The Man In Me :: Bob Dylan 80

Hij is even onnavolgbaar als ongrijpbaar. Het symbool van de tegencultuur en een karikatuur. En hij is tachtig jaar oud. Voor dit eerbetoon aan Bob Dylan volgen we zijn spoor doorheen covers van zijn nummers en songs over de man zelf. 

Op 24 mei 1941 werd Robert Zimmerman geboren in een stadje in het Amerikaanse Midwesten, ergens in de buurt van de Canadese grens. In de vroege jaren ‘60 kwam de spichtige jongeman uit het afgelegen Duluth in Minnesota, via Minneapolis aan in het New Yorkse Greenwich Village, ground zero van de Amerikaanse folkcultuur. Daar vervelde hij tot Bob Dylan, symbool van de tegencultuur, Judas met de elektrische gitaar en al zestig jaar lang even ongrijpbaar als woestijnzand in een wervelstorm. Mocht hij ooit – ooit! – komen te gaan, dan kan zijn nalatenschap moeilijk overschat worden. In de zes decennia waarin hij al bezig is, heeft hij zijn hielsporen diep in onze cultuur geplant. Van een karikatuur in The Simpsons tot in wetenschappelijke artikels: Dylan is gewoonweg overal. Al is het soms met de nodige tegenzin zoals tijdens de opnames van een benefietsingle.

Zijn nummers zijn al ontelbare keren gecoverd, maar dat is niet altijd een geschenk, want zoals zijn platenmaatschappij ooit in het groot op reclameborden beweerde: “niemand zingt Dylan als Dylan”. Velen hebben zich er al in verslikt, maar er zijn ook artiesten die het wel hebben gekund. Het veiligst is om er helemaal je eigen ding mee te doen. Nadoen is toch onmogelijk. Er zijn genoeg voorbeelden: zo is de versie van “Mr Tambourine Man” van The Byrds misschien nog bekender dan het origineel. Zij zagen de valkuilen en veranderden Dylans geneuzel in bedwelmende harmonieën. Adele haalde een krachttoer uit door “To Make You Feel My Love” helemaal tot een Adele-song om te turnen – het is misschien zelfs haar beste song. Guns ‘n’ Roses beukte theatraal op Heaven’s Door en Jimi Hendrix’ versie van “All Along the Watchtower” zindert nu misschien nog steeds harder na dan het origineel. Zelfs in die mate dat Dylan tegenwoordig Hendrix’ versie covert als hij het op een concert brengt. 

Maar die covers kent u allemaal al. Daarom ging enola op zoek naar minder voor de hand liggende bewerkingen van nummers van onze favoriete song and dance man. We daalden af in diepe krochten van de dylanologie, stootten op bevreemdende Bengaalse versies en slechte heavy metal- of duffe reggaecovers die we u met plezier onthouden — maar uit hoofde van onze liefde voor Dylan zijn we bereid ver te gaan in onze zoektocht naar verborgen parels. Wat de covers hieronder allemaal gemeen hebben, is dat de coverende artiest zich het nummer eigen heeft gemaakt, en toch bleef de song helemaal Dylan. 

Van Dylan

Going To Acapulco / Jim James & Calexico
Op de soundtrack én in de film I’m Not There zelf mocht Jim James van My Morning Jacket samen met Calexico zijn favoriete nummer van Bob Dylan brengen. En blij dat James daarmee was. “Going To Acapulco” is één van de mooiste verborgen parels van Dylan, en deze cover is misschien wel één van de beste die ooit het levenslicht zag. Het origineel maakt het “Old Weird America” dat Dylan zo graag bezong op o.a. The Basement Tapes al tastbaar, en dat doet Jim James hier nog meer. Mythische personages als Rose Marie en plekken als Acapulco, je ziet ze zo voor je en toch blijven ze ongrijpbaar. Ze zijn echt en toch ook niet. Subtiele blazers zetten de volkse sfeer in de verf. In de biopic van Todd Haynes mag James het nummer met wit geschilderd gezicht en in een afgedragen rode veste zingen terwijl het circus door het dorp marcheert, allerlei freaks het podium bevolken en de inwoners zich ook maar gewoon staande proberen houden in dit tranendal. Het is één van de mooiste scènes in de film. En gelukkig is er nog Rose Marie. Er is altijd nog een Rose Marie. (ml)

