Suske en Wiske :: De Blauwe Reeks deel 1

Standaard Uitgeverij geeft de Blauwe Reeks van Suske en Wiske opnieuw uit. Zeventig jaar nadat de allereerste Sus en Wis-spinoff het licht zag, blijkt de tijd zijn genadeloze werk gedaan te hebben en zijn de albums vooral voer voor verzamelaars.

Voor wie zijn stripgeschiedenis niet kent: de Blauwe Reeks is de verzamelnaam voor de Suske en Wiske-verhalen die Willy Vandersteen voor het weekblad Kuifje tekende en die later in albumvorm een blauwe omslag kregen, waarmee ze zich onderscheidden van de gewone, parallel lopende reeks, die in een rode cover gehuld ging.

De Blauwe Reeks vormde een behoorlijke stijlbreuk met de andere Suske en Wiske-verhalen. In de eerste jaren van hun bestaan tekende Willy Vandersteen Suske en Wiske immers, zo leek het wel, uit de losse pols. De personages waren boers, rudimentair, lomp, maar tegelijk geestig en vaak herkenbaar voor de lezers van de Nederlandstalige dagbladen waarin hun avonturen verschenen.

In diezelfde periode bouwde Hergé gestaag het Kuifje-publiek verder uit met de uitgave van het gelijknamige weekblad. Van overlapping was weinig sprake. Kuifje vertoefde op dat moment immers geregeld in Molensloot, het kasteel van Kapitein Haddock, terwijl Suske en Wiske in de wereld van de mijnwerkers bokkenrijders bestreden.

De geestelijke vaders van beide reeksen hadden echter bewondering voor elkaars werk en met de Blauwe Reeks kwamen beide werelden met elkaar in contact. Suske en Wiske kregen een plaats in het weekblad Kuifje en werden daarvoor, op aansturen van Hergé, simpelweg heruitgevonden. Op maat van het minder volkse publiek dat de vader van Kuifje voor ogen had. Het resultaat was, en is, op z’n minst fascinerend te noemen.

Suske en Wiske zijn plots welopgevoede, met twee woorden sprekende jongelingen die op bezoek gaan in de villa van mijnheer Lambik. Je voelt bijna hoe Vandersteen zijn figuren in een bourgeois-keurslijf heeft moeten worstelen. Suske en Wiske misten duidelijk de spontaniteit waarmee Kuifje en Haddock door het leven flaneren. De cruciale fout daarbij is mogelijk dat Lambik te beschaafd geworden was: Kuifje had Haddock als tegenkracht, een losbandig figuur die, bijna als een papieren Keith Richards, dronken doorheen de verhalen strompelde, en verbaal te keer ging tegen eenieder die zijn pad kruist. Dat was een rol die Lambik op het lijf geschreven is. Helaas: ook Lambik kon niet aan de beschavingsinspanningen ontsnappen en werd een saaie piet die schermlessen gaf en slechts uiterst zelden zijn zelfbeheersing verloor.

Dit trio belandt in enkele van de meest onwaarschijnlijke avonturen, waarvan Het Spaanse spook vermoedelijk het meest bekende is. Het verhaal -ingewikkeld gedoe rond het beleg van een dorp uit de Brusselse rand door een kwaaie Spaanse hertog- is eigenlijk bijzaak en vormt vooral een kapstok om visuele gags en andere komische vondsten op de lezer af te vuren.

Bevinden Sus en Wis zich in dat verhaal nog op vertrouwd terrein, in De bronzen sleutel vertoeven ze aan de Cote d’Azur, wat te danken is aan het feit dat het weekblad Kuifje in die periode ook in Frankrijk in de markt gezet wordt. Het verhaal is naar hedendaagse normen bijzonder langdradig. De sleutel uit de titel belandt nu eens in goede, dan weer in kwade handen en zo gaat dat maar door, tot er plots een nog groter gevaar opduikt en de poppen helemaal aan het dansen gaan. De schat van Beersel brengt onze helden opnieuw naar het Brusselse, terwijl in De Tartaarse helm nogmaal exotische oorden opgezocht worden.

Het is niet min, vier verhalen in een bundel. Meer zelfs: het is te veel van het goede. Hoewel het talent van Vandersteen van elke pagina spat, heeft de Blauwe Reeks, of in ieder geval de eerste vier delen ervan, zijn beste tijd gehad. Het lijkt uiterst twijfelachtig of nog maar eens een heruitgave nieuwe lezers gaat weten aan te trekken. Het is waarschijnlijker dat, nu het nog kan, met deze uitgave -weer maar eens- naar het vaste kransje verzamelaars gelonkt wordt.

Dat later dit jaar De sonometer, het onvoltooide, negende verhaal uit de blauwe reeks eindelijk verschijnt, met dank aan de inspanningen van de Franse auteur François Corteggiani en tekenwonder Dirk Stallaert, prikkelt de nieuwsgierigheid, maar doet na het doornemen van deze heruitgave vooral hopen dat de auteurs zich enige artistieke vrijheid hebben kunnen veroorloven, zodat het resultaat minder gedateerd zal aanvoelen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − negen =