The Tunnel (Tunnelen)

Sinds de rampenfilm in de jaren negentienzeventig hoogdagen beleefde met kaskrakers als The Towering Inferno en Airport, lijkt het genre de laatste jaren aan een soort – voornamelijk Noorse – heropleving toe. Dat leverde tot nog toe weinig memorabel vertier op als The Quake en het bijzonder flauwe The Wave. The Tunnel is iets beter, al moet u ook hier geen wonderen verwachten en wordt de premisse helaas grotendeels de das omgedaan door het al te dik aangezette familiale melodrama.

Trouw aan de wetten van het genre speelt alles zich af op een bijzonder moment, in dit geval de avond voor Kerstdag (in The Poseidon Adventure uit 1972 is het Nieuwjaar, in The Towering Inferno een groots opgezette openingsreceptie) wanneer mensen op weg zijn naar huis om te vieren. Voormalig reddingswerker Stein krijgt het aan de stok met zijn tienerdochter die het nog steeds lastig heeft met het verwerken van de dood van haar moeder. De zaak loopt uit de hand, waardoor dochterlief op de bus naar Oslo zit net wanneer die een plaatselijke tunnel inrijdt waar een tankwagen in brand vliegt en tientallen mensen opgesloten geraken in het ondergrondse gevaarte. De rest van de film wordt gespendeerd aan Stein die met een team ter plaatse komt en vervolgens probeert op eigen houtje zijn kind te redden en tussendoor – wanneer hij tijd en zin heeft – ook nog een paar andere slachtoffers poogt in veiligheid te brengen.

Te oordelen naar het script van The Tunnel, zijn de veiligheid en paraatheid voor rampen in Noorwegen een absoluut zootje. Er hangen niet eens camera’s in de kilometerslange tunnel, waardoor de noodcentrale met de hand moet beginnen uitrekenen waar de brandhaard zich zou kunnen bevinden. Een rampenplan lijkt onbestaande, de coördinatie van de hulpdiensten een absolute chaos en het team dat uiteindelijk toch ter plaatse raakt moet werkeloos toezien en wachten op … tja, op wat precies wordt de kijker eigenlijk nooit echt duidelijk gemaakt – wellicht op een bladzijde in het scenario die toelaat in actie te komen. Die wat sarcastische beschrijving impliceert geenszins dat de makers niet duidelijk een aantal dingen willen aanklagen (wat ook blijkt uit de korte introductie die voorafgaat aan de generiek) en evenmin dat er niet enig plezier te beleven valt aan de behoorlijk goed gedoseerde actie. Het concept doet sterk denken aan Daylight met Sylvester Stallone uit 1996, met dat verschil dat The Tunnel een pak soberder is, wat natuurlijk niet per se een goeie zaak is voor een rampenfilm. De gebeurtenissen in de tunnel zelf worden echter degelijk aangebracht en regisseur Pål Øie weet na een veel te lang uitgesponnen eerste deel het tempo gelukkig hoog genoeg te houden om de aandacht niet te veel te laten verslappen.

Veel minder is het gesteld met het soms ondraaglijk hengelen naar de tranen van de kijker. Het in wezen vrij simpele familiedrama (dochter heeft het niet begrepen op de nieuwe liefde van haar vader na de dood van haar moeder) krijgt veel te veel aandacht en ook de emotionele betrokkenheid van een telefoniste in het hulpcentrum doet vooral met de ogen draaien, eerder dan dat het allemaal ook echt iets toevoegt aan de dramatische opbouw van het verhaal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vier =