Wendy

Vanaf deze week te zien via VOD: een nieuwe variant op het ‘Peter Pan’ verhaal.

Op de filmwebsite van wijlen Roger Ebert, beschreef de Amerikaanse criticus Brian Tallerico Wendy na een visie op het Sundance Filmfestival als een waarschuwing omtrent jonge regisseurs die na een bejubeld debuut een tweede film draaien. Ofwel proberen ze alles in het werk te stellen om iets nieuws te laten zien en dreigen ze een unieke persoonlijke insteek te verliezen, ofwel blijven ze steken in een inspiratieloze herhaling van wat ze eerder deden. Dat laatste is het geval voor Benh Zeitlin die in 2012 talloze prijzen en een paar Oscarnominaties binnenhaalde (waaronder een voor beste film) met Beasts of the Southern Wild en nu acht jaar later met Wendy meer van hetzelfde brengt, met bijzonder mager resultaat.

Wendy opent met een verjaardagsfeestje in het diepe zuiden van de VS (de accenten vertellen wat we moeten weten) waarop de volwassenen de kinderen voorhouden dat ze net zoals hen zullen worden. ‘Ik wil de vloer niet schoonmaken’ verklaart een jongen. De camera toont zijn ogen net voor hij naar buiten rent en verdwijnt en maakt ons duidelijk dat we kijken naar een variant op Peter Pan: dit is een film over kinderen die niet willen opgroeien. Het tekort aan subtiliteit in Wendy wordt echter ook meteen blootgelegd: de jongen herhaalt zijn stelling nogmaals en blijkbaar heeft Zeitlin zo weinig vertrouwen in zijn kunde om het concept over te brengen op de kijker, dat hij het nodig acht dezelfde boodschap nog een aantal keer nadrukkelijk te herhalen in de tien minuten die volgen op de ouverture.

Nu heeft het verleden natuurlijk wel ruimschoots bewezen dat subtiliteit niet noodzakelijk is om de thema’s uit J.M. Barrie’s literaire bron op innemende manier naar het scherm te vertalen: van de Disney-versie uit 1953, tot Spielbergs wat onderschatte Hook en de knappe interpretatie door P.J. Hogan uit 2003. Alleen moet je als regisseur dan wel echt durven inzetten op de magie van het verhaal en niet – zoals Zeitlin hier doet – alles kaderen binnen een voice-over die tot in den treure toe dezelfde dingen herhaalt. Die herhaling is ook overbodig in het licht van het verhaaltje dat bijzonder weinig om het lijf heeft: Wendy en familie belanden ditmaal via een trein op een afgelegen eiland waar kinderen – zolang ze dat willen tenminste – niet oud worden en de rest van de film gelijkt meer op een montage waarin gerend en geschreeuwd wordt (wat de zwalpende ‘handheld’ camera als meerwaarde biedt is volstrekt onduidelijk) en er weinig gebeurt. Even lijkt de film vaart te winnen wanneer dit een soort ‘origin story’ blijkt te zijn rond de oorsprong van Kapitein Haak, maar ook die opleving verdrinkt al snel in de rest van deze redelijk chaotische prent.

Er is een nieuwe ecologische invalshoek in de vorm van ‘Mother’, een wezen dat echter initieel lijkt op een afdankertje uit de afdeling speciale effecten van James Camerons The Abyss. Daarmee sluit het creatuur perfect aan bij de rest van Wendy waarin fletse ‘new age’ esthetiek verward wordt met echte verbeeldingskracht (de ronduit pathetische finale is op dat vlak een dieptepunt). Alles in Wendy is bewust vaag en esoterisch, maar de symboliek blijkt uiteindelijk behoorlijk leeg en doet zich net als het visuele palet van de film vooral complexer en interessanter voor dan wat er uiteindelijk te rapen valt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − veertien =