The Murder Capital

11 februari 2020 Botanique, Brussel

Hoe de toekomst van de muziek klinkt? Als het verleden. The Murder Capital bracht niets nieuws, maar bracht het vandaag. Vandaag smeekt om hun soort donkere post-punk die krabt naar licht en stampt naar het donker. In de Botanique voelde de groep heel erg urgent.

De verkiezingsoverwinning van Sinn Féin was de afgelopen week eentje voor de Ierse geschiedenisboeken. Voor het eerst slaagden jonge kiezers er in het eeuwenoude monopolie van de centrumrechtse partijen een hak te zetten door met de eindeloze bezuinigingspolitiek (dank u, Europa), de hebzucht van een nooit genoeg volgevreten boomergeneratie af te rekenen. The Murder Capital rept er met geen woord over vanavond. En dat is ook niet nodig. Het bestaan van de band alleen al is een verzet tegen een maatschappij waarin wie heeft zich al maar meer op het bord laadt en nog eens lekker nastampt naar wie na hen komt.

Het was in een Dublin dat zich kampioen zelfmoorden mag noemen dat ‘dichter’ James McGovern gitarist Damien Tuit tegen het lijf liep en ze een bandje begonnen. De zelfgekozen dood van een gemeenschappelijke vriend was de vonk in een kruitvat van emoties waaruit songs als vanzelf vloeiden. Debuut When I Have Fears… vatte het afgelopen zomer allemaal samen, in een pittige cocktail met gelijke delen punk en doem; het was woede en treurnis met de intensiteit van Joy Division.

Daarmee zet de band zich in het rijtje IDLES, Shame, Fontains DC; allemaal groepen die zijn ontstaan in de austerity­-jaren die op de financiële crisis van 2008 volgden en die hun inspiratie uit de punk en post-punk van de vroege Thatcherjaren halen. Net als toen voelt het als een explosie van creativiteit en expressiviteit die zijn gelijke in dit tijdsgewricht niet kent.

Met als introtape twee nummers van Burnt Out, de band van die overleden kameraad, plaatst The Murder Capital zich ook in een stamboom die begon met Girl Band, de vaders van de moderne Dublinpunk die, naast dit vijftal, ook Fontains DC inspireerden. Het ademt nadrukkelijk: we zijn een scene. Het respect dat McGovern voorprogramma Junior Brother – een eerder klassieke Ierse troubadour – toezwaait, is al even netjes. Dit is geen groep die het van in het rond spuwen moet hebben.

En toch: punk it is. Dat weet je van zodra bassist Gabriel Paschal Blake de rollende riff van “More Is Less” inzet en McGovern een circle pit beveelt nog voor hij één slogan richting publiek heeft gelanceerd. Om zeker te zijn dat hij ook wordt gehoorzaamd, duikt hij er meteen midden in; welkom.

The Murder Capital is echter meer dan punk en daar komen de Joy Divisionvergelijkingen ook vandaan. Meteen na dat openingsgeweld gaat de voet van het gaspedaal. “Green And Blue” is een nummer dat voortdurend dreigt, maar net als storm Ciara – niet toevallig ook Iers? – nooit echt uitbarst. Net daarom blijft het de volle zes minuten spannend, tot aan het einde een U2-gitaartje kwansuis even voor wat extra melodie komt zorgen.

Dat is de kracht van deze band. Waar McGovern en Paschal Blake theatrale dreiging uitstralen, zijn er altijd Tuit en collega Cathal Roper die op het juiste moment even de voorgrond opeisen om dan het soort melodie los te laten die fluistert veel commerciëler te kunnen zijn als het dat wilde, maar dat het zo nu eenmaal leuker is. Net zo goed gaan ze echter mee in de chaos. In het tegendraads rammelende “Love Love Love” geven ze het uitmuntend drumwerk van Diarmuid Brennan weerwoord met schurend en dwars snarenwerk dat niet had misstaan op The Talkies van Girl Band.

Het is verbluffend hoe intelligent en beheerst deze groep zijn set weet op te bouwen. Ja, The Murder Capital houdt je aan de ketting, maar dat doen ze enkel omdat je dan pas voelt hoe belangrijk het is als je wordt losgelaten. “Slow Dance I & II” zijn nog even twee trage songs, net als het spaarzame “On Twisted Ground”, tot de groep zichzelf en het publiek een onstuitbaar opbouwend “For Everything” in een climax smijt die niet ontgoochelt. “Let’s dance and cry” oreert McGovern in “Don’t Cling To Life”, een nummer dat worstelt met de wanhoopsdaad van zijn vriend, en zo voelt het ook; dansen – léven – als vorm van verzet, een “lala – lalala” zoals die aan het eind van “Feeling Fades” klinkt, destructief sarcastisch en uitbundig tegelijk.

En daarmee heeft The Murder Capital op drie kwartier tijd alles gezegd. Een bisnummer is overbodige luxe die vandaag niet wordt gecasht, dat past een band die begon met “More Is Less” niet. En het is ook niet nodig. Tien nummers lang hebben deze Ieren laten zien dat ze nog maar aan het begin staan van een veelbelovende carrière.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 1 =