Bingo

Soms, beste lezer, lopen de dingen niet zoals verwacht. Wie had durven denken dat Bingo, de allereerste verfilming van een stuk van het Echt Antwaarps Teater, dé film van 2013 zou zijn die zijn kijkers het meest tot nadenken stemt, of zoals dat de Engelsen dat zo mooi uitdrukken, zo’n thought-provoking film is? In een luttele 87 minuten zadelt de gehele familie De Ridder je op met een aantal existentiële vragen waar zelfs Jean-Paul Sartre een kortsluiting in z’n brein zou aan overhouden. Bestaat er in het Vlaanderen van de 21ste eeuw nog zoiets als een schaamtegevoel? Mag dat schaamtegevoel plaatsvervangend zijn? Moet ik mij schamen om een geboren en getogen Antwerpenaar te zijn? Wat heeft mij verleid om toch deze film te gaan bekijken? Moet ik het niveau van deze film verwaardigen met een score? Kan ik een psychologische behandeling voor mijn acute depressie terugtrekken van de ziekenkas, of indienen als werkongeval? En, in het volle besef dat er mensen zijn die zich hiermee amuseren (waarvan ik even in alle oprechtheid wil benadrukken dat dat hun volste recht is, en hen geenszins hun bestaansrecht ontneemt), waarom moet ik daar dan mee geconfronteerd worden?

Allemaal vragen die door mijn hoofd tollen terwijl ik hier zit, achter mijn tekstverwerker. (Of voor mijn tekstverwerker, dat is een kwestie van perceptie die hier weinig ter zake doet, maar toch een stuk relevanter is dan eender wat dat er in Bingo op het scherm komt of, erger nog, uit de boxen schalt.) Nu moet ik een recensie schrijven waarvan de onzinnigheid en de nutteloosheid van tevoren vaststaat – wat ik hemeltergend vind aan deze film, en dat komt min of meer neer op de film in zijn geheel, zal immers waarschijnlijk net scoren bij zijn doelpubliek – en dat terwijl ik een kater moet verwerken omdat ik in een pure wanhoopsdaad heb geprobeerd het ellendige gevoel dat ik aan Bingo overhield te verdrinken. En dan heb ik mezelf nog voorgenomen enigszins beleefd te blijven tegenover de makers, en tegenover de fans, die nog geen klein beetje in hun volste recht zijn als ze zeggen dat ik maar niet naar de film moest gaan kijken, als ik bij voorbaat weet dat ik niet van dit soort Kultuur houd. (‘Kultuur, met de grote K’, zoals ze in de film, in een bij voorbaat mislukte poging tot zelfrelativerende humor, zeggen. Noem het de grote K van Krampachtige Klucht of Kakkerige Kolder van m’n Kloten, en je doet het niveau van de film tonnen te veel eer aan.) Bij deze sla ik dus een mea culpa, tegenover diegenen die vinden dat ik dit maar niet had moeten gaan bekijken, en tegenover u, beste lezer, omdat ik u opzadel met een paar verse trauma’s en onzinnigheden die uit dat getraumatiseerde brein ontspruiten.

In ‘De Kleine Parade’, de roddelrubriek van De Standaard, stond vandaag (28 maart 2013) een piepklein artikeltje over Justin Bieber: the Biebs Knees lag immers overhoop met z’n buurman, die hem prompt beschuldigde van mishandeling en bedreiging. Burenruzies, het is een euvel dat de beste wel eens overkomt, en een zekere Ruud De Ridder in de jaren ’90 inspireerde tot het schrijven van Bingo, een blijspel over twee naast elkaar wonende koppels en hun onderlinge geschillen. De plot blinkt uit in eenvoud: in huis 1 wonen Pierre en Claire (hé, dat rijmt, dan moet het wel grappig zijn!), twee deftige mensen van middelbare leeftijd die al eens genieten van een glas wijn of een streepje klassieke muziek; in huis 2 wonen François en Hilda, een vers ingetrokken koppel dertigers die iets minder deftig zijn. En dat (ahum) ‘klasse’-verschil leidt dan tot Bieberiaanse spanningen en burenruzies.

Dat is het wel zo’n beetje. Nu resten mij nog een dikke 400 woorden om uit te drukken hoe spectaculair ongrappig deze in marginaliteit gedrenkte verzameling beelden en geluiden wel niet is – iemand met een nog ziekere gedachtegang dan wij zou zelfs bewondering kunnen opbrengen voor de manier waarop de familie De Ridder erin is geslaagd om er werkelijk niet één grap in te steken die ook maar een klein beetje niveau of komisch inzicht verraadt. Ik geloof graag van mezelf dat ik, gedurende mijn loopbaan bij deze redactie, iets milder ben geworden: ik heb veel films afgebroken, en ik sta nog altijd achter die meningen, maar van de hele tijd je gal spuien over films als The Smurfs of La Vie d’une Autre word je geen gelukkiger mens, en dus probeer ik tegenwoordig zoveel mogelijk te genieten van en mij zo weinig mogelijk te ergeren aan wat er op het scherm verschijnt. Hansel & Gretel heb ik zo op betrekkelijk fijne wijze kunnen uitzitten, en zelfs met Twilight heb ik mij nog wel een beetje geamuseerd. (O! Hoezeer heb ik verlangd naar Twilight terwijl ik mij door Bingo zat te worstelen!) Maar echt waar, en met alle respect, beste makers van Bingo, met woordmopjes als ‘remarineren’ (in plaats van reanimeren, heeft u ‘m?) kan ik met de beste wil van de wereld niet lachen, en tot in de oneindigheid herhaalde frasen als ‘Woar is da feesje! Ier is da feesje!’ of ‘Goade zwaaigen?!’ getuigen zelfs van een compleet gebrek aan enige vorm van komische intelligentie of komische smaak. En over de acteerprestaties die de cast levert ga ik zelfs niets zeggen, buiten dan dat Anke Frédérick erin slaagt om toch nog platter en slechter te spelen dan haar drie collega’s, in casu haar moeder, haar stiefvader en haar stiefbroer.

De familie De Ridder hoopt met deze film een publiek te bereiken dat breder is dan de vaste toneelgangers van hun Echt Antwaarps Teater – het EAT voor de vrienden, maar ik zeg gewoon Echt Antwaarps Teater – maar ik denk, ten eerste, dat dat niet gaat lukken, en ten tweede, dat dat ook geen goede zaak zou zijn voor de wereld. Goede smaak is een luxeproduct, mijmer ik dan wel eens, maar dat betekent niet dat wansmaak nog wijder verspreid moet raken dan nu al het geval is.

Sven De Ridder, volgens Cinevox de drukst bezette acteur van Vlaanderen – arm Vlaanderen! – vindt dat er nood is aan meer feelgood publieksfilms van eigen bodem. Wij vinden dat niet, daar wij daar een beetje een indigestie van hebben na Zot van A, Smoorverliefd, Hasta La Vista!, Frits en Freddy en Frits en Franky. Om dan nog het indrukwekkend fletse, ongezond platte en hemeltergend ergerlijke Bingo in je maag gesplitst te krijgen, is simpelweg fataal. Dus bij deze: bedankt, beste lezer, om mijn laatste doodsreutel te aanhoren. En weet dat die, in al zijn nutteloosheid en in al de weinig ter zake doende gedachten die ik met u heb gedeeld, een pak meer bestaansreden heeft dan Bingo.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 2 =