Eurosonic 2021 :: Een kutsituatie, en hoe er het beste van te maken

Vrijdag 15 januari

Vrijdag! Weekend! Tijd voor knuffelcontacten, en dus komt het derde Eurosonicteamlid erbij. (lh) trekt een pilsje open, vraagt of de pot zoals gewoonlijk sushi schaft – natuurlijk – en is klaar voor de werkzaamheden.

‘Mooi, we staan vooraan’, grijnst hij wanneer hij de projectie van onze beamer ziet – de grapjurk.  We staan wel bij PowPig, en wat uw team daarvan vindt, moet het even overwegen. Want is dat nu goéd dat de groep zo jaren negentig klinkt dat Bill Clinton er nostalgisch van wordt, of is het overdreven? We willen maar zeggen: dit is het soort gitaar-indie waarover ze back then in Gonzo Circus nog geen beetje “nounou” en “gohgoh” zouden hebben gedaan voor ze er een theorie van Lacan of Bourdieux bij sleurden. Het sausje droompop in de gitaren dat wat aan Warpaint doet denken nemen we er graag bij, maar toch stellen wij de vraag: heeft dit viertal uit Limerick nu echt geen één song die naam waardig mee gebracht bovenop dat geluid, of hebben wij iets gemist? Uw antwoord is welkom op het redactieadres – per gele briefkaart, nineties oblige.

Nog meer vragen! Koppels die samen een muziekcarrière willen beginnen, is dat een goed idee? Danique van Kesteren en Bart van Dalen van Donna Blue vinden alvast van wel, en komen dat vanavond graag bewijzen door ons kortstondig in hun eigen kleine universum toe te laten. Vanaf opener “Desert Lake” blijkt meteen dat dat zich ergens tussen Morricone, Twin Peaks en Gainsbourg in bevindt, inclusief gitaar en mysterieuze fluitsolo die rechtstreeks uit een spaghettiwestern komen. Het klinkt allemaal behoorlijk onderkoeld, en net daardoor ook intrigerend: hoe komen deze Nederlanders in godsnaam bij dit americana noir-geluid terecht? Bijzonder ook hoe ze van daaruit uiteindelijk bij de zwoele sixtiespop van “Sunset Boulevard” belanden – een plek die zo te horen aan de Côte d’Azur ligt. Er zit nog wel meer Frankijk in deze set: “Fool” is een typische, net iets te slepende zuchtmeisjesballade waarvoor Jane Birkin haar hand niet had omgedraaid, en voor de speelse yé yé van “1 2 3” tovert van Kesteren letterlijk haar beste Frans boven – néén, we gaan hier geen grapjes over sudderans maken – en dat klinkt aandoenlijk en onweerstaanbaar brutaal tegelijk. “Pouf!”, sluit ze af, en we moeten de neiging onderdrukken om te applaudisseren. Bepaald geen slecht plan dus, deze muzikale vrijage: ook wij zijn nu een klein beetje verliefd op Donna Blue.

De volgende wordt ingeleid door Conchita Wurst, en dat heeft zo zijn redenen. Een Oostenrijkse supergroep? Jawel. Dat het Alpenrijk toch ook een land is met muzikaal talent is, bewijst My Ugly Clementine. Het energieke kwartet  rond singer-songwriter Sophie Lindinger bracht in de lente van vorig jaar het sterke debuut Vitamin C uit, waarop ze op ironische toon zingen over thema’s als feminisme, en dat doet nogal betreuren dat deze band gestopt werd door dat dekselse virus. We horen een steengoede melodie in “Who” en “Never Be Yours” en heerlijke garage in “Don’t Talk To Me”, nummers die vooral bewijzen vooral dat de band veel in zijn mars heeft.  En dan valt de wifi uit. Natuurlijk. Vloèken, want deze aanstekelijke gitaarpop smaakte naar méér.

Als we de boel weer aan de praat krijgen, hangt alweer een volgende vraag onuitgesproken in de woonkamer van Casa Zeilstraat: “Hoe groot mogen die bubbels in Nederland eigenlijk zijn?” Het is een kwestie die zich opdringt bij het aanschouwen van het volgepakte podium bij Personal Trainer, een collectief van net-niet-bekende-Nederlanders rond Canshaker Pi-frontman Willem Smit, die laveert tussen bands als waren dit de gloriedagen van de Antwerpse scene. Al in de intro van het lekker uitgesponnen “The Lazer” geven de moves van Smit de indruk dat de hem toebedeelde driehoek te klein is, met om te beginnen een high kick die (wie weet) een verklaring kan zijn voor zijn lichtjes onnozele bandnaam. Het zal daar niet bij blijven: terwijl zijn band funky postpunkterreinen verkent, zal hij ronddraven met zijn microfoonstandaard, de camera toezingen alsof hij in Top of the Pops zit, en kiekeboe spelen van onder zijn zweterige handdoek – waarom ook niet.

