Absynthe Minded :: “Je agenda zien leeglopen is onwezenlijk”

Bert Ostyn heeft gevloekt dit voorjaar. Nauwelijks enkele weken voor Absynthe Minded hun nieuwe Riddle Of The Sphynx zouden uitbrengen, ging het land in lockdown. Omdat er in een plaat zonder concerten weinig plezier te vinden is, werd de release uitgesteld, maar nu is het toch zover. Je kunt niet blijven wachten, en een mens moet iets doen met een festivalloze zomer.

Bert Ostyn: “Die lockdown is hard aangekomen, ja. De woensdag voordien hadden we nog een sessie gedaan voor Decibels op de RTBF radio, en dat was meteen de laatste keer dat we met de groep naar buiten zijn gekomen. De eerste twee of drie weken kreeg ik er ook geen noot uit, en ik heb het er bij momenten nog altijd lastig mee. Zolang er social distancing geldt, is voor ons immers geen oplossing in zicht. Je kunt de AB niet uitverkocht verklaren met maar vijfhonderd man in de zaal, en hetzelfde geldt voor de festivals. Ik vind dat heel pijnlijk. We hadden heel veel mooie dingen op de planning staan, je agenda vervolgens zo zien leeglopen is heel onwezenlijk.”

“Uiteindelijk doe je het toch voor de optredens. Dat zijn de momenten waarin je op adrenaline drijft, geeft, terugkrijgt van het publiek, en nog meer wil geven. Het draait om samenhorigheid, energie, een groove die uit de PA spat en mensen doet dansen. ‘t Is… euh ja, rock-‘n-roll, en ik mis dat heel erg. We hebben al een paar keer opnieuw gerepeteerd, en dat alleen al deed weer deugd. Om eerlijk te zijn: ik ben heel blij dat ik dit niet meemaak op mijn vijfentwintigste. Mijn hart bloedt voor al mijn collega’s en vrienden-muzikanten, soms jonge mensen op de rand van de doorbraak, die nu hun eerste echte festivalzomer zouden beleven. Dan is het niet alleen een streep door de rekening, maar verliezen ze misschien een momentum dat ze nooit meer terugvinden. Maar goed, het is overmacht, je kunt er niet over blijven tobben… En ooit komt het wel terug, daar heb ik vertrouwen in. En ondertussen zoeken wat we in deze omstandigheden toch kunnen doen met de groep. Zo komt er dan toch een releaseconcert deze zomer, voor tweehonderd man in het OLT in Antwerpen. En verder zien we wel.”

enola: Laten we in afwachting dan maar terugkeren naar ‘The Riddle Of The Sphynx’. Hoe ben je aan deze plaat begonnen?

Ostyn: “Ik van vrij snel na het uitkomen van onze vorige plaat Jungle Eyes opnieuw beginnen schrijven, en we zijn meteen ook beginnen opnemen. Wouter Vlaeminck, onze toetsenman, had het idee geopperd om eens een plaat zelf te producen, en dus leek ons dat de beste aanpak. We sleutelden enkele dagen aan één of twee nummers, en lieten die dan een tijd liggen om te laten bezinken. Dat maakte dat het proces heel natuurlijk voelde. En als we in de Ardennen gingen mixen, en we kregen de goesting om toch nog verder te prutsen aan een song, dan kon dat. We waren immers geen dure studiobudgetten aan het verbranden. En dat was gewoon ook nodig, want in de loop van de tijd veranderden we al eens van idee, of reageerde een van de bandleden op de bijdrage van en ander, waardoor we zelf anders tegen het nummer gingen aankijken. Tegelijk hebben sommige demo’s het ook tot op de plaat geschopt. De zanglijn van “Easy” is bijvoorbeeld de eerste take van dat nummer. En zo hebben we twee jaar lang gewerkt, telkens in korte periodes, tot we klaar waren. Ik vond dat een heel fijne manier van aanpakken, want als je maar twee of drie weken studiotijd hebt om een plaat af te leveren, kan het heel erg obsessief worden. Terwijl het ook belangrijk is om te kunnen loslaten en daarna nog eens te kijken.”

enola: Het resultaat is een Absynthe Minded dat lichtjes anders klinkt dan we gewoon waren.

Ostyn: “Klopt. Nochtans zie ik qua teksten en songs geen ommezwaai. Ik doe wat ik altijd heb gedaan, maar natuurlijk reageer je altijd op je vorige plaat, en na Jungle Eyes mocht het wel wat uitgepuurder. Zo hebben we meer tijd en aandacht gestoken in de productie. Daardoor zit er ook meer leegte in de plaat, die voor mij heel transparant klinkt. Niets is volgespeeld. Als een nummer drie partijen had, kon dat genoeg zijn. De bas in “Cherry Picking” laten we bijvoorbeeld pas in het refrein invallen. En die synths? Die hoorde je toch ook al wat op Jungle Eyes. Ik werk daar graag mee, want het fijne is dat iedereen een synth kan bespelen, en er iets uit krijgen. het voelt dan alsof je puur op kleur kunt werken, heel fantasievol.”

“We hebben sinds de opnames trouwens een nieuwe toetsenist, en je voelt dat Laurens (Dierickx, mvs) een jazzpianist is. Dat geeft meteen nieuwe accenten. De liveversies van de nieuwe nummers gaan dus alweer een andere richting uit. Wouter, die niet meer wil optreden maar ons zesde lid blijft, was meer een producer die toevallig ook keyboard speelde, nu hebben we opnieuw iemand die klassieker is, en de oude Absynthe Mindedpianoaprtijen van onze oude toetsenist Jan Duthoy perfect aankan. Laurens gaat dus zeker zijn stempel op het groepsgeluid drukken.”

enola: hoe is Isolde Lasoen (Daan, Isolde & Les Bens) bij jullie achter de drumkit beland?

