DIT WAS 2020: Georgia :: “Chicago House is het fundament van de moderne popmuziek”

De hele maand december blikt enola terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2020. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of wier plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid indook.

Ze had er lang aangewerkt, de boel laten pruttelen terwijl pophit “About Work The Dancefloor” het vuur alvast aanwakkerde voor dat debuut Seeking Thrills dat in februari verscheen. Daarmee kon Georgia Barnes de prijs voor de pittigste partyplaat van 2020 niet meer ontglippen, maar net toen ging dat jaar uit de rails. “Het is wat het is”, zucht ze aan de telefoon.

Toen Georgia vijf jaar geleden haar titelloos debuut uitbracht, gebeurde dat zonder veel fanfare. Er werd wat gekird in de underground, her en der schreef iemand hoe haar vader Neil Barnes de helft van nineties danslegenden Leftfield was, en toen verdween ze alweer in de schaduw. Tot in 2019 een single begon te buzzen. Plots bleek Georgia met “About Work The Dancefloor” het recept voor de perfecte cocktail van dance en pop te hebben gevonden, een festivalzomer lang toonde ze staand achter drums-en-meer hoe ze dat ook live boeiend kon maken. In februari liet Seeking Thrills horen hoe ze veertig jaar dansgeschiedenis had verwerkt tot een plaat vol spannende popsongs. Wat er dus veranderd was sinds die enigszins anders klinkend eerste plaat willen we weten.

Georgia Barnes: “Na die eerste plaat heb ik het niet gemakkelijk gehad. Zowel op persoonlijk vlak als professioneel stond alles op stelten, en ik had ook het gevoel dat mijn debuut een pak beter kon. Het kreeg wel wat gezellige bijval in de underground, wat applaus van recensenten, maar ik had gewild dat mijn muziek veel breder was gegaan. Het moment dat die plaat uit was, wist ik waar ik de muziek, het songschrijven en de productie voor het vervolg naar toe wilde nemen. Ik wist dat ik daar bepaalde opofferingen en keuzes voor zou moeten maken. En dat zou hard werken worden, dus ik ben opnieuw de studio in getrokken met een hoop platen waar ik van hield, en liet me inspireren.”

“Dat was een behoorlijk creatieve tijd. Ik herinner me hoe opgewonden ik was over alle mogelijkheden. Ik kon mijn muziek die richting uitsleuren, of neen: dié. Maar ik wist dat ik gedisciplineerd te werk zou moeten gaan. Toen ik mijn debuut opnam was dat een experiment. Ik had nog nooit een plaat gemaakt, dus ik kon alle kanten op, en dat heb ik ook gedaan. Die eerste was een explosie van experiment, waar ik bij Seeking Thrills wist waar ik voor stond, en begreep wat ik moest veranderen en wat moest blijven. Dat was heel spannend, maar het vroeg heel veel tijd. Ik heb heel lang, héél hard gewerkt in de studio. Ik had geen leven, maar ik wilde dat het juist was. Het moést toegankelijker worden.”

enola: Wat was zo een van de opofferingen die je moest maken?

Barnes: “Ik ben er altijd dol op geweest om nogal gekke geluiden te maken. Ik hou van geluid, ook als het bijna pijn doet, of iets fysieks met je doet; niet bepaald easy listening. Dat idee moest ik een beetje opgeven, en focussen op het songschrijven. Productie, zo wist ik, is immers iets dat ik altijd later mettertijd kon toevoegen, maar de song, de structuur, moest er staan.”

“Uiteindelijk: zelfs op de meest experimentele jazzplaat voel je nog hoe die muzikanten hun instrument volledig meester zijn, dat ze daarmee de muziek kunnen maken die ze willen. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik ook maar één instrument beheers, maar wat ik wél kon doen was me concentreren op dat songschrijven. Opdat mijn stem en wat ik wilde zeggen juist zou overkomen bij de luisteraar.”

enola: En daarbij was Neil Young een helpende hand?

Barnes: “Ik ben opgegroeid met zijn muziek. Mijn moeder is een grote fan, en als kind al fascineerde het me hoé veelzijdig zijn output was. Toen ik inspiratie zocht voor Seeking Thrills, en me wilde focussen op het songschrijven, leek het me evident om me te richten op artiesten die ik al heel mijn leven kende. Misschien zou ik daar de waarheid ontdekken over hoe het moest. Neil Young was één zo’n voorbeeld, maar Joni Mitchell en Kate Bush net zo goed, net als John Martyn of Don Cherry. Reggae ook – allemaal dingen die de soundtrack van mijn kindertijd hebben uitgemaakt, en mijn evolutie als mens hebben begeleid.”