Tegen dan zijn we nog geen drie minuten ver en zitten wij bijna in onze stoel te huilen: dit soort plezier doet het schrijnende concertgemis immers alleen maar toenemen. Iets flitst even voor het scherm voorbij. Zou dat (mvs) kunnen zijn die zich even niet meer kon inhouden? En dan moeten “Politics” en “Fiddlefunk” (“you’re playing the funk on a fiddle”) nog komen: natuurlijk hebben The Breeders de baslijn van dat eerste al eens uitgevonden, en kan je LCD Soundsystem bij geen van beide wegdenken, maar verdorie, wat is dit een onvoorstelbaar dansbaar indiefeestje. We willen nog even “more cowbell” roepen, maar zelfs dat is al gefixt voor we het kunnen uitspreken: Personal Trainer weet exact welke work-out wij nodig hadden.

Een gat van een kwartier valt, of zoals we dat normaal zeggen: “fietsen van de Stadsschouwburg naar de Simplon”. Dat wordt wat krap met die avondklok, dus gaan we voor een rondje zappen. Bij het tweede kanaal botsen we op de bijzondere huisvlijt van Decolonize Your Mind Society, uit Hongarije. Het is niet helemaal zeker of de maskers van deze Hongaren gebaseerd zijn op een stevig bord spaghetti dan wel kleurrijk projectielkotsen, maar creatief is het in ieder geval. Het leidt wel af van de muziek, en dat is achteraf gezien behoorlijk jammer: de groovende, diep in volksmuziek uit de halve wereld gewortelde jazz van deze band, en dan vooral slotnummer “Mike The Headless Chicken” (ernst is aan deze vereniging niet besteed), maakt bij het herbeluisteren, zonder al die franje, stukken meer indruk. Volgende keer dan maar zelf zo’n masker opzetten, misschien helpt het.

Wie graag naar Hawkind, King Gizzard & The Lizard Wizard en Föllakzoid luistert, moet zeker de naam Slift noteren. Ja, zelfs via een livestream konden de drie Fransen ons overtuigen dat ze lawaai maken voor een heel leger. Maar dit trio uit Toulouse is naast heavy ook psychedelisch en meeslepend genoeg, en brengt je tegelijk naar een andere wereld waar paddo’s en LSD overheersen. De levendige opname in de studio is geweldig om te zien, en ons oog valt op het shirt van de drummer van Stolen Body Records, dat ook onderdak biedt aan het Brusselse Phoenician Drive en –niet toevallig – King Gizzard. Slift hoort ongetwijfeld goed thuis bij het label uit Bristol, en is een van de betere spacerockbands die we recentelijk gehoord hebben. Wat doen ze ons dromen om hen na alle miserie live in de Magasin 4 of op Dour Festival te zien.

Twee nummers. Meer heeft Isolated Youth niet ingestuurd, maar het is genoeg om onze oren te spitsen. Wanneer het doek theatraal opengaat, wolkt uit een golf van lawaai langzamerhand “Psykosoma” op, een slowburner waarin frontman Axel Mårdberg Teutoons dreunt en kreunt als ware hij Nico. In “Oath” gaat bassist Egon Westberg Larsson wel heel erg lenen bij Peter Hook, maar als dat zo’n goed nummer oplevert dan klaag je niet over wat Joy Division-invloeden. Er is nooit genoeg Joy Division, en Joy Division met Nico vooraan blijkt al helemaal een goed idee. Mårdberg is immers nog altijd in dramatische modus, declameert meer dan hij zing, tot hij gefrustreerd krijst. Tiens, denken we plots aan Fenne Kuppens. We denken graag aan de stem van Fenne Kuppens. Goed bandje dit, maar de opnames op Spotify geven dat helaas niet weg.

Komt (lt) blij terug: “het was niet aanschuiven bij de toiletten!” Hoera! Staat (mvs) ondertussen wéér te dansen, want wat de tweelingbroers Jiří en Ondřej van het toepasselijke genaamde (ja, wij begrijpen Tsjechisch) Bratři op hun drums en toetsen leveren is vooral daarvoor bedoeld. Het is elektronica die de beat rechtdoorzee laat knallen, de bassen diep resoneren. ‘Plat’, vindt (lt), haar wederhelft schiet de namen ‘Goose’ en ‘Shameboy’ terug, met een glazige blik die ‘F.E.S.T.I.V.A.L.’ spelt. Goeie visuals die de broers mee hebben om het statische van de set te counteren, maar ook: goeie melodieën. Mocht Bratři ooit hier te lande op een podium verzeild raken, zou niemand ooit aan Centraal-Europese clichés durven denken.

En dan wordt het elf uur, en dus is het ook vandaag voorbij. Wat is dit voor digitale avondklok? Doorgaans komt uw team nu pas op stoom, en dus gaan we gewoon door. Met elk al wat jaren Eurosonic op de teller zijn er immers herinneringen op te halen, en soms staan die op YouTube. ‘Weet je nog die keer, The Animen?’, zucht (lt). ‘Herinner je onze open monden bij Blaue Blume!’ – (mvs) Waarna (lh) terugslaat met iets onverteerbaar metaligs, want zo is de schavuit wel. (mvs) vlucht in de keuken, om triomfantelijk terug te keren. ‘Eierbal, iemand?’ En zo eindigde het toch een beetje zoals het altijd doet.

En toch.

Volgend jaar toch maar opnieuw voor écht, in Groningen? Met Heineken en Grolsch in de Knarie?

Ja. Doe toch maar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 9 =