End Of The Road, 2025 :: Koffie, modder waar je niet om geeft, en folk in een bucolische tuin

Zaterdag 30 augustus :: God bless the rain

Op zaterdagochtend wrijven wij in de regen bij de Garden Stage de prut uit onzer ogen met Muireann Bradley, een oude ziel in een jong lichaam met verweerde stem. Toch kan ze rekenen op een best mooie opkomst van stil katerende of luisterende mensen. Onze lat ligt bovendien laag voor deze opener en ze houdt de traditie zeker levend, zoals in een overtuigend “When The Levee Breaks”. Voeg daar nog mooie covers van Jackson Browne (“These Days”) en John Prine (“Clay Pigeons”) aan toe en wij hebben een goeie ochtend gehad. Koffie? Koffie!

Om ons voor te bereiden op Viagra Boys en DIIV vanavond kunnen we weliswaar iets steviger spul gebruiken. In The Big Top cureert het tijdschrift Uncut op het decibelniveau dat wij nodig hebben. TVOD klinkt alvast goed. Althans van buiten, waar het ondertussen stevig was beginnen regenen. Dan zoekt iedereen dekking in de tenten, wat voor een obscure Amerikaanse postpunkband vast heel mooi meegenomen is. Voor ons in de rij iets minder.

We blijven hangen voor Mary In The Junkyard. Het gezelschap komt uit de Windmill-scene (uiteraard) – al meer dan een decennium een bakermat voor alles wat hip, cool en vooral luid is. Vergeleken met andere alumni als Fat White Family en Shame klinkt deze indieband helaas behoorlijk braaf. Hun enge intro’s, occasionele uithaal en combats hebben ze al, nu de weg tussen al die uithalen nog uitdiepen. Met invloeden van mathrock, dubby drums en avant-garde rock wanneer de strijkstok wordt bovengehaald – trouwens vaak de beste momenten – komen ze er wel. “Mouse” is zowel breekbaar als luguber, afsluiter “Tuesday” doet met zijn stevige groove en viool soms zelfs aan de oude dEUS denken (niet voor het eerst trouwens). En nu nog wat kilometers maken.

Als je op een regenachtige festivaldag een goeie affiche aan een tent kan koppelen, waarom dan dabben in de regen op zoek naar iets anders? Bij een festival als EOTR, waar een belangrijk deel van de ervaring het dwalen door het bos langs de kleine podia met verrassingsoptredens en rare installaties is, is dat een beetje jammer. Maar als de English Summer Rain op je dak landt, kiezen wij toch voor hangen in de Big Top. Helaas, slecht nieuws. Het experimentele Ex-Easter Island Head heeft afgezegd en wordt vervangen door Glass House Red Spider Mite. Deze eerder generische shoegaze doet ons toch kiezen voor een verhuis naar naar The Folly, waar het ensemble Titanic zal spelen. We passeren nog een gigantische rij aan de cinema voor The Bob’s Burgers Movie en hebben medelijden met de ongetwijfeld teleurgestelde ponchogangers.

Zoals gezegd, is Titanic een eerder onbekend jazz/kamermuziek-ensemble, maar door de regen krijgen ze plots een groot publiek cadeau. Anderzijds is dat ook een vergiftigd geschenk als dat publiek dwars door je rustigere delen staat te praten, pint in de hand. Hier staat nochtans een strakke groep te spelen – beetje Caroline, beetje Portico Quartet – dat beter verdient. Maar wat doe je in zo’n situatie? Doorspelen tjiens, en luid een beetje. Bezwerend zwevend richting hogere sferen was de regen snel vergeten. Een saxofonist blaast zijn instrument kapot, de gitarist kijkt niet op een herhaling meer of minder en de zangeres zingt iets prachtigs in een taal die wij niet begrijpen. Een bulderend applaus sluit af. Hier zijn zieltjes gewonnen, waaronder wijzelf: dit was een onverwacht hoogtepunt. God bless the rain.

Moonschild Sanelly in de Big Top is daarna heel Brits, heel enthousiast en heel luid. Gewoon Héél Véél. En wij zouden niet graag haar ex zijn. Ze krijgt een zwetende tent wel goesting krijgen in een feestje, maar deze hyperkinetische hiphop staat iets te ver van ons af. Hier hebben wij te weinig ADHD voor. Al zal niemand kunnen zeggen dat het podium niet het tweede thuis van deze geboren entertainer is. Ze jaagt het publiek op tot ook de achterste rijen mee zijn. Tegen een denderend “Big Man” moest niemand nog overtuigd worden dat hier een “big woman” stond. Dit was een feestje, alleen niet helemaal het onze. Dat had Jasmine.4.t, een protegé van Phoebe Bridgers, wel kunnen zijn. Er stond echter opnieuw een lange rij muziekliefhebbers/uitgeregende festivalgangers op zoek naar een tent. Met andere woorden, hier was geen beginnen aan. Avondeten in een andere tent dan maar.

