Beasts of the Southern Wild

Heb je soms ook de indruk dat de halve wereld zit te wachten tot er iets verschrikkelijks gebeurt? Iets apocalyptisch? En dan hebben we het niet over Karen van K3 die vakantie neemt tijdens de week van 21 december 2012, omdat ze het einde van de wereld niet gemist wil hebben voor haar werk, of types die (allicht met een hoedje van zilverpapier) ergens een berg opzoeken om de Maya-profetie met een mooi uitzicht mee te maken. Nee, het is een subtieler gevoel van malaise. Economisch, ecologisch en politiek hebben we het gevoel dat het niet goed draait en elk moment nog erger kan worden. Dat vertaalt zich ook naar de filmproductie van de laatste jaren – buiten het voor de hand liggende, holle spektakel van Roland Emmerichs 2012, waren er onder andere Lars Von Triers Melancholia, het bij ons jammer genoeg niet uitgebrachte, maar zeer mooie Seeking a Friend for the End of the World, het knappe Take Shelter en, op een nog subtieler niveau, is er nu Beasts of the Southern Wild. Oké, ditmaal draait het niet vlakaf om het einde van de wereld, maar wel om een overtuigend Louisiana-in-de-nabije-toekomst waar een grootse natuurramp al gepasseerd is en de volgende elk moment kan gebeuren.

Als gevolg van het smelten van de poolkappen, is een deel van de zuidelijke VS-staat Louisiana onder water gelopen. Het vasteland verschanst zich achter een verhoogde zeedijk, maar er blijven enkele bewoonde eilandjes over in het ondergelopen gebied. The Bathtub is daar één van. Hushpuppy (Quvenzhané Wallis) is een zesjarig meisje dat samen met haar vader Wink (Dwight Henry) op dit eiland woont, in de volle wetenschap dat er ooit opnieuw een stuk poolijs zal smelten dat ook The Bathtub onder water zal zetten. Dat moment komt er sneller dan verwacht tijdens een enorme storm.

Die samenvatting suggereert een rechtlijnig, nogal clichématig verhaaltje over de band tussen een vader en dochter tijdens een grote ramp. Maak het deprimerend en je hebt een waterachtige versie van The Road. Maak het inspirerend en levensbevestigend en je hebt een soort Spielbergfilm. Maar regisseur Benh Zeitlin gaat nog een andere richting uit. Zijn verhaallijn is weinig meer dan een excuus om een poëtisch, symbolisch geladen drama te maken; een soort grabbelbak aan thema’s en ideeën, waar je als individuele kijker uit kan kiezen wat je het meest aanspreekt. En ook niet onbelangrijk: de toon die hij daarbij hanteert, is er zeker geen van eindeloze doem. Beasts of the Southern Wild wordt resoluut gezien vanuit het standpunt van Hushpuppy, waardoor de hele prent doordrongen raakt van een kinderlijke verwondering (en daar laat een klein scheutje Spielberg zich dan toch voelen).

Een echt strakke plot moet je dus niet verwachten. De motivaties van de personages zijn niet altijd even duidelijk, er wordt van de kijker verwacht dat hij zelf bepaalde gaten in de context opvult en Zeitlin maakt ongegeneerd gebruik van beelden en scènes die enkel op een symbolische manier te vatten zijn. Een terugkerend shot van een kudde oerossen is thematisch relevant, maar heeft op geen enkel tastbaar, rationeel niveau een plaats in de film. De meeste regisseurs verstoppen hun metaforen achter meer prozaïsche plotelementen – Zeitlin duwt ze gewoon openlijk in je gezicht.

Er zullen vast wel mensen zijn die daarop afknappen, maar die bereidheid om koppig zijn eigen pad te volgen, geeft Beasts of the Southern Wild ook een zeer specifieke identiteit. Je kan de film niet in een handig, comfortabel vakje stoppen: is het een drama, een avonturenfilm, een familiefilm? Een beetje van alles. Wil Zeitlin een waarschuwende fabel fabriceren over de gevolgen van klimaatverandering? Gedeeltelijk wel. Maar net zo goed gaat zijn film over familiebanden, over menselijke overlevingsdrang en kan je het zien als een metafoor over de verschillen tussen rijk (de mensen op het vasteland) en arm (de gedoemde bewoners van The Bathtub). Wie de neiging heeft om spirituele interpretaties aan films te geven, kan dat trouwens ook. Die verschillende interpretatiemogelijkheden leiden niet tot een storend gebrek aan focus – althans, voor mij niet – maar maken er een heerlijk veelzijdige film van, die verschillende kijkbeurten ongetwijfeld beloont.

Het kleine budget (nog geen twee miljoen dollar) laat zich nauwelijks voelen op het scherm: de makers hebben het voordeel dat hun setting er afgeleefd en bouwvallig uit moét zien. De woningen in The Bathtub zitten vol met willekeurige voorwerpen (eender wat dat ze hebben kunnen redden van de vorige overstroming, allicht), en een groot deel daarvan moet ook dienst doen voor andere dingen dan hetgeen waarvoor ze gemaakt zijn. Er is wel degelijk lang nagedacht over de aankleding van de prent. Het camerawerk is grotendeels handgehouden, wat sporadisch voor een wat lastige jerkiness zorgt, zij het niet vaak. Ik had de visuele lyriek van de (effenaf prachtige) openingssequens graag net iets vaker in de film gezien.

De cast bestaat vrijwel uitsluitend uit niet-professionelen, maar stralen een volstrekt overtuigend naturel uit. Niet in het minst de kleine Quvenzhané Wallis, die de hele film moeiteloos draagt. Op een bepaalde manier deed haar vertolking me denken aan Keisha Castle-Hughes in de tijd toen zij Whale Rider maakte. Net zoals toen, zien we hier een perfecte symbiose van een (kind)actrice en een bepaalde rol. Benieuwd of Wallis zal blijven acteren, en of (zoals dat bij Castle-Hughes het geval was) deze rol een eenmalige toevalstreffer zal blijken.

Beasts of the Southern Wild is een eindeloos charmante, meeslepende film, die hier en daar wat vertrouwen vereist van zijn publiek. Geef hem dat vertrouwen maar. Je zult er geen spijt van hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 3 =