Judas and the Black Messiah

Terwijl de opnieuw geopende zalen gevuld worden met talloze uitgestelde releases, moet Shaka Kings Oscarwinnende Judas and the Black Messiah het stellen met een online-release op verschillende platformen.

Op 4 december 1969 – exact twintig maanden nadat de zwarte ‘Messias’ Martin Luther King in Memphis werd vermoord, werd ook een nieuwe charismatische Afro-Amerikaanse leider doodgeschoten: Fred Hampton, voorman van de ‘Black Panther’ beweging in de staat Illinois. Die actie werd voor een grotendeels mede bewerkstelligd door William O’Neal, een FBI-informant die undercover werk had verricht binnen de groepering. Het verhaal van deze ‘Judas’ en de ‘Messias’ die hij verraadde, vormt de kern van de tweede langspeler van regisseur Shaka King (Newlyweeds).

Omwille van de raciale verhoudingen en het verhaal over infiltratie in een groepering, is het uiteraard interessant om deze Judas and the Black Messiah te vergelijken met Spike Lees recente Blackkklansman. De ideologische lijn is natuurlijk helemaal tegenovergesteld, maar ook in aanpak zijn er behoorlijke verschillen: Spike Lee bracht zijn verhaal als een dossierthriller die naar een gesystematiseerd racisme keek, Shaka King is op zoek naar een tijdsbeeld en heeft veel meer aandacht voor de figuur zelf van de informant. Dat tijdsbeeld wordt trouwens meteen geschetst van bij de eerste beelden waarop Martin Luther King te horen is, doorsneden met archiefbeelden over de protesten uit de jaren negentienzestig en gedramatiseerde opnames waarin J. Edgar Hoover (Martin Sheen) de oorlog verklaart aan de activisten.

In het portret dat volgt integreert Judas and the Black Messiah op redelijk geslaagde wijze elementen uit de ‘Blackxploitation’ cinema van de jaren zeventig in een sterk opgebouwd drama, dat helaas bij momenten wat al te didactisch is en daardoor de juiste ritmiek niet altijd weet te vinden. Een aantal elementen missen ook wat nuance: de romantische subplots verdoezelen bijvoorbeeld niet alleen de drijvende kracht van de plotstructuur, maar ook wat een paar recente studies door Afro-Amerikaanse onderzoeksters aan de kaak stelden als de weinig erkende cultuur van seksisme en machisme die heerste binnen de ‘Panther’ beweging. Niettemin weet het script een bijzonder gelaagd beeld te schetsen van de manier waarop de groep zowel verweven was met maatschappelijk werk, als met meer revolutionaire ideeën.

Het sterkste element uit dit opruiende drama is de relatie tussen William O’Neal – een kruimeldief die informant werd – en de FBI-agent (Jesse Plemons) die zijn vertrouwen wint en vervolgens misbruikt om hem medeplichtig te maken aan de ronduit brutale afslachting van Hampton en enkele getrouwen. Gekaderd binnen het enige interview dat O’Neal ooit gaf over de zaak in 1989, is dit een beklijvend portret van twee mannen die elk op hun eigen manier hun ziel verkopen in een nietsontziende strijd die door het personage van Michael Sheen op onthutsende en wraakroepende wijze geduid wordt als een gevecht ‘voor onze manier van leven’.

Naast uitstekende vertolkingen van Plemons en LaKeith Stanfield (Knives Out, Selma) is het vooral Daniel Kaluuya – ster uit Get Out en Black Panther – die indruk maakt als Fred Hampton, een begeesterd redenaar en idealist die het blanke Amerika de stuipen op het lijf joeg door een ‘regenboogcoalitie’ te vormen die verschillende rassen verenigde tegen het politiegeweld en die daad met zijn leven bekocht. Het verhaal roept onvermijdelijk echo’s op aan meer recente gebeurtenissen in de Verenigde Staten, waardoor de veilige afstand in de tijd gelukkig ook voor een stuk wordt doorbroken. Veel van de grieven en onrechtvaardigheden zijn helaas nog steeds brandend actueel en regisseur Shaka King weet dat idee hier op degelijke, zij het bescheiden wijze, te vatten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + 15 =