Algiers

12 februari 2020 Botanique, Brussel

Je kunt de interessantste groep van het moment zijn, als je een rotgeluid krijgt, dan heb je evenveel pech als een middelmatige act. Algiers is dé band van dit tijdsgewricht, maar verloor woensdagavond het gevecht tegen de klankman.

Trump, Brexit, Black Lives Matter; dat was wat Algiers drie jaar geleden samenvatte op het imposante The Underside Of Power. En toen was Franklin James Fisher het beu om over politiek te praten. Op There Is No Year gooide hij het dit jaar over een persoonlijkere boeg, al blijft op de achtergrond de wereld altijd branden. De muziek volgde en de mix van punk, industrial en soul werd wat minder ziedend, de toon wat meer ingehouden. En dat, zo bleek, was te moeilijk voor de man achteraan de mixing desk.

Het is ook geen gemakkelijk geluid, dat dwars samenraapsel van piano, drums, drumcomputer, meer elektronica, een bas en een gitaar – en dan vergeten we nog een occasionele baritonsax en een man op backing vocals en handpercussie. In het verleden zagen we Algiers nochtans loepzuiver optreden, vandaag verzuipt alles van bij opener “There Is No Year” in een overstuurde soep waarboven Fishers zang veel te schel en galmend hangt. Dat “Now it’s two minutes to midnight / And they’re building houses of cards“? Het zou oudtestamentisch doemerig moeten klinken. Het klinkt niet. Zelfs het razendsnelle “Void” – drie minuten punkdrums en een woeste tirade – gaat kopje onder.

“Dispossesion” zou het gevoel van een gospelmis moeten hebben, maar dat kunnen de backing vocals live niet aan. Ergens krijg je het gevoel dat het geluid van deze band te groot is voor deze kleine ruimte; deze groep heeft volle kerken nodig, niet deze allercharmantste, maar niettemin beperkte zaal. OutKasts “Liberation” wordt zodanig vertimmerd dat het onherkenbaar wordt. Het blijkt ook dat André 3000 en Big Boi ver-Algiersen niet zo hard werkt. Jammer.

Het is pas wanneer Algiers de subtiliteit laat vallen en in oudere nummers alle registers opentrekt dat het toch een beetje goed komt. Tegen het ongenadig beuken van “The Underside Of Power” is sowieso geen kruit opgewassen en de ijselijke kreet waarmee “Walk Like A Panther” opent, gaat door merg en been. Bassist/knoppenman Ryan Mahan doet een van zijn bizarre dansjes, laat zijn instrument de boel openrijten en voor één keer horen we ook wat hij doet.

Algiers-0517

Wanneer drummer Matt Tong die Nine Inch Nailsachtige beat van “Cry Of The Martyrs” loslaat, is dat het startschot van een finale die er het alsnog het beste van probeert te maken. Lee Tesche laat zijn gitaar gruizig loeien, Fisher gaat in full-predikantenmodus: “I see the light and I see the sea / I’m ready for the spiral down” “Cleveland” is daarna het #BlackLivesMatter-anthem bij uitstek. Naam na naam reciteert de frontman de slachtoffers van het politiegeweld – antwoorden bij monde van de muzikanten: “We’re coming back”. In afsluiter “Hour Of The Furnaces” lijkt Fisher even naar de juiste toon te moeten snakken, maar Tesche redt hem met een heerlijk gitaarlijntje.

En dan hebben we nog even recht op bissen. Een ellenlange intro luidt “Waiting For The Sound” in, weer zo’n song die het van te veel subtiliteit moet hebben om hier te gedijen. De frivole pianoversieringen waarmee Fisher “Death March” inzet zijn mooi, maar misstaan hier; daarvoor moet dit nummer het te veel van power hebben, het enige wat hier vanavond een beetje werkte.

En zo is Algiers, een band die het sowieso moeilijker heeft dan zou mogen om zijn publiek te vinden, vandaag onverdiend tegen de muur gelopen. Dit had nooit mogen gebeuren, maar een geluidsman besliste er anders over en liet een goed spelende groep in de steek.

Wij eisen een terugmatch.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + 6 =