Cinema Paradiso :: Volume 2

Het eerste album van dit trio uit 2019 kreeg niet de aandacht die het verdiende. Tijd om dat recht te zetten met deze opvolger. Die werd geput uit dezelfde opnamesessies en haalt hetzelfde benijdenswaardige niveau. Via het oeuvre van Paul Motian en enkele zijstappen laat Cinema Paradiso een prachtig staaltje interactie horen, geworteld in een traditie en er voortdurend vrij rond dansend.

De titel van een artikel over Paul Motian dat in 2006 in The New York Times verscheen vatte het mooi samen: “Rhythm Melodist”. De drummer, die grote sier maakte naast o.m. Bill Evans, Paul Bley en Keith Jarrett, behoort tot de grote karakters/vernieuwers van de jazz, maar dat gebeurde zelden met een voorhamer of luide knal. De revolutie van Motian was persoonlijk. Als geen ander zoomde Motian in op de conversatie: met zijn muzikale partners, met zichzelf, met de composities. Zelfs binnen vaste structuren kon hij vrijer zijn dan wie dan ook. Vaak niet swingend, soms in een wat eigenaardige flow, maar wel altijd met die unieke accenten en onophoudelijke stroom van ideeën, dobberend op spontane melodieën.

Wil je je band op zo’n figuur enten, en dan vooral op diens gelauwerde trio met gitarist Bill Frisell en Joe Lovano, dan kan je maar beter zorgen dat je iets te vertellen hebt. Cinema Paradiso ging de uitdaging met succes aan. Na een jarenlange pauze pikten saxofonist Kurt Van Herck (dezer dagen vooral actief met het Brussels Jazz Orchestra) en percussionist Eric Thielemans (nu vooral te vinden in meer experimentele dan jazz-oorden) hun draad weer op en nodigden de jonge gitarist Willem Heylen uit als derde man. Volume 1 (2019) en 2 moeten het niet hebben van brute statements, maar van de nuances en de beweging, die ‘m vaak in de details zit.

“Tales Of The Unexpected” zet met natuurgeluiden meteen een pastorale toon. Sopraansax en gitaar creëren een hymneachtige sfeer, op maat van een vroege ochtenddauw. Brommende vegen zorgen erna voor een eigenaardig contrast, maar vermoedelijk zijn het de molenwieken die “The Windmills Of Your Mind” aankondigen. Deze minisymfonie van Michel Legrand passeert bij schrijver dezes vooral in de onverwoestbare versie van Dusty Springfield, maar daar kan deze nu fier naast staan. De meeslepende melodie krijgt in combinatie met het vrije drumwerk en de sobere respons van Heylen een sterke emotionele kracht die statig én voluptueus is. Een revelatie, vooral door Van Hercks vermogen om dat thema volledig binnenstebuiten te keren. Een zachtaardige kopstoot.

Het trio blijft nog even weg van Motian, met het krappe “Negative Space #4”, kribbelkrabbel die in geen tijd een vrije dialoog neerlegt. “Ballad Of The Sad Young Men” is een romige zoete, weggeplukt uit een musical uit de late jaren vijftig. Verrassende keuze, of toch niet, want ook Motian had een zwak voor romantische dromerijen die hij naar z’n hand kon zetten. Het opent alleszins de weg voor een reeks Motian-interpretaties, waarvoor het trio ook gezelschap krijgt van pianist Jozef Dumoulin. Die bezorgt “Dream World” een toepasselijk bedwelmende waas onder die glooiende melodielijn. Misschien niet zozeer dromerig, als herinnerend aan het gevoel van verwarring en mysterie na een droom. In “Etude” komt hij opnieuw parelend binnen en wordt opnieuw gelinkt naar die weidse openheid van de albumopener.

“Circle Dance” is net dat: een zwierige, lichtjes Afro-getinte triodans. Het ritme is explicieter, de uitvoering compact en vetvrij. Slotstuk “Folk Song For Rosie” is een groepsgedicht dat nog eens onderstreept dat dit trio gerust mee kan met de internationale toppers in lyrische oorden. Wat zou kunnen verglijden in al te aardige formulemuzak blijft hier secuur en uitgepuurd (Heylen heeft ook maar een paar noten nodig om indruk te maken), een organisch-meditatief stuk dat even de tijd stilzet. Doorheen het album laat ook Thielemans horen dat je met vrij omspelen en de suggestie van een puls enorm veel kan doen, je bondgenoten nooit in de weg loopt en ook de luisteraar maximale vrijheid gunt. Het laat de muziek ademen.

Het is onderhand wel duidelijk, zeker? Volume 2 is een stuk compacter dan zijn voorganger, maar bewijst dat die sessie in juli van 2018 bijzonder geïnspireerd was. Bovendien is er niets mis met een album dat de luisteraar doet uitkijken naar meer. Onthoud het even en zorg dat je erbij bent zodra het trio weer kan spelen voor publiek, want dan wordt de magie van die interactie en vrijheid écht tastbaar. Tot het zover is, kan je dit schijfje nog eens opleggen, ‘t is van ‘t mooiste dat de Belgische jazz of gewoon muziek in 2021 zal laten horen. Ja, nu al.

Het trio stelt zijn nieuwe album voor tijdens de openingsavond van Leuven Jazz 2021 op 20 maart. Gast Jozef Dumoulin is dan ook van de partij.

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 2 =