Ostyn: “Ze heeft zichzelf aangediend. Ze had tijd en goesting in een nieuw project, en dat voorstel kwam net op tijd want we hadden vorige zomer gemerkt dat onze toenmalige drummer, Simon Segers, gewoon geen tijd meer vond voor ons naast zijn vele jazzbands. Tja, hij is dan ook een geweldige muzikant, dus het was met spijt dat we hem moesten laten gaan, maar het kon niet anders. En Isolde is natuurlijk ook supergoed, én een straffe zangeres, wat mogelijkheden biedt voor de toekomst. Ergens denk ik dat het goed is dat er zoveel muzikantenwissels zijn geweest, zo voelt het niet alsof we één iemand hebben moeten vervangen. Het is meer alsof we nu een nieuw samengesteld gezin zijn geworden.” (lachje)

enola: Waarom moest ‘The Riddle Of The Sphynx’ de titel van de plaat worden?

Ostyn: “Dat was me niet meteen duidelijk, maar het Kuifjegevoel bij die titel beviel me; het heeft iets avontuurlijks. Het slaat natuurlijk op dat klassieke raadseltje ‘het loopt eerst op vier, dan op twee, dan op drie poten?’. Het antwoord is ‘De mens’, en dat vond ik genoeg om er de plaat aan op te hangen. Het nummer ‘Riddle Of The Sphynx’ zelf gaat echter gewoon over de liefde, en hoe je elkaar er in moeilijke tijden door kunt helpen, mekaar kunt optillen. Een positieve boodschap dus, dat vond ik wel passen op de plaat, maar verder is dat hele raadsel geen concept dat veel zegt over de plaat. Het was gewoon een goeie titel die zeker voor de hoes veel mogelijkheden opende. Ik heb me daar met Arthur (Vandekerckhove, mvs), de tekenaar, heel hard geamuseerd met alle beelden uit mijn teksten naar het artwork te vertalen.”

enola: Over de titeltrack gesproken: hoe komt een mens er tijdens het songschrijven eigenlijk bij om plots in een parlando te schieten?

Ostyn: “Dat moest om even gas terug te nemen, net voor het tweede refrein. Even een mysterieus stukje met die onderkoelde bas van Sergej voor we naar de extase gaan. Ik vertel in dat stuk het raadsel van de Sfinx, dat moest nog even gebeuren. Maar waarom? Je doet dat gewoon, als je voelt dat de song dat nodig heeft. (lacht) Het werkt wel, vind ik. Het zorgt ervoor dat je echt naar de tekst luistert.”

enola: Ik ga er ook van uit dat ‘Hellhole’ een nummer over Brussel is. Die mag Trump in zijn gat steken?

Ostyn: “Ja. Het had net zo goed over een andere stad kunnen gaan, maar ik heb altijd iets voor Brussel gehad. ‘t Is niet alleen onze hoofdstad, ze staat ook symbool voor ons land. Ik denk dat het een stad is die vatbaar is voor verbetering, maar die ook alleen maar beter zal worden. Eigenlijk zegt de eerste zin het allemaal ‘This place, I used to be annoyed / Now I just want it to succeed’. Je kunt dat gevoel ook over Gent of Antwerpen hebt, natuurlijk. ‘t Komt er op neer dat een stad, of een gemeenschap tout court, pas kan slagen als iedereen aan hetzelfde zeel trekt. Ik heb het met dank aan Trumps uitspraak inderdaad specifiek op Brussel toegesneden, maar je kunt het net zo goed van toepassing zien op die hele lockdown waar we uitkomen, en die nog zolang zijn impact zal hebben. ‘It’s a hellhole but we don’t care / There’s a charm that was always there’.”

enola: Waarna je toch weer eindigt met het streepje licht van ‘Found A Meaning’. Positiviteit moét?

Ostyn: “Tuurlijk. Ik heb mezelf nooit als een getormenteerde zanger gezien, dus dat mocht. Het is altijd onze bedoeling de mensen met een glimlacht huiswaarts keren. Gelukkig maken als missie klinkt misschien melig, maar het is toch gewoon waar het om draait. Natuurlijk zing ik soms ook over rauwere onderwerpen, maar liefde, vriendschap en de schoonheid van de dingen is wat van belang was. En dat is wat ik zing in ‘Found A Meaning’.”

enola: Tot slot: ben je veel veranderd in de jaren sinds ‘Jungle Eyes’?

Ostyn: “Ik denk het wel. Een plaat is altijd een document van een periode in mijn leven, en waar Jungle Eyes nogal maatschappelijk gericht is, kijk ik nu meer naar de kleine dingen. Ik heb ook het gevoel dat ik meer dan vroeger geniet van het schrijven zelf. Ik lees zelfs poëzie tegenwoordig! Eigenlijk probeer ik gewoon wat meer los te laten. Je kunt bijvoorbeeld niet anders dan aanvaarden dat je als muzikant niet langer rondkomt van één band, en dat iedereen dus meerdere projecten heeft. Al die personeelswissels, dat moet je dus omarmen, net als dat opnemen in stukjes en beetjes. In het begin was dat vooral uit noodzaak, omdat we heel hard moesten puzzelen wie wanneer beschikbaar was. Je krijgt zo’n groot project als een plaat enkel op poten, door per paar vrije dagen enkele songs op te nemen, ­volledig te gaan voor het talent van de paar muzikanten die beschikbaar zijn, en pas nadien het resultaat evalueren. Maar ik ben het gaan omarmen. Ik ga zeker nog voor die aanpak kiezen, want zo kun je zonder druk werken.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + 11 =