo klinkt een nummer als “Underdressed” daardoor helaas zoals zijn titel suggereert en is het zo weer voorbij. Afsluiter “Lay Me Down” poogt om richting Beatlespop te gaan, maar het resultaat is wat te lauw en laat ons vooral achter met een idee van braafheid dat sommige andere songs van dit album geen recht aandoet.
Thursday is bij momenten even ongevaarlijk als het gehaakte speelgoedpaardje op de cover: deze tweede van Glitterpaard had van ons dan ook wat vaker briesend mogen steigeren als een met de sporen gegeselde hengst uit het vurige Mordor. Het zit er nochtans wel degelijk in, dat vuur, maar het blijft vaak een beheerst kaarsvlammetje.




