Sang Hee-Lee: Toen wij nog neanderthaler waren

Vorig jaar in januari verscheen de vertaling van Sang-Hee Lee’s internationale bestseller Close Encounters With Humankind (Toen wij nog neanderthaler waren). Een terugblik op een werk dat erin slaagt zowel te entertainen als te informeren.

Bij antropologen denkt men maar al te vaak aan voornamelijk blanke academici die zich in onherbergzame of afgelegen gebieden ophouden om aldaar wat ooit als ‘primitieve stammen’ (tegenwoordig spreekt men van geïsoleerd) omschreven werd te bestuderen. Antropologie (menskunde) omvat evenwel de mens als studiegebied op elk mogelijk vlak en kent naast de bekende takken culturele of sociologische antropologie en archeologie, ook linguïstische en biologische antropologie, tot die laatste behoort de paleo-antropologie.

Hoewel weinigen zich bij de term paleoantropologie iets kunnen voorstellen, heeft vast zowat iedereen vroeg of laat weleens termen als Homo sapiens sapiens (de hedendaagse mens), Homo erectus, Homo neanderthalensis (neanderthaler) en meer gehoord. De studie naar deze vroegere mensensoorten behoort tot het vakgebied van de paleoantropoloog al beperkt het zich niet daartoe. Naast onderzoek naar wanneer de mens en aap zich van elkaar afsplitsten en vanaf wanneer van de mens als soort (homo) gesproken kan worden, bestudeert ze ook de evolutie die de mens zelf doormaakte. Daarbij kunnen ook het ontstaan van zogenaamde rassen (biologisch gezien is er maar één menselijk ras), de groei van hersenen, de overgang van een jager-verzamelaarcultuur naar die van sedentaire landbouw, etc. net zozeer aan bod komen.

Verschillende van deze thema’s worden dan ook besproken in Toen wij nog neanderthaler waren en andere verhalen over de menselijke evolutie van paleoantropoloog Sang-Hee Lee. Lee studeerde archeologie in Zuid-Korea en paleoantropologie in de VS, waar ze na het behalen van haar doctoraat ook docent werd. Tussen 2021 en 2013 publiceerde ze, op verzoek van redacteur Shin-Young Yoon, in het populairwetenschappelijk Koreaanse tijdschrift Gwa Hak Dong A een reeks artikels die de paleoantropologie en de mens als onderwerp hadden. De artikels vonden al snel na de originele publicatie ook hun weg naar de weekendeditie van de krant Dong A Il Boo en bleven erna verder sluimeren tot in 2018 de artikels gebundeld werden in het boek Close encounters with humankind. A paleoanthropologist investigates our evolving species en tot bestseller uitgroeide.

De Nederlandstalige titel vloekt echter eniszins met de inhoud. De moderne mens (Homo sapiens sapiens) stamt hoogstwaarschijnlijk niet af van de neanderthaler, al is die laatste nu ook weer geen totale vreemde. Zo blijkt de doorsnee Europeaan ongeveer 4 procent DNA met neanderthalers gemeen te hebben en is intussen al lang aanvaard dat er contacten tussen beide mensensoorten waren en dat hij evenzeer een vorm van cultuur kende. Veel van de oude ideeën over de neanderthaler stammen uit de vorige eeuw toen paleoantropologie duidelijk nog in zijn kinderschoenen stond en met wetenschappelijke accuraatheid al dan niet bewust weleens een loopje genomen werd. Het meest beruchte voorbeeld hiervan is de zogenaamde Piltdownmens, in 1912 door Charles Dawson in Engeland ‘ontdekt’, waarvan veertig jaar later bevestigd werd dat de fossielen niet alleen van menselijke en dierlijke oorsprong waren maar ook nog eens van verschillende ‘recente’ data.

De reden dat de Piltdownmens toch zo lang bekend bleef staan als een ‘missing link’ tussen de mens en de aap heeft te maken met het feit dat enerzijds weinig volledig intacte fossielen overblijven (soms zelfs niet meer dan een enkele tand) en dat wetenschappers anderzijds zich net zo goed laten leiden door veronderstellingen en hypotheses en de gevonden fossielen daar dan aan linken. Zo bevestigde de vondst de toenmalige opvatting dat de ‘eerste mens’ weliswaar een groter hersenvolume dan apen had maar met die laatste wel nog de krachtige kaak deelde. Het is een hypothese die intussen overtuigend weerlegd is. In feite hangen de grotere hersenen vooral samen met het feit dat de mens (meer) aasvlees begon te eten en hiervoor stenen werktuigen ontwikkelde.

Dat voor die grotere hersenen overigens een (dure) prijs betaald moest worden, kan eenieder die een kind gebaard heeft of een of andere vorm van rugpijn heeft (gehad) zonder meer erkennen. De evolutie van de mens verliep dan ook eerder grillig, waarbij lang niet zeker is hoe dit net gebeurde of hoe de verschillende onderscheiden mensensoorten zich tot elkaar verhouden, laat staan of er wel degelijk sprake is van een onderscheid. En hoewel sinds de jaren zeventig vooral in Afrika relatief veel fossielen gevonden zijn, is zelfs nog lang geen zekerheid over wie de titel van eerste mens of voorouder kan claimen. Zelfs de stelling dat Afrika de bakermat van de mensheid is, komt onder vuur te liggen met de ontdekking van oudere fossiele vondsten van de homo erectus in Azië. Of de mensheid in Afrika dan wel Azië zijn wieg staan had, blijft voer voor debat evenals de vraag wie dan wel de voorloper van de moderne mens is.

Net als andere wetenschappers moet ook de paleoantropoloog immers aan de slag met onvolledige data om hypotheses te trekken die niet noodzakelijk door iedereen gedeeld worden. Toch heeft het vakgebied de voorbije honderdvijftig jaar ruime sprongen vooruit gemaakt dankzij zowel meer ontdekte fossielen als een verdere verfijning van de onderzoeksmethoden. Op die manier zijn ook een aantal oudere veronderstellingen en ideeën op de schop genomen, die net zozeer ingegeven waren door onvolledige kennis als door de heersende denkbeelden van die tijd. De evolutie van onze hersenen, de mogelijke oorsprong van de mens, de (on)mogelijkheid om melk te verteren en onbewuste vooroordelen zijn maar enkele van de vele thema’s die Lee met kennis van zaken en helder uiteenzet.

Dat Toen wij nog neanderthaler waren uitgegroeid is tot een internationale bestseller mag dan ook niet verbazen. Niet alleen weet Sang-Hee Lee haar onderwerpen goed uit te kiezen, ze slaagt er ook in telkens een mix te brengen van de laatste stand van zaken, een korte geschiedenisles en enkele wetenswaardigheden. Nergens wordt ze te technisch in haar verhaal zonder het idee te wekken dat ze voorbijgaat aan de essentie van het besprokene. De populairwetenschappelijke inslag vindt een perfecte balans tussen entertainen en informeren en maakt bovendien duidelijk dat ook een studiegebied als paleo-antropologie veel meer te bieden heeft dan het louter op een rijtje zetten van de mogelijke voorouders van de moderne mens.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 6 =