Sweet Thing

Alexandre Rockwell was een grote naam binnen de Amerikaanse ‘Independent Cinema’ tijdens de vroege jaren negentig van de vorige eeuw. In the Soup bracht hem naar de festivals van Chicago, Venetië en Sundance en met opvolgers Somebody to Love en de omnibusfilm Four Rooms (waarin zijn deel naast dat van Quentin Tarantino en Robert Rodriguez stond) leek de carrière van Rockwell definitief gelanceerd. Sindsdien is het heel stil rond de cineast (13 Moons, Little Feet of In the Same Garden gingen geruisloos voorbij) iets waar het in Berlijn bekroonde Sweet Thing nu eindelijk (met een lang uitgestelde release) weer verandering moet in brengen.

Op papier lijkt het erop dat dat zou kunnen werken: dit is een gevoelige, in fraai zwart-wit gedrenkte kroniek van twee kinderen (vertolkt door Rockwells eigen kroost) die opgroeien in onmogelijke gezinssituaties. De oudste, Billie (genoemd naar Billie Holiday, een element dat steeds weer opduikt), probeert tegen wil en dank te zorgen voor haar jongere broertje terwijl ze omgaat met een afwezige moeder en een vader die door drankmisbruik niet meer in staat is voor een ietwat gestructureerd bestaan te zorgen. De optelsom van al die veelbelovende zaken kon een sterkere film opgeleverd hebben en lijdt te veel onder al te makkelijk gebruik van kunstzinnige (of kunstmatige) ‘Indie’ conventies: de camera is direct en zit dicht op de huid, wanneer de kinderen rondzwerven weerklinkt het muzikale thema uit Terence Malicks Badlands, de zon gaat stemmig op boven de oceaan en wazige kleurfragmenten duiden de dromen. Het is allemaal niet erg subtiel en een beetje te zelfbewust om echt te bekoren.

Waar Sweet Thing wel in slaagt, is om in de observaties momenten te vinden van oprechte en doorleefde emotie die de film een sterke ruggengraat schenken. De eerste keer dat we de alcohol aan het werk zien in de vader (Will Patton) is rauw en sterk en wanneer in het middenluik die gebeurtenissen in juxtapositie worden geplaatst met een verblijf bij de moeder en haar weerzinwekkende nieuwe vriend, maakt dat alles op sterke wijze nog schrijnender: ‘it was different drinking, but it was still drinking’ reflecteert de voice-over van de jongste. De subtiliteit die ontbreekt in de stijl is er wel in de kijk op een onleefbare situatie: de neergeslagen ogen van de kinderen, de manier waarop mama’s vriend haar onder water niet iets té enthousiast aanraakt en het door moedwillig ontkennen van wat er echt gebeurt, terwijl ze eigenlijk haar jonge kinderen zou moeten beschermen. Sweet Thing toont hoe verwoestend alcohol is en hoe levenspatronen onvermijdelijk herhaald worden.

Het laatste deel gaat dan weer iets te veel op zoek naar een soort romantiek die al die harde realiteit draaglijk moet maken, maar anders dan bijvoorbeeld Sean Bakers The Florida Project waarmee de prent wel een paar gelijkenissen vertoont, slaagt Rockwell er toch niet helemaal in uit die aanpak ook echte magie te creëren. Verdienstelijk is Sweet Thing zeker. Bij momenten ook indringende en zelfs confronterend en op de acteerprestaties van de hele cast valt niks aan te merken. Dat het resultaat niet meer oplevert dan de som van al die delen, ligt vooral aan het feit dat de beeld- en vormtaal het materiaal niet naar een hoger niveau tillen en de film enkel een zelfbewuste esthetiek opleggen, zonder die ook ooit een echte symbiose te laten vormen met de inhoud.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 1 =