A Hard Rain’s A-Gonna Fall / Patti Smith 

Al zestig jaar lang gaat Dylan links wanneer iedereen denkt dat hij naar rechts wil. Door elektrisch te gaan, maakte hij een lange neus naar de folkies toen die hem claimden en nauwelijks twee jaar later kregen de beatniks country in de maag gesplitst. Later herrees hij als herboren christen en meer recent joeg hij de gauche caviar moralisten tegen zich in het harnas door doodleuk op te draven in een commercial voor Chrysler tijdens de Super Bowl. De ultieme fuck you in het gezicht van het establishment volgde in 2016 toen hij het Nobelprijscomité belachelijk maakte door niet in te gaan op hun toekenning van de literatuurprijs voor dat jaar. Het was wekenlang genieten om te zien hoe de Academie zich geen houding wist te geven. Nochtans had die zich van haar meest vooruitstrevende kant laten zien door eens niet te kiezen voor een hermetisch dichter die zijn hele leven ernaar streefde om de pracht van een regendruppel in elegische disticha te vangen, maar wel voor een zanger van popliedjes godbetert. En wanneer ze amper bekomen waren van de publieke haatstorm vanuit de literaire wereld, liepen ze nog met hun neus tegen de opgestoken middelvinger van de gehuldigde die geen zin had om een knieval voor hen te doen. Zelfs naar de ceremonie ging Dylan niet – wegens ‘andere verplichtingen’. Hij stuurde Patti Smith en zij bracht een ontwapenende versie van “A Hard Rain’s a-Gonna Fall” die extra mooi wordt door het contrast van de bohemien artieste, een symbool van de tegencultuur, die zich midden in de statige ceremonie in de tekst verslikt en moet herbeginnen. (jdr)

Dylan en hiphop

Dylan en hiphop, het lijkt een contradictie, maar toch hebben ze meer met elkaar gemeen dan je op het eerste gehoor zou denken. Zo beschouwen sommigen de rijmschema’s en anticonformistische houding van “Subterranean Homesick Blues” als een blauwdruk voor rapmuziek, en zelf deed Dylan eind jaren tachtig mee op een nummer van Kurtis Blow – te beluisteren op eigen risico.
Maar voor een artiest met meer dan vijfhonderd nummers op zijn conto zijn er relatief gezien weinig hiphopnummers die een Dylansample als basis nemen voor hun eigen muziek. Cypress Hill liftte uiteraard de zinssnede “Everybody must get stoned” uit “Rainy Day Women #12 & 35”, de Beastie Boys smokkelden “Just Like Tom Thumb’s Blues” binnen in “Finger Lickin’ Good“, maar dat zijn eerder gimmicks. Een echte beat, gebaseerd op een ritme van Dylan is moeilijker te vinden. Kid Cudi deed interessante dingen met “Lay Lady Lay”, de Frans-Algerijnse rapper Rocé gebruikte het staccato pianospel uit “Ballad of a Thin Man” voor zijn rags-to-riches nummer “Du Fil De Fer Au Fil De Soie” en de Californische producer Knxwledge (die ook al samenwerkte met Anderson .Paak) trok de piano uit “Tonight I’ll Be Staying Here With You” helemaal uit de haak om een dromerig-nostalgische soundscape te creëren. Zulke bewerkingen tonen dat er voor de hiphopscene toch nog veel onbenutte kansen liggen in het oeuvre van Dylan. Waar wacht je op, Kanye?

