Willy Vandersteen :: De Rode Ridder – De Biddeloo jaren ● Sword and sorcery

Het aantal stripreeksen dat Willy Vandersteen opstartte en na enige jaren doorgaf aan bepaalde medewerkers is groot te noemen. Studio Vandersteen startte immers niet minder dan vierentwintig reeksen op waarbij in het bijzonder reeksen die begonnen of doorliepen in de jaren zestig vaak overgelaten werden aan andere striptekenaars (en soms scenaristen) waardoor Vandersteen de tijd vond om nog meer reeksen te beginnen die al snel eveneens in de handen van een getrouwe kwamen te liggen. De opvallende uitzondering hierop vormt De Geuzen (1985-1990), dat met de dood van Vandersteen in 1990 het na tien verhalen voor bekeken hield en dit op uitdrukkelijk verzoek van de bedenker zelf die niet wenste dat deze strip na zijn dood zou verder gezet worden.

Zowat alle andere reeksen werden nog tijdens Vandersteens leven stopgezet, zelfs al hadden ze zoals Robert en Bertrand (1973-1998) een trouwe schare fans opgebouwd. Slechts twee onder hen lijken een eeuwig leven beschoren te zijn: Suske en Wiske (noblesse oblige) en De Rode Ridder. Nochtans zag het er voor die laatste lange tijd niet goed uit, al voor het eerste verhaal `Het gebroken zwaard` moest Vandersteen vanwege een reis doorheen Azië en het Midden-Oosten het meeste werk overlaten aan zijn medewerkers. Hoewel hij de scenario`s blijft aanleveren, staat dan ook een team van tekenaars in voor de strip waaronder naast Vandersteen zelf (vanaf nummer 2), ook diens zoon Bob, Karel Verschuere en Eduard De Rop. Vanaf `De draak van Moerdal` (9), neemt Verschuere het tekenwerk alleen voor zijn rekening maar hij houdt het slechts een handvol strips vol zodat vanaf `Baloch de reus` (15), het werk op de schouders van Frank Sels terecht komt.

Eind jaren zestig verlaat Sels echter voor enige tijd de studio waardoor de trouwe partijsoldaat Eduard de Rop vanaf `Mysterie te Camelot` (30) opnieuw de tekeningen verzorgt en dit tot en met `Het derde wapen` (35). Aan nummer 36, `De zwarte roos` werken verschillende leden van de studio mee, wat de strip ondanks het sterke verhaal tekentechnisch zowat het zwakste uit de reeks maakt en ongetwijfeld ertoe bijgedragen heeft dat Vandersteen de reeks aan Karel Biddeloo overdroeg. Biddeloo had tot dan toe onder meer gewerkt aan Bessy en wist ondanks zijn verlegen natuur (en de help van onder meer zijn moeder) ondanks enkele verschuivingen en ontslagen bij Vandersteen toch aan boord te blijven.

Vandersteen die nog steeds de scenario`s aanlevert, heeft het intussen echter gehad met De Rode Ridder en besluit naar een einde toe te werken opdat zijn aandacht en mensen op andere reeksen gezet kunnen worden. Biddeloo weet met een synopsis voor `Een barst in de ronde tafel` (40) Vandersteen er evenwel van te overtuigen dat hij meer in zijn mars heeft en de reeks ook zou kunnen dragen. Het feit dat De Rode Ridder in de krant een grote populariteit kent, draagt er ongetwijfeld aan bij dat de reeks niet allen blijft bestaan maar ook dat Biddeloo de kans krijgt om naast de tekeningen ook de scenario`s te leveren en zo de reeks geheel naar zijn hand te zetten. In de jaren die volgen zal hij niet alleen een reeks bekende figuren (Bahaal, Galaxy, Demoniah,…) (her)introduceren maar de verhalen ook steeds meer richting fantasy en sorcery sturen, weg van de meer realistische inslag van de eerste reeks.

Toch mag het realiteitsgehalte van de strip onder Vandersteen ook met een korrel zout genomen worden. Zoals in de uitstekende zes bundels De eerste verhalen immers aangetoond wordt, nam Vandersteen geregeld een loopje met historische accuratesse en beleefde de Rode Ridder (toen al) avonturen die zich over zowat de hele tijdslijn van de middeleeuwen afspeelden. Ook de gebruikte wapens, kledij en woningen (kastelen) waren meer dan eens anachronistisch maar voor Vandersteen primeerde bovenal het verhaal. Dat met het continue wisselen van tekenaars ook de portrettering van de ridder enigszins veranderde, was evenmin een knelpunt want de lezer volgde toch. Desondanks was de keuze voor Biddeloo als vaste tekenaar en later ook scenarist een geniale zet want niet alleen werd zo de tekenstijl, net als bij Suske en Wiske (opnieuw) consistenter maar sloten de verhalen ook meer aan bij de interesses van een (nieuw) lezerspubliek.

