Ballad of a White Cow

Maryam Moghadam werd bekend als actrice in de films van landgenoot Jafar Panahi, maar nam in 2018 voor het eerst zelf achter de camera plaats voor de documentaire The Invincible Diplomacy of Mr Naderi. Ze draaide die samen met documentairemaker Behtash Sanaeeha, met wie ze nu opnieuw samenwerkt voor het op het filmfestival van Berlijn in competitie opgenomen Ballad of a White Cow (de film wordt wereldwijd enkel onder de Engelse of Franse titel uitgebracht, de oorspronkelijke Perzische titel is enkel bedoeld voor de interne Iraanse filmmarkt)

0Maghadam speelt zelf de hoofdrol: Mina, een Iraanse vrouw die erachter komt dat haar man onschuldig was aan de misdaad waarvoor hij door het regime werd geëxecuteerd. Dat besef leidt tot een verbeten strijd die Mina noodgedwongen moet voeren met alle beperkingen die haar als vrouw in Iran worden opgelegd.

Ballad of a White Cow opent met de tekst van een ‘Surah’ vers en een hypnotiserend sterk beeld van een witte koe midden op de binnenplaats van een gevangenis. Het dominerende wit in dat beeld blijft terugkomen: in de steriele fabrieksomgeving waarin het hoofdpersonage werkt, maar ook in de kantoren van de overheidsinstanties waarmee ze geconfronteerd wordt, in woningen en in het voortdurend mistige weer. Moghadam en Sanaeeha gebruiken kleur en vorm dan ook voor een oefening in bijna abstracte kilheid die perfect aansluit bij het deprimerende onderwerp: de scène waarin een ambtenaar zonder enige emotie verklaart ‘dat er een spijtige fout gemaakt werd maar het uiteindelijk allemaal Gods wil was’ wordt door de camera op een bijna klinische manier geobserveerd en wint daardoor aan immense kracht.

Dit is dan ook een film van subtiel ‘understatement’ eerder dan van dramatische retoriek. Beelden worden gedomineerd door geometrie en balans en dat is een perfecte visuele metafoor voor de rigide omstandigheden waarin Mina moet functioneren: een wereld waarin iedereen – familie, overheid, relaties – haar probeert te overtuigen van het feit dat ze zich moet conformeren en het heersende evenwicht moet onderschrijven. Dat gevoel van isolatie wordt nog versterkt door veelvuldig gebruik van lijnen en compartimentering binnen het beeld, een ingreep die de personages afsluit van de hen omringende omgeving.

Halverwege schakelt Ballad of a White Cow over naar een nieuw perspectief – zowel verhalend als visueel – waardoor deze bespiegeling over de doodstraf nog een extra dimensie krijgt. Net zoals in Mahammad Rasoulofs There’s No Evil (de eerder gedraaide ‘Gouden Beer’ winnaar in Berlijn, die door de pandemie in België pas later wordt uitgebracht) leidt dat tot een fijnmazig en beklijvend pamflet tegen de systematische toepassing van executies in het moderne Iran, dat vanuit verschillende invalshoeken verteld wordt. Ook hier blijkt weer dat politieke films in de eerste plaats baat hebben bij een vertaling in beeld- en vormtaal, eerder dan bij expliciete stellingen: het draait om de manier waarop (visuele) kunst ideeën sublimeert en niet enkel illustreert en zowel Ballad of a White Cow als There’s No Evil zijn daar bijzonder mooie voorbeelden van.

In die gesublimeerde mijmering over schuld, boete en vergeving, zitten narratieve en thematische echo’s van zowel Mikio Naruses Nuages Épars als beide versies – door Douglas Sirk en John M. Stahl – van Magnificent Obession. Ballad of a White Cow is echter niet zozeer geïnteresseerd in een parabel over absolutie, dan wel in een relaas over de mogelijkheid daartoe onder een politiek en maatschappelijk bestel dat elke nuance in die zaken ontzegt aan het individuele niveau.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − vijftien =