“Zo komt het dat ik veel heb geleerd van Harvest en After The Gold Rush van Neil Young. Er is iets met die songstructuren dat heel classic is, vertrouwd en toegankelijk. Ik wil er geen afbreuk aan doen, maar: uitdagend zijn die niet, en er zit schoonheid in die eenvoud. Meer dan een gitaar en een stem, en misschien een orkest eens, is het niet, en zo kun je mooi elk element horen. Dat vond ik erg inspirerend.”

enola:  Een andere traditie die door heel Seeking Thrills schemert is die van all things dance sinds de jaren tachtig. Je blijft natuurlijk de dochter van Neil Barnes, een helft van Leftfield.

Barnes: (lacht) “Die liefde voor de eighties komt niet écht van mijn vader  hoor. Bands als Depeche Mode heb ik zelf ontdekt toen ik al wat ouder was. Natuurlijk kende ik “Enjoy The Silence” al eeuwen, maar toen ik op een dag Music For The Masses tegenkwam wist ik: hier ga ik diep induiken. En toen hoorde ik bij vrienden “The Things You Said”, en dat greep me helemaal bij het nekvel. Ik kan het niet omschrijven, maar het was zo. En dan beseffen dat dat gewoon jongens uit Essex waren, maakte helemaal een verschil. Hoe konden zo’n gasten dit maken? Ik ben halsoverkop verliefd geworden op al hun muziek van van die vroege tot late jaren tachtig. Wat een creativiteit hadden ze toen! En zo ben ik in een diep gat vol jaren tachtigmuziek gevallen; ik ontdekte allemaal bands uit Duitsland, België, Frankrijk, Italië,… en ik zag hoe er een muzikale dialoog was ontstaan met de overkant van de plas, waar die muziek in Chicago en Detroit dingen in gang had gezet bij DJ’s als Frankie Knuckles en Roy Davis Jr. die Depeche Mode mixten met vroege house en techno. Heel die muzikale explosie van destijds deed me duizelen; ik zag de lijnen tussen al die verschillende puntjes, en dat fascineerde me eindeloos. Toen ik zelf muziek begon te maken, is het daar dat ik ben begonnen, en ik zag in dat die hele Chicago house zo vertrouwd voelde omdat die al jaren de Britse en Amerikaanse popmuziek was geïnfiltreerd. Eigenlijk is dat genre het fundament van de moderne popmuziek.”

(op dreef) “Dat was een moment dat ik niet alleen zelf muziek begon te maken, maar ook leerde over muziek. Een tijd lang ben ik geobsedeerd geweest met heel die evolutie van muziek, meer dan met wat dat eigenlijk voorbracht. Want wat een geweldig creatieve tijd waren de eighties. Kijk naar Kate Bush, die zichzelf eeuwen kon opsluiten in de studio, experimenteren met analoge en digitale instrumenten, en hoe dat dan platen opleverde. Plots waren er synths die je ook in je slaapkamer kon opstellen om iets te maken; dat gaf allemaal mogelijkheden!”

enola: Ik hoor ook echo’s van recentere dansartiesten als Robyn of The Knife. Kan het zijn dat je voor elk nummer een aparte sfeer of klank in gedachten had?

Barnes: “Ja! De titel indachtig wilde ik dat deze plaat ook een beetje het gevoel van opwinding gaf, dus elke song moest een eigen smoel of gevoel uitstralen. Dat heb ik gepikt bij Kate Bush en Joni Mitchell, en zelfs ook bij Billy Eilish. Ik hou er van dat de plaat één geheel is, maar dat de songs op zich ook elk hun eigen wereldje hebben.”

enola: Je vond het ook belangrijk om met instrumenten uit de jaren tachtig te werken om die geluiden te recreëren?