In deze eerste bundel De Biddeloo jaren Sword and sorcery zijn het echter nog Vandersteens verhalen die Biddeloo tot leven moet brengen (vanaf 44, `De drie huurlingen` wordt het echt zijn strip), en volgen de verhalen nog de lijn die Vandersteen met `Koning Arthur` (19) uittekende, waarbij de Rode Ridder zich na verschillende avonturen als dolende ridder aansluit bij Arthur en de Ronde Tafel. Dat Vandersteen zichzelf met de Arthurlegende, die hij losjes interpreteerde, enigszins klem had geschreven werd duidelijk door de manier waarop de verhalen zich al snel opnieuw toelegden op de reizen die de Rode Ridder ondernam, ditmaal in naam van koning Arthur. Zo is de Rode Ridder de facto opnieuw een ronddolende ridder in de verhalen `De wilde jacht`, `De verzonken klonk` en `Noodkreet uit Cambor` (37-39). In alle drie de verhalen draait het rond erfenissen en kasteelbewoners die niet zijn wat ze pretenderen te zijn. Net als in veel van de oudere verhalen is de Rode Ridder op zijn hoede en vormen enkele eenvoudige lieden een belangrijke bron van informatie.

Met de daar drie op volgende verhalen, `De barst in de ronde tafel`, `De laatste droom` en `Het testament` (40-42) wenst Vandersteen een einde te breien aan zijn Arthurverhalen. De Rode Ridder keert terug naar Camelot waar onder het bestuur van Arthur vrede in het land is, maar een barst in de ronde tafel en een aanslag op Arthur doet twijfel rijzen over de trouw van Arthurs vazallen. Wanneer een van hen van verraad verdacht wordt, dreigen er twee fracties te ontstaan. Het eerste van deze verhalen introduceert ook Bahaal als de prins der duisternis, een machtige maar sterfelijke magiër die als tegenstander van Arthur optreed en in ‘De laatste droom` in een veldslag tegen de ridders van de ronde tafel zal sneuvelen maar niet vooraleer hij Arthur dodelijk verwondt. `Het testament` is dan ook het eerste van een aantal verhalen waarbij de Rode Ridder bijgestaan door Parcifal de idealen van Arthur tracht op te houden en de orde te herstellen.

Qua verhaal verschillen de zes uit De Biddeloo jaren Sword and sorcery weinig met de eerdere bundels, per slot van rekening is Vandersteen nog steeds de scenarist en zijn het zijn thema`s die hier aan bod komen en eerdere plotlijnen volgen, het grote verschil zit dan ook in de manier waarop Biddeloo (voorlopig alleen) de tekenpen vasthoudt en zich de wereld van de Rode Ridder steeds meer eigen maakt. Wie de strips nader bestudeert, zal nog een aantal kenmerken van Vandersteen of andere tekenaars uit de stal herkennen (Biddeloo werkte per slot van rekening ook nog mee aan andere reeksen) maar doorheen deze `eerste` verhalen treedt wel steeds meer een vertrouwen en stijl naar voor dat later typerend zal worden voor Biddeloos aanpak en van de Rode Ridder een blijvend succes zal maken.

Liefhebbers van de Rode Ridder hoeven uiteraard niet overtuigd te worden van de waarde van De Biddeloo jaren Sword and sorcery noch van de delen die hiervoor verschenen onder de titel De Rode Ridder – de eerste jaren. De belangrijke meerwaarde tegenover de reguliere (her)drukken schuilt in de eerste plaats in de keuze voor de originele versie (inclusief spellingsfouten of verouderde visies) en bij de omkadering en duiding bij de ontstaansgeschiedenis van de verhalen en reeks. Zowel trouwe fans als de meer sporadische lezers van De Rode Ridder die meer vertrouwd zijn met de meer fantasygerichte verhalen, zullen in deze bundel dan ook zowel genoeg interessants vinden rond hoe de reeks steeds meer een eigen stem vond alsook gewoon om nog eens jong en onbezorgd weg kunnen dromen bij koene ridders, hoogstaande idealen, schurkachtige heren en wapengekletter.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × drie =