Kingfishr:: ”’Zelfs als dit maar zes maand duurde, hadden we nog altijd een goed verhaal voor de kleinkinderen”

Je zag het niet komen, maar met all things Iers flink op het voorplan van de muziekwereld, haalt Kingfishr zomaar de banjo van onder het stof. Ergens tussen U2, Bear’s Den en Mumford & Sons brengt hun debuut Halcyon verhalen uit het platteland rond Limerick, waarmee ze zich onderscheiden van hun generatiegenoten uit Dublin. En toch klinkt het in de backstage van Pukkelpop: “We dachten dat het na zes maanden over en uit zou zijn.”

enola: En zeggen dat jullie eigenlijk ingenieurs zouden worden.

Eoin Fitzgibbon (bas): “Klopt. We waren allemaal student-ingenieurs aan de universiteit van Limerick toen we elkaar ontmoetten, maar ik denk dat we sowieso meer voorbestemd waren om muzikanten te worden. Ik mocht geen muziek gaan studeren van mijn ouders, terwijl ik al heel mijn leven speelde. Ik moest een echte job leren, zodat ik een pensioen zou hebben en ga zo maar door. En toen ontmoette ik Eddie en Eoghan tijdens de pandemie, en alles gebeurde voor we er erg in hadden. Aanvankelijk was het een hobby, gewoon spelen terwijl we samen dronken, liedjes schrijven, maar voor we het doorhadden, werd het meer.”

enola: Om dan voluit voor de muziek te gaan, omschrijf je in het gelijknamige nummer zelf als een “Shot In The Dark”.

Fitzgibbon: “Welja, we gaven onze jobs op met het idee dat als het mislukt, we er op zijn minst plezier aan zouden hebben beleefd. Eigenlijk waren we ervan overtuigd dat we binnen de zes maand opnieuw in de ratrace zouden zitten.”

Eddie Keogh (zang/gitaar): “Op dat moment waren al onze vrienden aan het verhuizen naar Australië, Canada, dat soort plekken, en in plaats daarvan zijn wij een band begonnen. Het plan was om dat twee jaar te geven, en te zien of het kon werken. En als dat niet lukte, dan hadden we op zijn minst een straf verhaal of twee voor onze kleinkinderen.”

“Dat vertelden we onszelf, tenminste. Kwestie van op voorhand al de klap te verzachten als het allemaal een stommiteit zou blijken. Maar zie, drie jaar later zitten we nog altijd met die goeie, oude muziek. En zeggen dat ik zo zenuwachtig was of onze sound wel geapprecieerd zou worden. Want we schieten een beetje alle kanten op, als een echt smörgÃ¥sbord. Je kunt er niet één genre op plakken. En zie. We stonden op Pukkelpop op de vierde dag, pal op de vroege middag, de tent was ongeveer afgeladen, en de sfeer was goed. Wat maakt het dan uit hoe onze muziek moet heten? We evolueren nu eenmaal voortdurend. Ik kan je garanderen dat dat Glints, wiens beats hier door het interview knallen, ons de komende weken meer zal beïnvloeden dan wat dan ook. Waarom zouden we ons ook laten afremmen?”

enola: Dat zou wat zijn. Is dat waarom Halcyon een stevige zestien nummers lang moest zijn? Zodat alle hoekjes van jullie geluid waren afgedekt?

Keogh: “Helemaal. Daarom hadden we ook al dertig nummers uitgebracht voor deze plaat. Gewoon omdat dat is hoe muziek nu geconsumeerd wordt. Je moet voortdurend iets nieuws hebben, en ik hou er ook van om gewoon iets te maken, het de wereld in te duwen en te zien hoe het onthaald wordt. Gewoon iets proberen. Dat is veel meer bevrijdend dan de druk van ‘en nu moet je een album schrijven’. Daarom zijn er ook verschillende versies van nummers als “I Cried, I Wept”, “Man On The Moon”, … We doen gewoon wat we graag doen, en denken niet na over wat succesvol is en wat niet.”

 enola: Wat bedoel je met de titel van de plaat Halcyon?

Keogh: “‘Halcyon’ als Engels woord heeft een hoop betekenissen. Ten eerste wil het gewoon ‘die goeie oude dagen’ zeggen, maar het is ook de naam van een vogel uit de Griekse mythologie, maar ook die van een Afrikaanse vogel, een ondersoort van de klasse van de kingfishers. Dus dat vond ik wel leuk.”

“Voor mij zijn de goede oude dagen die aan de universiteit toen we met de band begonnen. Maar meer en meer zijn wat we nu beleven ook geweldige dagen. Vandaag is een van die goeie oude dagen, bijvoorbeeld: opstaan, dat podium daar opgaan en niets verwachten van het publiek, en zien dat het werkt. ‘Halcyon’ is voor mij vandaag, en de afgelopen drie jaar. Het staat voor dat ‘we geven het een kans en zien wel’.”

enola: Het is een wervelwind van twee jaar geweest, niet?

Keogh: “Dat kun je wel zeggen. We zijn alles samen drie jaar bezig, en alleen al afgelopen week kwamen we zoveel mensen tegen die ons kwamen zeggen hoe ze op ons eerste concert waren. Dan heb ik altijd het gevoel dat we zoveel gegroeid zijn. Er zijn momenten geweest dat het zo hard ging, dat we bijna achter de feiten aanliepen. Gelukkig kregen we altijd wel opnieuw grip op de zaken. Het is een beetje eb en vloed, die intensiteit.”