Barnes: “Alle geluiden op de plaat zijn analoog, en dat is absoluut de invloed van mijn vaders opvoeding geweest. Bij Leftfield waren ze heel erg grote believers van het analoge, dus dat is al wat ik hoorde, en ik vind het ook plezant om omringd te zijn door al die oude toestellen. Liever dat dan een lege  kamer met gewoon die ene doos die alles digitaal kan nadoen. En ja, dat wil zeggen dat je moet begrijpen hoe frequenties door outboard gear worden gestuurd, maar komaan: iedereen kan dat als hij er wat tijd in steekt. En voor mij was het belangrijk dat het album dat soort authenticiteit uitstraalde. Dus beeldde ik me in dat ik in een studio in Chicago zat met (legendarische DJ’s, mvs) Jamie Principle of Marshall Jefferson, en we moesten beslissen of we nu de 909 of de 707 drumcomputer zouden gebruiken, of wat dan ook, en door welke sequencer dat dan om met een synth een cool geluid te bereiken. Zo voelde ik me deel van de geschiedenis van hoe die geluiden werden gemaakt. De plaat is overigens ook gemixt op een mengtafel uit 1987, het soort waar heel wat eightiesplaten op zijn afgewerkt.”

enola: Je maakte een plaat over uitgaan en jezelf verliezen, maar je hebt overdadig drank- en drugsgebruik al even afgezworen. Hoe heeft dat je feestgevoel veranderd?

Barnes: “Totaal niet. Ik heb even een sobere fase gehad. Er was me aangeraden om daar niet te extreem in te zijn, maar dat ben ik wel geweest. Ik heb even helemaal niet gedronken. Ik heb wel vastgehouden aan wat ik echt graag doen: naar clubs gaan, raven. En dat ben ik blijven doen. Er was geen zwaarte, het voelde eerder als een opluchting. Niet meer drinken en toch uitgaan was therapie. Ik luisterde echt naar de DJ’s, lette op wat ze speelden en keek naar hoe de mensen reageerden. Ik ga niet zeggen dat ik die manier van zijn verkies, maar het was zeker anders dan voorheen. Ik heb er veel uit gehaald voor mijn teksten. Daar heb ik ook het idee gehaald voor de titel. Mensen hebben dit soort uitlaatklep nodig, een plek waar ze zichzelf kunnen vergeten, en deze bescheiden pleziertjes kunnen vinden.”

enola: Ik zal wel niet de eerste zijn die het opmerkt, maar: beetje rare titel toch dat “About Work The Dancefloor”?

Barnes: “Ik heb gewoon nogal veel techno geluisterd, en daarin wordt nogal vaak de vocoder gebruikt om een effect op de zang te zetten. Eigenlijk was het vooral de jaren zeventigband Cybotron  die me op dat spoor had gezet. Zij gaven me het idee om nogal ritmisch te zingen, anders dan normaal, en dus trok ik me van die grammaticale fout niets aan. Ik wilde dat nummer gewoon een vocodergevoel meegeven, alsof een buitenaards wezen het zong. Het klonk beter met die fout in.”

enola: Hoe ben jij eigenlijk bij drums als instrument uitgekomen?

Barnes: “Ik moet negen zijn geweest toen ik daarmee ben begonnen, en het klikte. Ik had geluk dat mijn ouders me daarin hebben aangemoedigd. Ach, het zal hen wel zijn uitgekomen dat ik in mijn schooljaren mijn geld aan drums gaf en niet achter de jongens aan liep. Ik doe het gewoon graag; ‘t is een uitlaatklep. Ik ben echt blij als ik kan spelen, het neemt me mee naar een onschuldigere tijd waarin ik reageer op instinct in plaats van alles te overdenken. Noem het escapisme, ja.”

enola: Kun je dat ook voelen als je optreed, en je ook al die elektronica moet bedienen?

Barnes: “Oh ja. Ik hou van optreden, en ik ben blij dat ik mijn drums in mijn opstelling heb kunnen opnemen. Het maakt het plezant, en het houdt een publiek ook scherp. Ik heb niet het gevoel dat er nu te veel andere instrumenten rond me staan die me afleiden; ik geniet er nog elke keer van.”

enola: Tot slot: je hebt de release van je album uiteindelijk heel erg beredeneerd aangepakt. Eigenlijk was Seeking Thrills al in 2018 klaar, maar toen “About Work The Dance Floor” een hit werd vond je het nog niet het moment voor een volledige plaat?

Barnes: “De singles deden het zo goed, dat we hen liever de tijd en de ruimte geven. Mensen waren de muziek nog maar aan het ontdekken, en moesten mijn naam er nog mee leren verbinden. Dat kon wel wat tijd gebruiken, er was geen haast. Ik denk nog altijd dat dat geen slechte beslissing is geweest. Ik denk nog altijd dat dat geen slechte beslissing is geweest, iedereen heeft de plaat nu opgepikt. Het had niet beter kunnen gaan, maar het is natuurlijk kut dat dat Coronavirus het momentum heeft gestopt. Maar het is wat het is; we zitten allemaal in dat schuitje hé.”

Domino

 

 

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 − 1 =