De film van iemand anders’ leven
Zaterdagmiddag worden we zonder veel moeite figurant in de film van iemand anders’ leven, wanneer we ons willen aanmelden voor de ronddraaiende Panorama Kino Theatre-installatie op het veld voor Het Veld (dat is het tweede podium). Te laat om binnen in de kijkdoos te mogen plaatsnemen, worden we deel van de film die zich voor die schaarse gelukkigen zal afspelen. Goed gelachen met dit straattheater, een kwartiertje onnozelheid dat een mens vrolijk maakt.
Waarna het hoogtepunt van het festival een beetje verloren staat op dat kleine Bospodium. Want jongens, wat was Hamish Hawk goed. “Juliette As Epithet” is nog een rustige opener, gaandeweg bouwt de energie op. “Big Cat Tattoos” is hoekige funk over onbedwingbare aantrekkingskracht die laat horen hoe veelzijdig zijn erg puike band is.
Het is sterk hoe de Schot het publiek aan zijn lippen weet te kluisteren. Veel gebeurt er niet, en tegelijk toch weer wel: altijd is er een opgetrokken wenkbrauw, een blik in het publiek, een kleine pose; acteerwerk van een nadrukkelijke, aanstekelijke verteller. Dat hij ook een geweldige songsmid is, blijkt dan weer uit de eindspurt die voelt als een greatest hits. Eerst dat bijna overacten in “Calls To Tiree”, met die meane gitaarsolo van Andrew Piersson; daarna “Bakerloo, Unbecoming”, een anthem zoals er niet veel zijn. En dan moet het onweerstaanbare “The Mauritian Badminton Doubles Championschip 1973” nog komen. “If you know it, sing along. If you don’t, gaze adoringly in this direction”, klinkt het ietwat grijnzend. En met een potig uitgebouwd “Caterpillar” – zie hem zweten! – is het alweer voorbij, terwijl wij meer, veel meer willen.
Black Lips telt later op hetzelfde podium af met “un deux trois ugh”, omdat dat goed klinkt. En vandaar wordt doorgeramd, sans commentaire. “This is a cool setup”, merkt Cole Alexander op over het bij elkaar getimmerde podium, en dat klinkt een beetje als Julian Casablancas’ schampere “some postcard shit” toen hij eens wanstaltig over het Best Kept Secretpodium mocht wankelen: ondankbaar.
Verder geen klachten over de set van dit vijftal, dat aan puntige snelheid een dwarsdoorsnede van zijn oeuvre serveert. “Holding Me, Holding You” is huppelende country, het meezingertje “Dirty Hands” is bedoeld bezopen Beatles, voor de Velvet Undergroundcover “Get It On Time” neemt saxofoniste Zumi Rosow de microfoon, en dat is goed. Het eindigt zoals gewoonlijk met een uitbundig “Bad Kids” – noem het hun theme song – en dat is dat. Enkele overbodige minuten worden niet opgebruikt, het punt is gemaakt. Dat schorremorrie dat ooit uit hun middelbaar werd gezet wegens “subcultural danger” is ondertussen mooi cultureel erfgoed geworden.
Zaterdagavond zal uiteindelijk wondermooi eindigen met een DIIV dat voor één keer op een perfect uur op de perfecte plek staat. In de halfopen Veldtent zijn de sterren zichtbaar, en speelt de groep ze meteen van de hemel. Terwijl bizarre visuals achter hen gewag maken van een vreemde selfhelpsekte, rinkelt de muziek. “I’ll embrace my mistakes”, zucht Zachary Cole Smith in “Brown Paper Bag”, en je merkt hoe de groep meer en meer de voetsporen van Slowdive drukt. En zoals dat ook bij die shoegazers gaat, hoor je in “Under The Sun” hoe ook The Cure zijn vingers naliet op de gitaarlijn.
Ondertussen op het scherm: een infomercial voor iets dat “Soul-net” heet – tijdens “Soul-net”, wel zo handig – een zoomcall over neutronen tijdens “Frog In Boiling Water”. Het heeft iets van de visuals die Adam Curtis voor Massive Attack ontwerpt, maar dan alsof die door een verdwaasde prepper met een aluminium hoedje werden opgesteld. Het regent in “Take Your Time” samenzweringstheorieën, terwijl de gitaren bijna vrolijk klinken. Het is… raar, maar tegen de razend knappe afsluiter “Doused” sta je toch maar mooi met de ogen dicht te genieten.



