Overcompensating behoort tot een genre dat al bijna 100 jaar bestaat: de freshman (de eerstejaarsstudent) aan de universiteit. Het genre is een soort variant op de coming of age-cinema. Maar waar dat soort films doorgaans teert op nostalgie, eerste liefde en trauma, gaan reeksen en films over de eerstejaarsstudent doorgaans harder in op seks, drugs and rock ’n roll. Een beetje als Ad Fundum dus, maar dan beter.
Die Vlaamse film richt zich vooral op de externe druk die studenten ervaren om erbij te horen. De peer pressure en de gevolgen ervan. Overcompensating richt zich, net als veel Amerikaanse series over dit onderwerp, eerder op de interne strijd van het hoofdpersonage. De angst voor vernedering en de bijhorende druk is volledig geïntrojecteerd. De serie gebruikt dan ook de klassieke ingrediënten: feesten, gênante seksuele escapades, onverwachte vriendschappen. Die dienen niet als narratief doel op zich, maar fungeren als de arena voor die innerlijke strijd. Het is uiteraard lichtjes kort door de bocht, maar mogelijk focussen recente Europese verhalen zich gewoon meer op de interne strijd die ontstaat door de druk en verwachtingen van de omgeving, terwijl Amerikaanse verhalen vaker vertrekken vanuit de verhouding tussen het zelfbeeld en de omgeving. De innerlijke strijd is daar een autonome worsteling die zich laat vertalen tot: ben ik voor of tegen die omgeving? In Europa is stress een gevolg, in Amerika een oorzaak.
Overcompensating gaat dus voluit voor de humor en tragiek. En op dat vlak dekt de titel volledig de lading. Het gaat uiteraard over een jonge homo die zich niet durft uiten en daardoor overcompenseert in macho, op-de-borst-kloppende cishetero-snoeverij-stereotypen. Maar deze set-up van de gag wordt altijd heerlijk doorprikt door die interne stress en onzekerheid. Benny wil schaamte, schuld of angst vermijden en juist positieve gevoelens zoals trots ervaren. Benny wil controle behouden over hoe hij gezien wil worden, zelfs al betekent dit zichzelf verliezen in die rol. Dit is wie hij in highschool altijd is geweest. De All-American football player die uiteraard alleen maar megahetero kan zijn en met zijn maten elke vorm van affectie wegbrult met een ‘no homo’, volledig in overeenstemming met het aldaar geldende heteronormatieve ideaal van mannelijkheid. Maar uiteraard leidt dit soort houding alleen maar tot een slechter welbevinden en de serie volgt net dat pad van Benny.
Want Benny hoopte op de vrijheid die een leven op campus zou bieden, een leven ver weg van de smalltown en de bekrompenheid van familie en schoolvrienden. Maar hij zet net de lijn van zijn oude schoolgedrag voort. Uit onzekerheid en angst die uiteraard nog meer angst en onzekerheid in de hand werken. En het is in de uitvoering van dat idee dat het komische talent van bedenker en hoofdrolspeler Benito Skinner in volle glorie schittert. Zijn vertolking is een gelaagde en geslaagde tour de force: hij speelt niet simpelweg een macho, hij speelt iemand die met elke vezel in zijn lijf wanhopig probeert te (laten) geloven dat hij een macho is. Hij probeert met elke mogelijke menselijke inspanning de stoere façade op te trekken, maar tegelijk toont hij in een blik, een gebaar, een lach, al de paniek die eronder schuilt.
Gelukkig staat Benny niet alleen. De reeks toont net haar volledige kracht in de nevenpersonages. Er is de kurkdroge Carmen (Wally Baram) met wie Benny de schijn ophoudt dat hij seks met haar heeft, er is zus Grace (medescenarist Mary Beth Barone), de crush Miles (Rish Shah, u misschien nog bekend uit Ms. Marvel), … zij bieden allemaal het broodnodige tegengewicht voor de zelfdestructieve spiraal. De interacties van Benny met de personages zorgen ervoor dat zijn pantser meer en meer barst. Zij vormen de spiegels die hij nodig heeft om zijn eigen eerlijke zelve te kunnen zijn. Uiteraard gaat dit niet van een leien dakje en zorgt het allemaal eerder voor hilarische en confronterende gevolgen. Want de expliciete regels van een studentenleven zijn niet altijd het probleem, het gaat eerder om die onuitgesproken regels van de maatschappij die je op jezelf begint toe te passen.
Vooral de eerste helft van het seizoen is een heerlijke komische rush met geweldige gags en one-liners (“I never met a guy who likes Lorde.”) In de tweede helft ligt de focus meer op de identiteitscrisis en verliest het komische aspect wat aan kracht. Zeker de nevenplots over Carmen die met Peter, het lief van Grace, gamet en sekst, zijn wat uitgerokken. Zo ook de intrige rond Peter en zijn boysclub-connectie James Van der Beek.
Ter compensatie is er dan weer de heerlijke cameo van Charli XCX, die ook meewerkt als producer en een song voorzag. In de reeks moet ze optreden, tegen haar zin (“Do you think I want to play fucking ‘Boom Clap’ in a fucking college?”) en tijdens het concert krijgt Benny een paniekaanval: in een droomsequens begint Charli te scanderen: “Benny likes boys!” De link met Charli is de partner van Benito Skinner, Terry O’Connor, het creatieve brein dat de ideeën van Charli visualiseert. Diezelfde O’Connor gaf jaren geleden al de duw die Skinner nodig had om filmpjes op Instagram te maken als Benny Drama. In de COVID-jaren waren zijn posts een verkwikkende goudmijn voor een opluchtende lach. Overcompensating is van hetzelfde kaliber. Zonder twijfel één van de betere comedyreeksen van het jaar die tegelijk een spiegel vormt voor iedereen die denkt dat het beeld dat je van jezelf ophangt sterker is dan wie je werkelijk bent. Nee, Skinner maakt overduidelijk: zelfbedrog zal je niet redden, wel vervreemden van jezelf.
Overcompensating is te bekijken via Amazon Prime Video



