Lana Del Rey :: Blue Banisters

Na Chemtrails Over The Country Club keert Lana Del Rey terug naar de essentie en doet ze met Blue Banisters exact wat we van haar verwachten. En meer.

Lana Del Reys grootste troef, die beklijvende contralto, wordt perfect ondersteund door vlijmscherpe lyrics die moeiteloos zweven tussen melancholie en cynisme. De iconische Sad Girl is terug, en ze laat het er wederom verdomd goed uitzien en klinken. 

Er valt veel, heel veel, te zeggen over Lana del Rey, het personage. In de afgelopen tien jaar is Lizzy Grant meermaals verweten dat ze een karikatuur van zichzelf is, dat ze fake, antifeministisch (maar later dan toch niet meer) en, als kers op de taart, de belichaming van toxische feminiteit is. Het roept de klassieke vraag op of we kunst en kunstenaar van elkaar moeten scheiden. Een betere vraag zou zijn: kunnen we ze los van elkaar zien of zijn ze voor elkaar een conditio sine qua non? 

Del Rey denkt er in ieder geval het hare van. In “Beautiful” deelt ze rake klappen uit aan de shitstorm van inmiddels bekende verwijten – dat ze zelfmoord, geweld, daddy issues en middelenmisbruik verheerlijkt.What if someone had asked Picasso not to be sad? / Never known who he was or the man he’d become / There would be no blue period”, kaatst ze zoetgevooisd terug. 

In tegenstelling tot haar twee vorige albums waarop Del Rey bijna exclusief samenwerkte met Jake Antonoff, werkte ze voor Blue Banisters samen met een scala aan producers en muzikanten. De afwezigheid van Antonoff is geen gemis, Del Rey doet weer haar eigen ding en dat gaat haar goed af. Het album weeft nummers die een tijdje op de plank hebben gelegen (“Nectar of the Gods” en “If You Lie Down With Me” dateren van 2013, net voor Ultraviolence) en nieuw materiaal naadloos aan elkaar. 

Een van de nieuwe pareltjes is “Dealer”, waarin Lana samen met Miles Kane te horen is. Lome, jazzy hiphopvibes worden kracht bijgezet door de warme vocals van Kane om dan genadeloos onderbroken te worden door Lana’s beklijvende schreeuw: “I don’t wanna live / I don’t wanna give you nothing / ‘Cause you never give me nothing back  / Why can’t you be good for something?” Samen met “Interlude – The Trio” (een herwerking van Morricone’s thema uit The Good, The Bad and The Ugly dat klinkt als een Tarantino-soundtrack op amfetamines), is “Dealer” een verfrissende break van de duistere ballads waar de rest van het album vol mee staat. 

Die typische Lana Del Rey-ballads luisteren vlotjes weg, goed te verteren bij een nostalgische bui en een glas rode wijn terwijl je diepzinnig in de verte staart. Twee nummers, de titelsong “Blue Bannisters” en het aangrijpende “Black Bathing Suit”, weten zich wel los te maken uit die behangsfeer. Beide hebben die kenmerkende Lana Del Rey-sound, maar laten ook horen dat ze meer is dan dat verdrietige meisje. 

In de titelsong komt haar zang rauw en onversierd tot zijn recht om op zijn beste momenten te doen denken aan een jonge Joni Mitchell. Is het een bewuste ode? Wanneer Del Rey “Oklahoma, oh” zingt, voelt het inderdaad als een knipoog naar Mitchells iconische “Oh, Canada”. “Black Bathing Suit” is fenomenaal opgezet en grijpt muzikaal terug naar de beginjaren van de zangeres, denk “Videogames” ontmoet “Westcoast”. Tekstueel is het volwassener, met tongue-in-cheekverwijzingen naar haar vroegere zelf. Waar ze een paar jaar geleden nog zong over wilde relaties, brandende passie en haar fixatie voor de bad guys, bekent ze nu: And if this is the end, I want a boyfriend/ Someone to eat ice cream with and watch television”

En willen we dat niet stiekem allemaal? Een vlezig lijf om tegenaan te kruipen in de zetel. Nu de donkere dagen eraan komen, de kou langzaam binnensijpelt en de knisperende ochtenden beginnen te bijten is het tijd om een vergif naar keuze in te schenken en ons te laten verleiden door die spookachtige vocals van onze favoriete femme fatale. 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + 11 =