Sorry, Mount Kimbie, wij vonden jullie ooit heel goed op Dour in 2014, wilden graag met jullie dansend de avond in. En echt, zelfs een beetje regen had ons niet gestoord – wij zijn veteranen van Dour 2012. Maar deze stortregen en modderpoel is ons te veel. Dus wij gaan naar een documentaire over de mysterieuze Jandek uit 2003 kijken. Waarmee wij eindelijk ook eens in de cinema van EOTR geraken, wat ons vorig jaar niet lukte voor een docu over Songs: Ohia. Dit jaar dus wel, bij een twintig jaar oude film over de obscure outsider Jandek. Maar hoeveel valt er te zeggen over zo’n mysterieus figuur die geen interviews geeft en waarover nauwelijks iets geweten is? Niet zo veel, zo blijkt al snel aan de eindeloze rij talking heads. Zo is Jandek On Corwood meer een tijdsdocument van outsider muziekdocu’s zoals Vinyl dan van Jandek zelf.

Dan toch maar Mount Kimbie, nu de regen gestopt blijkt en enkel de modder overblijft. Maar zo achteraan aansluiten werkt bij deze band toch niet zo goed. Dat is anders bij de ‘spring in het veld’-indierock van Ducks Ltd. Want wij hebben onze les geleerd: voor bdrmm komen wij goed op tijd in de Folly. Deze groep brak door tijdens covid met een vrij klassieke shoegazesound, maar liet zich op het label van Mogwai onderscheiden door haar sterk songmateriaal. Op derde plaat Microtonic hoorden we meer elektronica, wat zich vertaalt in drie synths stevig op een lijn, vooraan het podium. Dat maakt de band een mooi bruggetje van Mount Kimbie naar DIIV. En er blijft genoeg geluidsmuur over om iedereen hier op een wolkje te doen zweven. De vier voldoen ook helemaal niet aan het cliché van schoenenstarende weirdo’s. Ze zoeken het publiek op, palmen het podium in als een roedel hongerige wolven. Zo wordt er gestaag opgebouwd naar het geweldige “Lake Disappointment”, oftewel Loveless geremixt in Madchester. De eigen sound est arrivé.

Dan is het haasten naar de crowdcontrolnachtmerrie genaamd Viagra Boys op de Garden Stage. Kleine opmerking tussendoor: voor een festival dat al zo lang bestaat, worden er toch best rare keuzes gemaakt over podia en tijdssloten, en kunnen zaken als de bar en wachtrijen toch echt beter, zeker voor Britten. De pijn die je moet overhebben voor een echt alternatief festival? Maar Viagra Boys dus. Wij noteren: vuil, vettig, hard. Vanaf “Man Made Of Meat” vliegt de kurk van de fles tot achterin het publiek. Met “Uno II” schakelt de band een versnelling hoger, “Store Policy” is een totaal pandemonium. Deze punkers kunnen echter meer dan versterkers op 11 zetten en de vetzak uithangen. Ook muzikaal zit alles prima in elkaar. Ze weten perfect op welke momenten er gepest moet worden met feedback en schreeuwende saxgeluiden, wanneer er gas teruggenomen moet worden om daarna de 300 kilometer/uur te halen. “Dance motherfuckers”? Het zal wel zijn nog niet. “Sports”? Wij hebben van heel de zomer zoveel niet gezweet. Tegen “Research Chemicals” is de bal door het doelnet getrapt.

Grote opmerking hierna: Viagra Boys was fantastisch, maar tegelijk fucking onverantwoord op dit veel te kleine en begrensde podium. Geen idee wie de timetable en verdeling van de podia gedaan heeft, maar die persoon heeft geen plek bij een festivalorganisatie. Helpt niet: meteen daarna was het bij DIIV aanschuiven in een gigantisch te kleine Big Top. De rij buiten is groter dan het publiek in de tent. Meer in het algemeen overlappen deze avond te veel groepen die een publiek delen. Opnieuw: van een festival dat al even meegaat, verwacht je toch meer ervaring en voeling met je achterban.

Uiteindelijk raken wij dan toch binnen, in de tussentijd afgekoeld. In het donker van de tent, met het volume op loeihard en sfeervolle beelden geprogrammeerd, beland je vanzelf in een claustrofobische trip. “Somber The Drums” met live opgefokte vocalen is kippenvel. De iets concretere nummers van het vorig jaar verschenen Frog In Boiling Water werken over het algemeen beter dan de shoegazewolken van het oudere Deceiver. Al is een donderend “Blankenship” al meteen een uitzondering, en “Past Lives” een fantastische coda knal tussen je benen. Dit concert was misschien niet voor de occasionele festivalganger die even een bandje kwam checken, maar hier in een pikzwarte tent na middernacht, was het een hoogtepunt van deze End Of The Road-editie.

verwant

Eindejaarslijstje 2025 van Maarten Langhendries

De grote namen uit de indiewereld (Bon Iver, Alex...

Father John Misty :: Heart-Shaped Box

Hopelijk is het u ontgaan, maar vandaag is het...

Father John Misty :: Mahashmashana

De nieuwe plaat van Father John Misty is een...

Jake Xerxes Fussell :: When I’m Called

Op When I’m Called brengt Jake Xerxes Fussell wederom...

Lonnie Holley :: Oh Me Oh My

Pijn en leed klinken door op Lonnie Holleys zesde...

recent

Cardinals :: Masquerade

Het komt uit Ierland en de mannen van Fontaines...

No Other Choice (Eojjeolsuga Eobsda)

Met No Other Choice waagt Chan-Wook Park zich aan...

Tsar B :: ”Onrust? Ik bén onrust”

Ze werd verliefd op zijn tekst, en vervolgens ook...

Wuthering Heights (2026)

Sinds actrice en scenariste Emerald Fennell zichzelf heruitvond als...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in