Blowin’ In The Wind / Neil Young & Crazy Horse 

Net zoals “The Times They Are A’ Changin” is “Blowin’ In The Wind” in de loop der jaren uitgegroeid tot een onschadelijk kampvuurlied. Eenvoudige nummers, en een algemene tekst waar je eigenlijk geen aanstoot aan kan nemen. De tijden veranderen, wanneer kunnen alle mensen vrij en veilig zijn? Zelfs broeders in katholieke scholen lieten het nummer horen in godsdienstlessen. Hoe knap de teksten ook in elkaar zitten, toch verloren deze nummers door hun populariteit heel wat aan zeggingskracht. 

Niet zo in de versie die Neil Young & Crazy Horse in 1991 speelden tijdens de Noord-Amerikaanse tournee na de release van Ragged Glory. Het was een concertreeks die zich afspeelde tegen de achtergrond van de Amerikaanse invasie in Irak ten tijde van de Eerste Golfoorlog. Young en co ontmantelden het nummer helemaal en maakten er een lang uitgesponnen, gammele garagerocker van waarin het geluid van bombardementen, luchtalarmsirenes en machinegeweervuur verwerkt werd. Het stof werd van het nummer geblazen, en het werd even weer de splijtende protestsong die het oorspronkelijk tijdens de hoogdagen van de civil rights movement begin jaren ‘60 was. Nu, een paar decennia en ettelijke oorlogen later, weten we echt nog altijd niet na hoeveel keer de kanonskogels nu eindelijk verbannen zullen worden. (bw)

The Mighty Quinn / The Brothers & Sisters Of L.A.

In 1969, tien jaar vooraleer Dylan de Heer zou vinden en van religieuze beelden bol staande gospelsongs begon te schrijven, had producer Lou Adler een ingeving. Hij haalde een hele reeks zangers en zangeressen — 28 in totaal — bij elkaar die als sessiemuzikanten hun brood verdienden. Het doel: Dylans songs in een gospeljasje gieten. Want Adler hoorde in Dylans nummers immers een kiem van gospel. Die kristalliseerde hij eruit, en dat werd getransformeerd tot volwaardige gospel. Dylans klassiekers kwamen aan bod van “Just Like A Woman” tot “Mr. Tambourine Man”. 

Het resultaat is een album dat swingt als een gospelmis in Harlem op zondagochtend. Loepzuivere stemmen, een onweerstaanbare groove. De teksten van Dylan lijken de woorden van de profeet te zijn. Neem nu een nummer als “The Mighty Quinn”. In de kelder van Big Pink met z’n makkers van The Band was het een nummer dat verankerd zat in folk en blues, maar in deze gospelversie lijkt het alsof de Messias aangeroepen wordt. Leuk detail: een van de zangeressen op dit album, Clydie King, zou later nog meezingen op Dylans eigen gospelalbums. (bw)

Maggie’s Farm / Rage Against The Machine 

Dylan pleurde dit nummer in slechts één take op band tijdens zijn manisch knetterende elektrische periode in 1965-1966. Het verscheen op Bringing It All Back Home en tekende voor het verzet tegen de maatschappij waarin we als slaven werken voor bazen en grote bedrijven. En wie ‘verzet’ zegt, hoort de heren van Rage Against The Machine in de verte al aan komen briesen. Ze namen een versie van het nummer op voor hun coveralbum Renegades. De frustratieknop van de oorspronkelijke bluesstamper werd in overdrive gezet, de trotse opstandige houding werd vervangen door woede die zo hard opgekropt zat dat ze bij de ontlading tot rellen aanzet. Gitaren beginnen te loeien als sirenes en Zack de la Rocha staat doorheen het nummer steeds intenser zijn afkeer tegenover het systeem uit te braken in de microfoon, tot het moment dat je vreest dat die ader in zijn voorhoofd gaat knappen. Bàm. (jdr)