Fitzgibbon: “Soms werden we echt overrompeld, maar bon: we zijn met drie, we hebben een fijn team rond ons, …  Je goed omringen, dat is eigenlijk het belangrijkste. En dat hebben we gedaan.”

enola: En dan sta je plots in het voorprogramma van Bruce Springsteen. Was dat het gekste dat je is overkomen?

Fitzgibbon: “Er bestaat nu een T-shirt van dat optreden waarop zijn naam staat, en die van ons ook. Heel klein, ergens onderaan, maar toch: het is op datzelfde kledingstuk.” (lacht)

Keogh: “Of dat het gekste is? Ik weet het niet eens: de maatstaf daarvoor wordt voortdurend verlegd. Wat je normaal vindt, verschuift gewoon. Plots gaan we om met mensen naar wie we vroeger opkeken, zoals James Bay. Die is ondertussen een goeie vriend geworden. En dan zeggen ze dat we onze oude vrienden moeten koesteren, ons hoofd niet mogen verliezen en blabla. Wel, ze hebben gelijk. Dat doen is het moeilijkste, als rond je alles groter en groter wordt: de optredens, de televisieshows, de magazines, …”

enola: Je hebt al eens gezegd dat niemand gemaakt is voor dat soort aandacht.

Keogh: “Neen. Ik ben al een paar keer door mijn vrienden de mantel uitgeveegd dat ik het in mijn bol had gekregen. Zeker als een mens gedronken heeft, dreigt hij al eens hoog van de toren te blazen. Dan heb je maten nodig die zeggen dat je niet de lul moet uithangen. Of je andere bandleden. We zorgen wel voor elkaar, ook op dat vlak. Of dat proberen we toch. Want het is niet gemakkelijk, maar het is wel de geweldigste ervaring van ons leven.”

enola: Over drank: dat je niet elke avond kunt feesten, is de eerste les die elke beginnende band leert op tour. Wat was de tweede?

Keogh: “Iemand van ons team heeft me ooit heel vroeg al gezegd dat je moet opletten hoe je mensen behandelt onderweg naar de top. Want je gaat ze allemaal tegenkomen op de terugweg. Dan kunnen je songs nog zo goed zijn, als mensen niet met je willen werken, wordt het lastig.”

enola: Hoe verklaren jullie eigenlijk de huidige hausse aan Ierse bands? Jullie zijn daar wel wat buitenbeentjes in.

Keogh: “We staan inderdaad wat apart van die hele postpunksfeer uit Dublin, maar we hebben alleen maar respect voor wat bands als The Murder Capital en Fontaines D.C. hebben bereikt. Verder heeft iedereen natuurlijk zijn eigen achtergrond. Wij zijn afkomstig van het platteland; dat is iets anders. Ik denk dat wij misschien meer typisch Iers zijn. Verder is het alleen maar iets om trots op te zijn. Ierland is zo’n klein land, en bokst op creatief vlak enorm boven zijn gewicht.”

Fitzgibbon: “Die landelijke achtergrond verklaart wel waarom we een beetje traditioneler klinken. Met al die natuur en koeienstront rondom ga je vanzelf een ander smaakje Ierse muziek maken. Het fijne was dat we repeteren in een boerderij, waar we zoveel lawaai kunnen maken als we willen. Geen buur om te klagen.”

enola: Zoals schrijver Donal Ryan prachtig documenteert in zijn boeken, is dat stuk Ierse binnenland destijds hard getroffen door de financiële crisis van 2008. Jullie waren destijds opgroeiende kinderen; heb je daar wat van meegekregen?

Keogh: “Ik denk dat ik elf of twaalf was toen ik hoorde hoe de banken misschien gingen omvallen, en ik probeerde te begrijpen wat dat precies betekende. De angst op mijn vaders gezicht zei echter alles; ik verstond het, zonder het te snappen. Ik zag dat het traumatisch was, en ik denk dat daar in onze cultuur zeker iets van is blijven hangen.”

“Ierland is meer dan andere landen de afgelopen dertig jaar heel erg veranderd. Ik denk dat wij de laatste generatie zijn die zich als kinderen met Halloween verkleedden door zwarte vuilzakken aan te trekken. Vandaar ging het plots naar een tijdperk waarin iedereen met dikke Range Rovers begon rond te rijden, geld en drie huizen had. En plots, van het ene op het andere moment, was dat alweer weg. Die slingerbeweging is zo heftig geweest dat mensen daar echt niet goed van waren. Er is nog niet veel over die tijd geschreven, maar ik denk dat het er bij ons soms impliciet wel over gaat.”

Beeld:
Henry Pearce

recent

Claudio Stassi & Marc Bourgne :: Henri Vaillant – Een leven vol uitdagingen

Hoe de iconische renstal Vaillante opgericht werd, waarin piloot...

Affiche Eurosonic compleet

Met de aankonding van een laatste shot namen is...

Ronker :: Limelighter

Superman was een crimefighter, maar de nieuwe single van...

verwant

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in