The Witcher: Seizoen 2

Het nieuwe Game Of Thrones zal The Witcher nog altijd niet worden, maar in zijn tweede seizoen vindt de Netflixserie toch zijn eigen smoel en toon. Het verhaal zit goed, de acteerprestaties worden beter en beter, en de occasionele humor geeft het bij momenten een speels karakter.

Weer een fantasyreeks, opnieuw even krabben in het haar. ‘hoe zat dat ook weer in dàt universum? Oh ja’. Bon, met heksers dus, gemuteerde mannen – van vrouwen onder hen is voorlopig geen sprake – die mythische monsters bestrijden, terwijl rond hen allerhande rijken elkaar de macht bevechten, om daarna grommend onder elkaar de winter door te brengen in Kaer Morhen.

Het is daar ongeveer dat seizoen twee inpikt. Hekser Gerald van Rivia komt met prinses Ciri, van de gevallen stad Cyntra, aan op dat kasteel, en meteen gaan de poppen aan het dansen. Een frêle meisje tussen de bonkige heksers zit wat ongemakkelijk, smijt er nog een dartel troepje prostituees en een boomvormig monster bij, en het wordt bruut. Met lichte tegenzin zal Gerald toestemmen Ciri te trainen tot warrior princess, iets waar zij zich met veel verbetenheid op zal smijten.

Aan de andere kant van dat the continent volgen we dan weer tovenares Yennefer en Fringilla – u leerde ze kennen in seizoen een – die na de slag om Sodden samen gevangen worden door elfen. Niet dat die anders nog veel voorstellen. Het eens zo machtige volk is een op de vlucht geslagen horde, die zich warmt aan oude nationalistische mythes, en in haar blindheid een oude demoon opnieuw wakker kust.

Bent u er nog?

Fijn. Want dat verdient The Witcher wel, toch als u van dat soort fantasy houdt. Auteur Andrzej Sapkowski schakelde zich met zijn boeken naadloos in de ‘nerdy’ traditie, en de Netflixreeks blijft daar netjes trouw aan. Het goeie is dat dat met kunde gebeurt, en met geloofwaardige acteervertolkingen. Vooral Freya Allan groeit in haar rol als Ciri, en weet zowel de kwetsbaarheid van haar personage als de ontluikende volwassenwording geloofwaardig vorm te geven. Anya Chalotra geeft haar Yennefer de verlorenheid die nodig is. En Henry Cavill blijft wat hij is: een vierkante kaak met een diepe stem, een bijna-robot die al veel te lang heeft geleefd, en veel te veel heeft gezien, en nu ontdekt dat er toch nog een wereld van gevoelens is die hij nu voor het eerst moet verkennen. Vaderschap, begot, of toch iets wat daar op lijkt.

In dit tweede seizoen is de wereld geschapen, en kunnen de makers zich dus richten op het uitwerken van details. Dat gebeurt met veel oog voor verbeelding. Kaer Morhen, de tempel van Melitele, de stad Cintra,… ze worden sfeervol in beeld gebracht. Ook wat betreft toon valt alles meer in zijn plooi; er mag al eens geglimlacht of zelfs breeduit gelachten worden, zeker als rondreizend troubadour Jaskier in de buurt is. Het geeft The Witcher een eigenheid die het apart zet van in ernst zwelgende verhalen als de Lord Of The Rings-films of Game Of Thrones. En dat die verschillende tijdlijnen zijn losgelaten voor één verhaal in één tijdperk dat zich rustig, maar spannend ontwikkelt is natuurlijk ook een goeie zet.

Het derde seizoen is besteld. Een prequel wordt geschreven. Er zijn twee animatie-spinoffs en een ‘familievriendelijke’ versie staat in de boeken. Netflix heeft er vertrouwen in. En met dit tweede seizoen lijkt dat niet meer dan terecht. Als The Witcher nog eens zo’n sprong voorwaarts maakt, zullen die vergelijkingen met die andere reeks al een pak meer terecht blijken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + twintig =