I Shall Be Released / Bert Dockx 

Bert Dockx pikte dit nummer over gevangenschap op van The Basement Tapes waarop Dylan samen met The Band het concept ‘jam’ een nieuwe dimensie gaf. Die befaamde opnames in de kelder van dat roze huis in de buurt van Woodstock werd wat later de allereerste bootleg, Great White Wonder. De lat voor bootlegs lag meteen torenhoog. The Band gaf het nummer als eerste een officiële release. Dylan zou het pas later aan zijn discografie toevoegen en het nummer wordt beschouwd als een van Dylans beste. Zelf moet hij er ook de kwaliteiten van inzien, want live komt het ook geregeld aan bod en zorgt het nummer geregeld voor een apotheose. Het is al gecoverd door de grootste namen uit de muziekgeschiedenis, maar we durven hier de versie van Bert Dockx uit 2018 naar voren schuiven. Hij trekt deze traditionele gospel zijn gitzwarte universum binnen en zet het nummer helemaal naar zijn hand. Verlossing wordt berusting, een zonnestraal die bij Dylan doorheen de tralies binnenschijnt, verdwijnt bij Dockx in zwarte as waaruit na anderhalve minuut de sintels van een mooie melodie beginnen door te smeulen. Het gebrek aan mondharmonica stoort zelfs niet. (jdr)

Over Dylan

In de hemel is geen Dylan / De Nieuwe Snaar

Het beste eerbetoon aan Dylan in de Nederlandse taal komt van De Nieuwe Snaar. Een fijne variant op ‘in de hemel is geen bier, daarom drinken we het maar hier’, waarbij het bier vervangen wordt door een andere verslaving: het luisteren naar Dylan zoals ons dat al achtervolgt sinds we vroeger thuis de cassette van Nashville Skyline ontdekten. Het is eigenlijk te hopen dat er in de hemel wel degelijk Dylan is, want om alles van de meester hier in het ondermaanse te behappen is een haast voltijdse klus. Dylan wordt in dit nummer eerder neergezet als een gewone mens (zweetgeur incluis), die ook maar de schoonheid in het alledaagse zag, en net daarom universele waarheden verkondigt. Zo kan zelfs de Boomsesteenweg beginnen glinsteren als Highway 61 onder een subtiel weerklinkend orgelriedeltje en elk buurmeisje heeft de capaciteiten om uit te groeien tot een ‘sad eyed lady’. Het is alleen de kwestie van de juiste woorden te vinden, en die vindt De Nieuwe Snaar hier overvloedig om Dylan – ondanks zijn ‘grondig gezeur’ – te roemen als de enige échte wereldartiest. (jdr)

Diamonds & Rust / Joan Baez 

Toen Dylan als jonge opdonder vanuit zijn geboortestaat Minnesota tegen de Canadese grens naar New York afzakte trok hij naar naar Greenwich Village, het epicenter van de folkscene. Dylan was een grote fan van Woody Guthrie, maar dat de man die een paar jaar daarna als protestzanger uitgroeide tot de ‘stem van zijn generatie’ is in niet geringe mate het gevolg van zijn ontmoeting met Joan Baez. Baez — die in tegenstelling tot Dylan wel haar hele leven lang politiek actief is gebleven — had al een naam gemaakt in de New Yorkse scene op het moment dat Dylan er neerstreek. Ze nam hem onder haar hoede en trad samen met Dylan op, waarbij ze elkaar beïnvloeden met een reeks protestsongs. 

in “Diamonds & Rust” blikt Baez terug op haar relatie met Dylan, die op dat moment al een decennium voorbij was. De aanleiding was een recent telefoontje dat ze kreeg van Dylan. Het nummer is een hunkering naar een relatie die voor Baez niet altijd even gemakkelijk was (“Here comes your ghost again”) maar waar ze nog altijd met enige weemoed op terugkeek (“We both know what memories can bring / They bring diamonds and rust”). Baez mag dan vooral bekend zijn voor haar interpretaties van andermans werk, maar met dit nummer bewees ze dat ze ook als songschrijfster tot grote dingen in staat was. Want al gaat het nummer over Dylan, eigenlijk is het evengoed een universele mijmering over vervlogen liefde. (bw)

Bob Dylan Wrote Propaganda Songs / Minutemen 

In de jaren ‘80 kende de rockmuziek een gouden periode, zij het op veilige afstand van de hitparade. In de slipstream van de punk en — vooral — Black Flag ontstond er een florissante scene van gitaarbands in alle uithoeken van de Verenigde Staten die vanuit een DIY-filosofie de hort op trokken. Een van de meest interessante bands was het uit San Pedro (Californië) afkomstige Minutemen, een trio bestaande uit de betreurde gitarist D. Boon, bassist Mike Watt, en drummer George Hurley. 

