Paolo Cognetti :: Zonder de top te bereiken

Er valt geen superlatief te bedenken, of het is gebruikt om Paolo Cognetti en diens De acht bergen lof toe te zwaaien. Zonder twijfel schreef de anno 2016 nog nobele onbekende Italiaan met die roman een van de best verkochte en meest gehypete romans van het voorbije decennium. Terecht of niet? Onder critici lopen de meningen enigszins uiteen, al moet gezegd dat bijna niemand weet te ontsnappen aan de almaar dwingender wordende stijl waarmee de schrijver zijn publiek mee in de tragiek van het verhaal sleurt. Net als Cognetti’s autobiografische voorganger De buitenjongen speelt ook Zonder de top te bereiken zich overigens af tegen de achtergrond van berglandschappen. Kortom van hetzelfde laken een broek?

Uitgeverij De Bezige Bij liet na om de Italiaanse ondertitel mee op de kaft te zetten. Viaggio in Himalaya verraadt de opzet van Cognetti’s nieuwste worp nochtans helemaal. Het beknopte boekje beschrijft een voettocht doorheen Dolpo, een geruime tijd van de buitenwereld afgesloten gebleven stuk gebergte achter de Dhaulagiri. In zekere zin reist Cognetti zijn illustere voorganger Peter Matthiessen na, uit wiens cultklassieker (althans onder trekkers in Nepal) De sneeuwluipaard hij geregeld citeert. Dat mythisch beest zou Dolpo als territorium hebben, en eind de jaren ’70 liet Matthiessen zijn hele hebben en houden in de steek om een glimp van dit ongrijpbare mysterie op te vangen. Waar anders dan in de nabijheid van glimlachende monniken en onwereldse rituelen kan een dergelijk roofdier een haast religieuze status verwerven?

Meer dan over het dier schreef Matthiessen uiteraard over zijn wedervaren, te voet doorheen onherbergzaam landschap. Vandaag is dat gebied overigens nauwelijks van uitzicht veranderd: de bewoonde (Westerse) wereld is hier en daar pijnlijk duidelijk tot Dolpo doorgedrongen, maar overwegend is het nog steeds de stem van de natuur die er overheerst. Het is exact dit timbre, en alle klinkende boventonen die het dagdagelijkse stappen in het innerlijk van de wandelaar oproept, die Cognetti doorheen Zonder de top te bereiken weergeeft. De passages waarin hij koortsig ten prooi valt aan hoogteziekte en desondanks voet voor voet blijft zetten: het markeert wat de auteur aantrekt in zijn onderneming, met name een overwinning op de ratio, op het continent dat hij thuis heeft achtergelaten, op zijn hele wezen dat wil vast- en begrijpen.

In de finale van De acht bergen dweepte Cognetti namelijk al met de boeddhistische cultus. Ook de titel van zijn jongste publicatie liegt er niet om: het is de tocht zelf waar het Cognetti om gaat, als protest tegen de vandaag gangbare verheerlijking van af te vinken plekken, bucket lists, noem maar op. Een maand lang doorheen Dolpo zwerven en elke concrete ervaring van nieuws, van tijd, van het leven met zijn verwachtingen en verlangens en verplichtingen afzweren, voelt allicht aan als onderduiken in een ander bestaan. Dat Cognetti daar een boek aan wil wijden is niet verrassend, maar dat hij onderweg tot weinig ideeën komt, is dat wel.

Net als De acht bergen bulkt Zonder de top te bereiken weliswaar van de weelderige natuurbeschrijvingen. Doorheen de eerste bladzijden is het nog wennen aan Cognetti’s geduldig weergegeven evocaties van de diversiteit van plaatsen die hij doorkruist. Steeds staat het kijken zelf centraal, waarbij het oog fungeert als poort naar een diepere, oudere, als het ware voorwereldse werkelijkheid, een embryonale aarde waarmee de schrijver contact probeert te maken. Een nobel streven, zij het dat het effect op de lezer niet bijster verrassend of intrigerend is.

Nieuw is dat Cognetti deze keer tekeningen opneemt in het boek, als het ware om taal als product van wat in onze traditie betekenis probeert te genereren, achter zich te laten. Het zijn de beelden zelf, de impressies van een grandeur, een verstilling, een eenvoud waar de kunstenaar amper woorden voor vindt, die hij op die manier tracht op te voeren. Waarom dan echter nog woorden gebruiken, en überhaupt een boek laten drukken? En waarom de afbeeldingen niet uitbesteden aan een meer begenadigd artiest, iemand met meer ambacht, meer talent om het mysterie voorbij de contouren te capteren?

Verhalend is Zonder de top te bereiken eerlijk gezegd nogal pover. Er is handeling, de karavaan beweegt zich, maar van plot kan je het boek nauwelijks betichten. Ideeën en inzichten zijn er amper, maar in de boeddhistische geest is het evident dat Cognetti alle pedanterie heeft willen afzweren. Waarom dan echter dit boekje? Omdat de aantrekkingskracht van de drukpers nauwelijks te weerstaan was? Omdat Cognetti’s uitgever Einaudi een riant voorschot beloofde? Of omdat de schrijver gewoonweg niet om zijn liefde voor de bergen heen kan, en op de een of de andere manier altijd iets over die voor hem goddelijke hoogten zal moeten pennen? Allicht dat laatste. Maar laat het in het vervolg dan iets episch zijn, met de allures van een heuse roman – De acht bergen 2.0, als het echt moet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + vijf =