Dat het systeem van de gezondheidszorg in Groot-Brittanië een puinhoop is door decennia van besparingen en privatiseringen – een golf die begon onder het bewind van Margaret Thatcher – is geen nieuws. Dat filmmakers daar hun zeg over doen is dat ook niet (denk bijvoorbeeld aan Brittania Hospital van Lindsay Anderson). De vraag is alleen of een film zoals Allelujah van Richard Eyre ook maar iets van betekenis heeft in relatie daarmee. Noch als drama, noch als film-esthetisch object heeft Allelujah immers iets te betekenen, waardoor de finale monoloog die de gebalde woede omtrent dit alles moet kanaliseren, geen enkele slagkracht heeft.
Dat ligt grotendeels aan regisseur Eyre zelf, al wordt hij niet geholpen door het logge scenario dat ook nog eens totaal misplaatst aan het eind het geweer van schouder verandert en plots een ander genre wil zijn. Het verhaal over een kleine geriatrische kliniek die met sluiting bedreigd wordt door een zoveelste besparingsronde, is op zichzelf niet mis, maar de inkijk in de levens van patiënten, hulpverleners en bezoekers, levert niet veel meer op dan wat geijkte melodramatische situaties. Er is de harde-verpleegster-met-het-gouden-hart, de idealistische jonge dokter (wiens voice-over ons dingen nodeloos expliciet uitlegt), allerlei patiënten met een eigen verhaal en vooral de zoon van een van hen: een consultant die werkt voor het ministerie van Volksgezondheid en die een heraut is van de nieuwe schaalvergroting die kleine lokale klinieken wil afschaffen, zoals die waar zijn vader verzorgd wordt. Het spreekt voor zich dat hij in de loop van het verhaal van idee zal veranderen, al besluit de film vervolgens ook weer om zichzelf in de voet te schieten door die voorspelbare plotlijn te willen begraven onder een bizarre ‘twist’ aan het eind.
Het morele kompas van dit alles zit ontegensprekelijk goed, maar dat wil daarom nog niet zeggen dat we ook naar een goede film zitten te kijken. Richard Eyre kwam in het verleden hier en daar redelijk geïnspireerd uit de hoek (in Iris bijvoorbeeld) maar zijn achtergrond als theatermaker heeft er altijd voor gezorgd dat hij worstelt met de visuele vereisten van de filmtaal. Dat blijkt ook nu weer. Onder andere Jennifer Saunders, Judi Dench en Bally Gill mogen de rollen invullen, maar nooit doet Allelujah iets meer dan ons toneeltjes voorschotelen met een camera erbij. De prent mist elke vorm van beeldende dynamiek of een stilistisch concept dat alles ook echt naar het scherm vertaalt. En dus kijken en luisteren we naar sloganeske dialogen en vaak karikaturale situaties die misschien niet dermate slecht zijn dat we helemaal afhaken, maar het scheelt niet veel. Afhaken doen we dan weer wel in de tenenkrullend slechte laatste minuten waarin alle euvels van de film worden samengebald en de verteller zich plots rechtstreeks tot de kijker richt. Film mag (ook) politiek zijn, maar het vergt een meer begenadigd regisseur dan Eyre om boodschap en vorm ook echt te laten samensmelten.