Net zoals de jonge Dylan was ook Minutemen een band met het hart op de tong die de maatschappelijke ongelijkheid in hun songs aankaartte. Net zoals Dylan (“Talkin’ John Birch Paranoid Blues”) nam de band bijvoorbeeld het McCarthyisme op de korrel in “Joe McCarthy’s Ghost”). Toen bassist Mike Watt zich op een bepaald moment afvroeg of z’n nummers niet te sloganesk werden dacht hij aan Dylan. Diens nummers, vond hij, waren immers net zo efficiënt als propaganda. Voldoende voor een typische, snedige — 1,5 minuut, meer had de band immers meestal niet nodig — Minuteman song. (bw)

Talking Bob Dylan Blues / Loudon Wainwright III

Loudon Wainwright III schreef “Talking New Bob Dylan” naar aanleiding van Dylans vijftigste verjaardag, maar kan dertig jaar later nog steeds dienst doen. Wainwright spaart zichzelf niet in zijn muziek en ook hier vertelt hij vol zelfspot over hoe hij, John Prine, Bruce Springsteen en anderen alleen maar een carrière hebben weten uit te bouwen dankzij Dylans blauwdruk: de gitaar, de boots en de mondharmonica. Wanneer ze er dan eindelijk stonden, was Dylan iedereen alweer een stapje voor (“And ‘John Wesley Harding’ sure sounded new / And then,’Nashville Skyline’ was even newer / ‘Blood On the Tracks’ an’ the ringin’ got truer”). Na de opsomming van Bobs indrukwekkende platen besluit hij over Self Portrait twijfelend: “Well, it was an interesting effort”. Zodoende kan er toch ook een beetje om Dylan gelachen worden. Zo ook wanneer Wainwright pocht “I won a whole lot of Bob Dylan imitation contests, though” gevolgd door die kenmerkende nasale ‘heeeeuh’ waarop veel tekstlijnen van Bobs oudere nummers uitlopen. Een prima eerbetoon, zonder kruiperig te doen. (jdr)

Bonus: Bob Dylan op de March On Washington 

Er zijn zo van die gebeurtenissen in de geschiedenis van een land die tot het collectieve bewustzijn gaan behoren. Voor de Verenigde Staten zijn dat bijvoorbeeld de moord op Kennedy (een murder most foul), de aanslagen van 9/11, of Martin Luther Kings legendarische “I Had A Dream” speech tijdens de March on Washington op 28 augustus 1963. Meer dan 250.000 mensen verzamelden zich op de National Mall in de hoofdstad in wat een cruciale manifestatie in de geschiedenis van de civil rights movement was en waar er gepleit werd voor vrijheid en een economische toekomst voor de Afro-Amerikanen. 

Voor de muzikale intermezzo’s werden een reeks artiesten opgetrommeld: Mahalia Jackson, Marion Anderson, maar ook Joan Baez en Bob Dylan. Staand op de trappen van de Lincoln Memorial achter een iets te grote pupiter was het duidelijk dat de jonge Dylan behoorlijk onder de indruk was van de omstandigheden. Wat hem er niet van weerhield om met “Only A Pawn In Their Game” voor een (licht) controversiële songkeuze te gaan. Het nummer over de moord op de zwarte mensenrechtenactivist Medgar Evers legt de verantwoordelijkheid immers niet zozeer bij het lid van de Ku Klux Klan die de trekker overhaalde, maar wel bij de racistische politieke cultuur van de Zuidelijke politici die een cultuur van haat en minachting verspreiden en de bevolking manipuleren. Iets wat ettelijke decennia later nog niet echt veranderd is. In Martin Scorseses documentaire No Direction Home vertelde Dylan dat die dag ook nu nog een diepe indruk op hem nalaat. (bw)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + acht =